Aangeschoten wild

Een oplettende lezer schrijft het volgende. Op zaterdag 6 januari ried u ons in uw column aan: koop gevallen engelen. Toevallig of niet, één week later gaat de rubriek De fondsbeheerder, op de pagina Vermogen, over het ABN Amro Europe Equity Revival Fund, dat beter het Fonds voor Gevallen Engelen had kunnen heten.

Is het juist bij het beleggen in gevallen engelen niet verstandig om dat via zo’n beleggingsfonds te doen? Het lijkt me namelijk een manier van beleggen waarbij spreiding extra belangrijk is.

De opeenvolgende plaatsing van de beide artikelen is toeval. Uw conclusie over gespreid beleggen via een beleggingsfonds is juist, maar mijn engelen zijn op zich prima bedrijven (zoals ABN Amro) die tijdelijk uit de gratie zijn door tegenvallend nieuws, daarom relatief goedkoop en daarom misschien waard om te kopen.

Ze zijn niet fundamenteel verlamd door aanhoudende kommer en kwel. Voor die fondsen heb je geen beleggingsfonds nodig. Bijvoorbeeld omdat dat beheers- en andere kosten berekent en zijn eigen plan trekt. Op deze twee punten is zelf beleggen goedkoper en flexibeler.

Het ellendefonds van de bank richt zich, denk ik, op bedrijven in de kelder van de beurs die (weer) engel willen worden. Zo krijg je mijn ruwe indeling: witte raven (column zaterdag 13 januari), gevallen engelen en daaronder het aangeschoten wild dat met een beetje hulp, geluk en vooral geld blijft leven. Voor zulke kneusjes geeft niemand een cent, bij wijze van speken.

Hoe verwoordde Martine Paap van het Revival Fund afgelopen zaterdag haar Europabrede (dat kan je als particulier niet zelf) aanpak? „Van de 2.000 beursbedrijven die we volgen, presteert de helft per definitie onder het gemiddelde. Daar zoeken we bedrijven uit waarmee iets fundamenteel mis is. Vervolgens bekijken we of er herstelscenario’s te bedenken zijn.”

Paap en haar collega’s gaan daarna langs bij de leiding van een herstelkandidaat (als die dat wil) om de ideeën door te spreken. „We willen geen symptoombestrijding, maar echt herstel.” De bank als bedrijvendokter.

Hoe kan dit in de praktijk uitpakken? Dokter Paap roemt de technische handelsonderneming Hagemeyer als succesvolle belegging. Kopen op 1,98 en verkopen op 4 euro. Duizenden beleggers verdienden er zelfs meer aan en rijden nu in een prachtige auto.

Maar hoe innig zijn de banden tussen ABN Amro en deze in 2003 bijna gesneefde onderneming? Innig, volgens een artikel van 23 december 2003 van VEB-voorman Peter Paul de Vries.

De kop luidt ‘Banken grote winnaars Hagemeyer redding!’ Het is prima dat de banken als reddende engel wilden optreden, maar het was geen liefdadigheid. Ze wilden hun voorgaande financieringen redden. Daar is niets op tegen. Wie deze operatie nog eens na wil lezen, moet de functie geavanceerd zoeken intikken van Google in ‘ABN+Hagemeyer’.

Grote banken treden meer dan eens op als redder van bedrijven in (hoge) nood. Dat is ook de doelgroep van het genoemde beleggingsfonds. Je mag daarom best denken dat de herstelplannen van Paap kredieten, leningen en aandelenemissies van haar bank behelzen. Mocht zo’n emissie geen succes zijn, dan zit de bank met die stukken in haar maag.

Dat is een risico, want de onderneming kan failliet gaan. In zo’n geval is een beleggingsfonds dat belegt in aangeschoten wild een uitkomst. De deelnemers weten immers vooraf dat ze risico lopen en de bank kan de stukken daarom met een gerust (zorgplicht) hart aan dat fonds verkopen. Zo verschuift het risico, via het fonds naar een groep beleggers. Best een creatieve oplossing.