Stille Fin danst op de sprint

Leo Linkovesi was in 1972 de laatste wereldkampioen sprint uit Finland.

Pekka Koskela is een van de favorieten om zijn landgenoot dit weekeinde op te volgen.

Pekka Koskela viert zijn zege op de 500 meter op de wereldbekerwedstrijd van november vorig jaar in Berlijn. Foto AFP Finland's Pekka Koskela celebrates after winning the men's 500m event of the ISU speedskating World Cup in Berlin 18 November 2006. AFP PHOTO DDP/MARCUS BRANDT GERMANY OUT AFP

Een 24-jarige Finse schaatser bewijst dat ook in deze tijd, waarin elk detail uitvergroot vele malen op tv komt, nog onbekende favorieten voor een wereldtitel zijn. De Koreaan Kyu-Hyuk Lee, ‘onze’ Erben Wennemars of wellicht de Amerikaan Shani Davis, ja, die kunnen in het Vikingskipet best eens wereldkampioen sprint worden. Weet iedereen. Maar wie was bij de laatste internationale wedstrijd de beste? Pekka Koskela, met afstand.

De sprinter uit Seinäjoki, 300 kilometer ten noorden van Helsinki, won in Nagano begin december een 1.000 meter en scoorde over vier sprintafstanden het beste puntentotaal. Eerder dit seizoen was Koskela al twee keer de snelste op de 500 meter, in het Chinese Harbin zelfs in een tijd onder 35 seconden (34,98). Dat deed alleen de Japanner Keiichiro Nagashima hem na, maar die komt tekort op de kilometer. „Als ik goed schaats, eindig ik in de top”, zegt de Finse favoriet weloverwogen, aan de vooravond van het WK sprint in Hamar.

„Pekka is een koele kikker, een winnaarstype”, zegt Peet van der Meijden, een Nederlandse sportmasseur die de afgelopen drie jaar in dienst was van de Finse schaatsploeg. „Hij kan in mijn ogen het WK winnen. Je hebt ervaring nodig om vier goede afstanden te kunnen rijden, dat was in het verleden soms een probleem. Maar nu is hij zover. Het zou fantastisch zijn voor het Finse schaatsen als Pekka wint.”

Schaatsnatie Finland beleefde hoogtijdagen in de jaren twintig en dertig, met als boegbeeld vijfvoudig wereldkampioen Clas Thunberg. Het laatste Finse succes dateert alweer van 35 jaar geleden, toen Leo Linkovesi het WK sprint won, vóór de Rus Valerij Muratov en Ard Schenk. „Ik kende Leo niet persoonlijk, weet alleen dat hij een paar maanden geleden is overleden”, zegt Koskela. „Het zou leuk zijn om hem op te volgen als wereldkampioen. Er is in de tussentijd een hele generatie opgegroeid zonder schaatsen. Daarom was de sport in Finland zo goed als dood. Dit jaar kwam er bij het nationaal kampioenschap ineens enorm veel publiek, net als in de jaren vijftig en zestig. Wel duizend man. En de Finse televisie doet verslag van het WK sprint. Ik weet niet wat ik meemaak!”

De opleving is grotendeels te danken aan de sprintsuccessen van Koskela, die in 2005 al eens brons won op de 1.000 meter bij de WK afstanden. „Hij is een echte Fin”, vindt Van der Meijden. „Een stille, rustige jongen, typisch het karakter van een sprinter, op het luie af. Tot het moment dat hij op schaatsen staat, dan volgt een ongekende explosie.” De Bleiswijker – begin jaren zeventig al masseur van Linkovesi – prijst vooral de bijzondere techniek van de sprinter, die een uniek hupje in zijn slag heeft. „Dat zie je bij niemand anders. Pekka danst als het ware op het ijs. Heeft hij geleerd van zijn jeugdtrainer Aimo Klemetsö, die de stijlen analyseerde van de grote kampioenen en veel overnam van Eric Heiden. Pekka heeft ook een geweldige start. Heel simpel, hij gaat in schaatshouding staan en rijdt zo weg. Altijd een snelle opening.”

Ook Koskela zelf geeft alle credits aan zijn jeugdtrainer. „Ik werk al veertien jaar met hem, hij heeft me alles geleerd en ik dank aan hem dat ik nog schaats. Toen ik op m’n twaalfde uit de juniorenselectie van Seinäjoki werd gezet, schreef hij speciaal voor mij een programma, waardoor ik kon terugkomen.” Een andere steunpilaar is vanaf de jeugd zijn twee jaar oudere broer Pasi, die ook aan het WK deelneemt maar niet tot de top behoort. „We hebben dezelfde spieropbouw, techniek en manier van denken. Vroeger had hij misschien wel meer talent. Ik weet zeker dat Pasi nog veel beter gaat worden.” Voor Koskela telde al vroeg alleen de sprint. „Ik moet het gevoel hebben van snelheid, dat is een verslaving. Daarom houd ik ook van snelle auto’s.”

Vorig seizoen ging het in de aanloop naar de Olympische Winterspelen van Turijn ineens mis met de Finse troef. „Houd het er maar op dat niet alleen de atleten maar ook veel mensen om ons heen ineens heel zenuwachtig werden”, zegt hij afwerend. „Er heerste onenigheid tussen de groep uit Helsinki en die uit Seinäjoki”, verduidelijkt Van der Meijden. „Die laatste groep werd uit het olympisch dorp gehouden, waardoor voor Pekka zijn vaste begeleiding wegviel. Dat gaf zoveel spanning dat hij niet verder kwam dan een tiende plaats op de 500 meter.”

Afgelopen zomer kreeg oud-schaatser Janne Hänninen de twee kampen op één lijn. Maar op 26 juli sloeg voor Koskela het noodlot toe. Bij een looptraining scheurde de linkerknieband af. Tegen alle voorspellingen van de medici in, stond de sprinter eind september alweer op het ijs. „Voor de eerste wereldbekerwedstrijd had ik pas drie weken geschaatst. Ik stond er wel een beetje van te kijken dat het direct zo goed ging.”

Na zijn opvallende serie wereldbekers keerde Koskela half december terug naar Finland. „Daar heb ik me voorbereid op het WK. Niet ideaal, want ik moest wegens het slechte weer een paar keer heen en weer vliegen tussen de ijsbanen van Helsinki en Seinäjoki om te kunnen trainen. Het was een goede oefening in rustig blijven. Niet te veel nadenken, just relax. Dat is een van de grootste geheimen om wereldkampioen sprint te worden.”

Volg het WK sprint op www.n-s-f.no/vm_sprint_2007/eng/index.htm

    • Maarten Scholten