Sterk verhaal over dode moeder in `SMS` van Tjibbe Veldkamp

In SMS van Tjibbe Veldkamp zit een gezin gevangen in de rouw om de dood van de moeder. Hoofdpersoon Bas (13) vermijdt aanrakingen omdat die hem verdriet laten voelen - zelfs iets aanpakken levert een strafpunt op. Vader verwaarloost zijn kinderen en gijzelt hen met spiritistische séances waarin hij contact tracht te krijgen met zijn overleden vrouw. Bobo (6) wordt verscheurd doordat hij loyaal wil zijn aan zowel zijn vader als aan zijn opstandige broer Bas.

De beklemming wordt doorbroken door een sms-bericht, dat verzonden lijkt te zijn door de dode moeder. Het sms`je is het begin van een lange speurtocht naar de afzender, die Bas maakt met zijn kersverse vriendin Anna en die hem uiteindelijk helpt het verdriet toe te laten.

Veldkamp is de schrijver van eigenzinnige prentenboeken en jeugdromans. SMS is een ontroerende, originele en overwegend geslaagde novelle. Vooral de portrettering van de personages is overtuigend en genuanceerd. Zo mag Bas dan niet geloven in leven na de dood, hij hoopt ergens toch dat het sms`je van zijn moeder is.

Het mooist is de manier waarop Anna is geportretteerd, namelijk door een beschrijving van haar handen. Handen die onophoudelijk wapperen. Handen die haren uit het gezicht vegen. Handen die stelen. Handen die zouden kunnen aanraken. Als Bas op een gegeven moment Anna ziet in een meisjeskleedkamer, deinst hij terug. Waarom keek je niet naar mijn borsten, vraagt Anna als ze naar buiten komt. Pas veel later antwoordt Bas: omdat ik naar je handen keek.

Zo zet Veldkamp in zorgvuldig geboetseerde scènes de verhouding tussen zijn personages neer. Het is daarom jammer dat SMS wat moeizame plotwendingen kent, waarbij onder meer hulpverleners als een duveltje uit een doosje komen. SMS is niettemin een ijzersterk en sfeervol verhaal. In de woning zijn aanvankelijk alleen kaarsen toegestaan maar uiteindelijk toch weer elektrisch licht. Zo verbeeldt Veldkamp prachtig de rouw die het leven te lang beheerst maar toch overwonnen wordt.

Tjibbe Veldkamp: SMS. Lemniscaat, 86 blz. 3,95