Stroop in de polder

Tupla Mourits: Een kwestie van tijd. De Arbeiderspers, 413 blz. € 18,95

Wat is een ontvoerder die zijn buit in het zicht van een camera verbergt? Is hij dom, arrogant of zelfdestructief? Goed mogelijk want in de werkelijkheid verlopen misdaden meestal knullig. Als het lot vervolgens met hem aan de haal gaat, kan het een geweldig spektakel opleveren. Maar als sluitstuk van een wreed kat-en-muisspel kan hij niet dienen. Dan vormt hij, zoals in de nieuwe roman van Tupla Mourits, de ontkenning van waarachtig drama.

Een kwestie van tijd is de tweede ‘literaire thriller’ van het schrijversduo Tupla Mourits. Met hun eersteling, het nogal saaie Vrouwelijk naakt, wonnen de dames de Schaduwprijs voor de beste Nederlandstalige debuutthriller, geheel conform de recente traditie om thrillerprijzen voornamelijk aan literairderige boeken toe te bedelen.

De vrouwelijke hoofdpersoon Hjørdis (Jur) Pouwels is met haar achtjarige dochtertje Puck gevlucht uit haar levensgevaarlijke hoofdstedelijke huwelijk met een drugsverslaafde halfcrimineel en woont onvindbaar in de Noordoostpolder. Het platteland is flink wennen voor stadsmensen, zo luidt de boodschap van de eerste honderdvijftig pagina’s. En dan komen de dreigingen (uit Amsterdam of van de in zichzelf gekeerde polderlingen?), er komt een klasgenootje onder de trein en tot slot wordt de heimweerijke Puck ontvoerd. Dat kost nog eens dik tweehonderdvijftig humorloze en stroperige pagina’s.

Waar Nicci French in Verloren het gegeven van een vermist kind weet om te toveren tot een bloeddrukverhogend middel, tergt Tupla Mourits voort. De band tussen moeder en dochter wordt nergens interessant, het polderleven wordt door de uitvoerige beschrijving saaier dan het is en de dreiging is te onbenullig om serieus te nemen.

Het mankeert dit boek aan inleving. Als Hjørdis na een halfjaar haar tot dan toe als semi-weerwolf voorgestelde man regelrecht uit het afkickcentrum onder ogen krijgt, wil ze hem eerst niet zien. Vanwege de ontvoering van hun kind ontmoet ze de afkickende oorzaak van haar vlucht naar de polder de volgende ochtend opnieuw en constateert dan wanhopig: ‘Camiel had zich geen tijd gegund zich te scheren’. (let ook op dat dubbele ‘zich’) En de bloeddoorlopen schrik van haar bestaan, voor wie ze zich met haar dochter verborgen heeft gehouden, trekt zijn mond open en zegt: ‘Ik heb het gevoel dat ik je niet heb kunnen overtuigen van mijn goede bedoelingen.’ Het ontbreekt zijn schepsters aan diezelfde overtuigingskracht. Maar niet aan pretenties. Want dat is toch waar ‘literaire thriller’ op duidt: niet het oppervlakkige effectbejag dat men bij thrillers verwacht, maar diepgang, goed uitgewerkte emoties, levensbeschouwelijke thematiek en degelijke 24-karaats ingrediënten.

Helaas staat de literaire thriller in de praktijk nogal ver af van literair realisme. In zijn algemeenheid weet het genre de kloof tussen fictie en realisme niet te overbruggen door middel van ambachtelijk schrijverschap, maar moet hij het hebben van de empathie van de lezers. Tijd voor heretikettering van dit niet spannende en niet literaire boek. Wat dacht u van non-literaire non-thriller?