Aandacht is geld

Wetenschap is knokken in de Verenigde Staten. Steun van het grote publiek is cruciaal om de slag te winnen.

Jacco Kroon

Opening academisch jaar in Amerika. foto Getty Images University graduates wearing caps and gowns, rear view, elevated view Getty Images

De communicatieafdeling van Duke University is een geoliede machine. In de central news office van de gerenommeerde universiteit in North-Carolina werken twaalf man: van web wizz kids tot journalistieke zwaargewichten die bij kranten zijn weggekocht. Daarnaast hebben de faculteiten ook nog een eigen communicatiestaf: drie man bij de Pratt School of Engineering, zes bij Medical Center, vier bij de Fuqua School of Business. „In totaal gaat het om zo’n honderd medewerkers“, rekent manager of research communications Karl Bates voor. Het middelgrote bedrijf dat hij aanstuurt heeft één taak: om wetenschappelijke ontdekkingen van Duke aan een zo breed mogelijk publiek te slijten.

„We weten precies welke onderwerpen goed verkopen”, grinnikt Bates, die zelf vijftien jaar lang wetenschapsjournalist was bij de krant Detroit News, voor hij in 1998 naar wetenschapscommunicatie overstapte. „Alles over aids/hiv, bijvoorbeeld. Alles over vet. Over chocola. Seks. Insecten.”

Er wordt weinig aan het toeval overgelaten. Bates en zijn collega’s schuimen de Duke campus voortdurend af op zoek naar nieuwswaardige onderzoeksresultaten. Voorwaarde is wel dat die resultaten eerst door een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift, zoals Nature of Science, zijn geaccepteerd. „Daarna duurt het meestal drie maanden voor een wetenschappelijke paper ook daadwerkelijk gepubliceerd wordt”, aldus Bates. „Die tijd gebruiken we. We try to be ready before it hits the street.”

strakke aanpak

Daarmee bedoelt Bates niet alleen het voorkoken van een persberichtje. Senior editors spitten de papers door en interviewen de wetenschappers. Er worden artikelen voorbereid. Er worden videofilmpjes gemaakt met quotes en beelden van het onderzoek. Voor nieuwswebsites. Voor alumnitijdschriften. Voor de dagelijkse krant. De communicatiestaf van Duke houdt in totaal ruim twintig websites en publicaties in de lucht.

„Tien jaar geleden schreven we hier vooral persberichten voor krantenjournalisten”, zegt Bates. „Maar dat is radicaal gewijzigd. Kranten schrijven nauwelijks meer over wetenschap omdat ze er geen advertenties bij kunnen verkopen. Tegelijk is er een enorm publiek dat er wel pap van lust.”

Hij schat dat ongeveer tien procent van de Amerikanen tot de, wat hij noemt, science attentive audience behoort. „We benaderen die groep direct via onze websites, want ze halen hun wetenschapsnieuws niet uit kranten maar van internet. En we richten ons ook op de bij hen razend populaire kanalen als Discovery Channel en National Geographic.”

De strakke aanpak van Duke University is niet uniek. Jon Franklin, oud-wetenschapsjournalist, tweevoudig Pulitzer Prize-winnaar en professor Journalistiek aan de University of Maryland, beaamt dat vrijwel alle Amerikaanse onderzoeksuniversiteiten zich het vuur uit de sloffen lopen om een breed publiek te bereiken. „Die drang is in de laatste tien, vijftien jaar dramatisch toegenomen. Universiteiten geven honderden miljoenen dollars, zo niet miljarden dollars, uit aan communicatieafdelingen.”

moordend

Academische instituten worden niet alleen gedreven door nobele voorlichtingsmotieven. Ze zijn voor de financiering van hun onderzoek grotendeels afhankelijk van geld van de federale overheid. En de competitie is moordend. Het federale onderzoeksbudget, 56 miljard dollar in 2006, wordt verdeeld door instituten als het National Health Institute (NHI) en de National Science Foundation (NSF), die elke financieringsaanvraag van wetenschappers beoordelen.

„Weliswaar wordt vooral de wetenschappelijke waarde van aanvragen getoetst”, zegt Dennis Meridith, oud-communicatiemanager bij onder andere Massachussets Institute of Technology (MIT) en Cornell University. „Maar onderzoekers wordt inmiddels ook gevraagd hoe ze van plan zijn om hun onderzoeksresultaten breed onder de aandacht te brengen. Het helpt als je wat krantenknipsels meestuurt om te laten zien hoe je dat de vorige keer hebt aangepakt.”

Een wetenschapper die in de media aan de weg timmert, is bovendien goed voor de prestige van de universiteit waar hij aan verbonden is. „Zonder onderzoeksgeld kunnen we de huur niet betalen“, zegt communicatiemanager Karl Bates, die het onderzoeksbudget van Duke op een half miljard dollar raamt. „Het is lastig hard te maken, maar ik denk dat een sterke naam zeker helpt bij het krijgen van funding, zowel van de overheid als van andere donoren zoals alumni en privé-stichtingen. Je trekt er sowieso de beste onderzoekers en studenten mee.”

Behalve dat het wordt ingezet om onderling te concurreren, hebben de universiteiten ook een gemeenschappelijk belang bij wetenschapscommunicatie: om te zorgen dat de financiële koek niet kleiner wordt. Elk jaar bepaalt het Amerikaanse Congres de omvang van het budget en het type onderzoek waaraan dat besteed mag worden. Ideologie en politieke belangen spelen daarbij een grote rol. Zo werd tijdens Bush de geldkraan voor klimaatonderzoek dichtgedraaid en stuitte financiering van stamcelonderzoek op religieuze bezwaren in het Congres. Ook liep het totale onderzoeksbudget de laatste jaren licht terug.

weerstand

„Wetenschappers hebben geen politieke achterban”, zegt professor Jon Franklin van de University of Maryland. „Maar Congresleden die hun onderzoeksbudget bepalen wel. Die willen herkozen worden. Dus om te zorgen dat ze hun werk kunnen blijven doen, moeten wetenschappers via de massamedia draagvlak creëren bij de mensen die op de Congresleden stemmen.”

Maar hoewel communicatieafdelingen op universiteiten er hard aan trekken, heeft Franklin niet de indruk dat die urgentie bij wetenschappers zelf is doorgedrongen. „Veel met de pers praten, doe je niet als serieuze wetenschapper. Dan ben je als snel de bad man of the club. En zij die het toch doen, zullen er keihard over liegen tegen hun collega’s.”

Benaderde onderzoekers bevestigen dit beeld. „Eerlijk gezegd, hebben we niets gedaan om de aandacht te trekken, behalve het opnemen van de telefoon”, schrijft David Smith, natuurkundige aan Duke University, als antwoord op de vraag wat zijn mediastrategie is geweest. In 2006 haalde hij en zijn team de internationale pers met een metalen ring die zichzelf onzichtbaar kan maken via elektromagnetische golven.

Ook MIT materiaaldeskundige Angela Belcher die door het tijdschrift Scientific American tot research leader of the year 2006 is uitgeroepen, merkt op dat ze ‘eigenlijk nooit zelf contact opneemt met de pers.’ Belcher kreeg haar titel en veel media-aandacht voor haar geslaagde poging virussen zo genetisch te modificeren dat ze bepaalde metalen deeltjes aantrekken en een soort piepkleine batterij vormen.

De reacties komen Karl Bates van Duke University maar al te bekend voor. „We lopen nog regelmatig tegen weerstand op. Maar wetenschappers beginnen te bewegen, zeker de jongere garde snapt dat de media erbij horen. Het hele idee dat je een lichtgewicht zou zijn als je met een journalist praat, heeft uiteindelijk ook gewoon met professionele jaloezie te maken.”

www.aaas.org (cijfers en artikelen overAmerikaanse wetenschap)

www.nationalacademies.org

marsrovers.jpl.nasa.gov/home/index.html

    • Jacco Kroon