Schroothandel hoort bij Poolse folklore

Komen gestolen bronzen beelden en koperdraden van ‘ons’ spoor uiteindelijk terecht bij Poolse schroothandelaars? De Poolse schoothandel bloeit. Zelfs de Jezusbeeldjes op het kerkhof zijn voor dieven niet veilig.

Bij de schroothandel van Dominik Wojciechowski, op een troosteloos en modderig industrieterrein in Warschau, rijden de auto’s en busjes af en aan. Volgeladen met oude aluminium kozijnen, telefoonkabels, metalen platen, loden pijpen, maar vooral koper. Heel veel koper. Want koper is goud waard.

„Vorig jaar was het helemaal druk”, zegt de schroothandelaar, een grote kerel met een rond gezicht, die de hele dag vanachter een luikje over de kassa heerst. „Maar de koperprijs is intussen weer gedaald. Veel klanten hopen nu dat de prijs weer zal stijgen en houden hun waar daarom liever nog even bij zich.”

Nederland werd afgelopen week opgeschrikt door de gevolgen van de wereldwijde koperkoorts. De NS lijdt onder de regelmatige diefstal van kabels – om het koper. Uit beeldentuinen in Laren, Soest en Maarssen werden tientallen bronzen beelden gestolen, mogelijk door koperdieven die de beelden willen omsmelten en het materiaal willen verkopen.

Piotr, een verwarmingsmonteur die zojuist is komen aanrijden met een stapel koperen pijpen, is niet verbaasd. „Koperdiefstal is schering en inslag in Polen”, zegt hij. „Onlangs deden wij een klus voor een grote supermarkt, Carrefour. De bouwvakkers daar liepen gewoon met ons materiaal het terrein af. We moesten het op een hoge plek verbergen en vastketenen. Zonder bewaking is een bouwplaats binnen een mum van tijd leeg.”

Uit de tuin van het Singer museum in Laren werd dinsdagnacht onder meer een afgietsel van Rodins beeld De Denker gestolen. Wojciechowski heeft nog nooit standbeelden zien langskomen, ook niet van Rodin. Wel veel bustes van Lenin. Die werden in de jaren negentig, na de val van het communisme in Polen, massaal de deur uitgedaan. Op een kastje in zijn kantoor heeft de Poolse schroothandelaar een beeldje van de Russische revolutionair staan. „Ter decoratie.” Naast Lenin staan een strijkijzer, een bel, een minikanon en een aantal antieke weegschaalgewichten.

De grote weegschaal in de loods geeft aan dat de pijpen van monteur Piotr 53 kilo wegen. Hij krijgt er 636 zloty (164 euro) voor, 12 zloty (ruim drie euro) per kilo. „Op het hoogtepunt betaalden we 20 en zelfs 23 zloty”, zegt Wojciechowski, wiens handel voor 30 procent uit koper bestaat. „Maar 12 zloty is nog altijd meer dan de 8 die het vroeger waard was.” Piotr trekt tevreden aan zijn sigaretje: „Wat we verdienen aan restmateriaal gaat in de feestkas van mijn bedrijf. En het is een groot feest aan het worden.”

De schroothandel hoort bij de Poolse folklore. In Warschau kun je ze elke dag overal zien, kromgebogen mannetjes met handkarren die de hele dag blikjes uit prullenbakken vissen. Onder de daklozen en bedelaars behoren ze tot de elite. Een van de beste recente Poolse speelfilms – de tragikomedie Edi uit 2002 – speelt zich helemaal af in de wereld van jutters en schroothandelaren. En van criminelen.

„Ik heb niks te verbergen, hoor”, zegt Wojciechowski. Hij niet, maar verder zijn koperdieven in Polen om de haverklap in het nieuws. In september vorig jaar werden in het dorpje Drogomina, in het westen van Polen, twee mannen gesnapt met zevenhonderd meter telefoonkabel, ter waarde van 10.000 zloty. Ze kunnen vijf jaar cel krijgen. Een maand later werd in Glogowa, in het zuidwesten, een vijftienjarige jongen opgepakt, die twee maanden lang koperen dakpannen van een kerkkoepel had gesloopt en doorverkocht.

Er wordt niet alleen op koper gejaagd. Begin dit jaar werd in Warschau de jeugdbende Pinokio opgerold, die inbraken pleegde en kelders afschuimde, op zoek naar oud ijzer, voor een extra zakcentje. Kort daarvoor werd in Pelczyce, in het westen, een 58-jarige man aangehouden voor de diefstal van aluminium Jezusfiguurtjes van het lokale kerkhof. Een vijftigtal graven bleek beschadigd. De man verdiende hiermee hooguit een paar honderd zloty, aldus een politiebericht.

„Het leven is hier niet makkelijk en dat drijft velen tot wanhoop”, zegt Piotr. „Ik ken zelfs verhalen van mensen die met gevaar voor eigen leven treinkabels doorknippen of loodzware afvoerputjes wegslepen.” Het hoogste bedrag dat schroothandelaar Wojciechowski ooit heeft uitgekeerd was 10.000 zloty. Het laagste 30 grosze, bijna 8 eurocent.

Het gemiddelde loon in Polen is omgerekend rond de 600 euro, maar tienduizenden mensen, vooral ouderen, moeten rondkomen met tweehonderd euro per maand of minder.

Voor de loods rijdt een busje voor, van een groot telecombedrijf, vol met restjes koperdraad. Terwijl de draden worden gewogen, mijmert Wojciechowski hardop wat de dieven in Nederland van plan zouden kunnen zijn. „Brons omsmelten is duur en het valt nogal op als je zo’n grote hoeveelheid koper probeert te slijten. Het ligt meer voor de hand om de beelden in stukken te zagen en op verschillende plekken te verkopen.”

De schroothandelaar ziet geregeld gestolen waar langskomen, maar laat die aan zich voorbij gaan. „Ik wil er niets mee te maken hebben. Maar de politie bellen doe ik niet meer. Die komt pas na twee uur en ik ga die dieven echt niet twee uur vastbinden.”

roof Singer Museum: pagina 9

    • Stéphane Alonso