Albarn, again

ALTIJD TIENER GEBLEVEN: Damon Albarn, stamelende zanger Foto Reuters Singer Damon Albarn from Britsh group Blur sings during a concert in Moscow September 25, 2003. Blur played the last of two shows in the Russian capital on Thursday. REUTERS/William Webster PP03090137 WAW REUTERS

The Good, The Bad & The Queen:The Good, The Bad & The Queen(EMI)

Achter de woordspelige naam The Good, The Bad & The Queen gaat een supergroep schuil. Haar leden zijn: de Afrikaanse drummer Tony Allen die – onder meer – bij Fela Kuti speelde, Simon Tong, in een vorig leven gitarist bij The Verve, en Paul Simonon, bassist van The Clash en daarna schilder omdat hij niets meer met de muziekwereld te maken wilde hebben. Maar hij werd overgehaald door het vierde lid van dit celebrityclubje, te weten Britpoplegende, Afrika-activist en Gorillaz-voorman Damon Albarn, die in afwachting van een Blur-reunie de tijd doodde met het uitdenken van weer een succesformule.

Want Gorillaz was een meesterzet: deze eerste ‘virtuele’ band, deels bestaand uit stonede animatiefiguurtjes, kreeg internationaal succes met ontspannen space-reggae en hiphopbeats, die ontsproten aan het brein van Albarn en handlangers als Danger Mouse en Dan The Automator.

En nu is er een volgend groots opgezet Albarn-project. De connectie met Paul Simonon en dus The Clash is toepasselijk. Want voor wie het horen wil is er een directe lijn te trekken tussen het avontuurlijkste Clash-album, Sandinista (1980), en de stijl die The Good, The Bad & The Queen nastreeft. Op Sandinista speelde The Clash een voor die tijd bizarre mix van punk met reggae, een transparant geluid en wijdopen songstructuren.

Op deze cd wordt op die open aanpak doorgeborduurd en ook hier klinkt het spontaan en losjes. Met als groot verschil dat Albarn niet het opruiende geluid heeft van een Joe Strummer of Mick Jones. Damon Albarn (38) ziet er niet alleen uit als een tiener, hij zingt ook nog altijd stamelend als een schooljongen.

Zoals wel vaker bij Albarn zijn de nummers wisselvallig. De manier waarop hij zichzelf ooit een schop onder zijn kont gaf in ‘Song 2’ van Blur, komen we hier niet tegen. Op deze cd is de sfeer belangrijker dan het popliedje. Die sfeer is somber, zoals blijkt uit een titel als ‘Kingdom Of Doom’, en uit het mineur getokkel van Simon Tong. Toch wordt de muziek niet zwaar of ‘doem’-achtig, door het vederlichte drumwerk van Tony Allen en het droge synthesizercommentaar op de achtergrond. Albarns pessimisme (’I don’t want to live a war/ That’s got no end in our time’) leidt soms toch nog tot dromerige hoogtepunten, zoals ‘Herculean’, en het afsluitende ‘The Good, The Bad & The Queen’.

HESTER CARVALHO