‘Rustig uitzitten’, zo’n dagje windkracht 10

Vol verwachting zetten we gistermiddag de televisie aan. Het stormde, windkracht 10, en van het nationaal crisiscentrum moest iedereen binnen blijven. Dan weet ‘calamiteitenzender’ Nederland 1 vast meer.

Niet dus.

Wat deed het NOS Journaal ? Nieuwslezer Jeanet Schuurman vroeg: „Wij roepen u op foto’s te mailen.”

Zo gaat dat, televisie maken tijdens noodweer. Stuur een ander erop uit. Dat is nog ’ns een staaltje publieke rampenverslaggeving.

De storm was overal, maar de rampenzender bijna nergens. Uur na uur verkocht het NOS Journaal daar praatjes en een paar plaatjes. Slechts één journaalverslaggever met cameraploeg was ter plekke, in IJmuiden en later Harlingen. Opgeruimd mochten voorbijgangers de kijkers toezwaaien. Verder ging het over een omgevallen hijskraan, files, treinen en Artis dat dicht bleef. Radiotelevisie was het en bleef het. Ook na zes uur toen Astrid Kersseboom plaatsnam op de punaise achter de nieuwsdesk. Alleen was toen het zappen begonnen.

Als het stormt, wordt de televisiekijker een ramptoerist. Wegen zijn afgesloten, treinen staan stil en hij zoekt live beelden. Televisie die meer laat zien dan ontwortelde bomen, gekantelde vrachtwagens en foto’s van woordvoerders die door de telefoon de laatste filestand doorgeven. Trouwens, ook gezien dat de ANWB met vier verschillende medewerkers het journaal te woord stond? Zijn ze daar niet gewend aan een dagje overwerk?

Halverwege de middag beviel AT 5 het best. Een camerateam filmde op Amsterdam CS. Het station werd ontruimd en het leger hielp mee. Ook het SBS-gebouw moest leeg. En terwijl van een woonboot het dak afwaaide, had een horecabaas zorgen over zijn pui: „Als mensen hieronder door lopen, is zo je hoofd eraf.”

Hoe dat afliep, kwamen we niet meer te weten. Ook niet via Nova dat later op de avond veel AT 5- beelden overnam. Mister NOS nam de AT 5-uitzending over en de regionale zender verdween uit de lucht. Waarom eigenlijk? Juist bij zoiets lokaal relevants als noodweer zijn regionale televisiemakers betere rampenbestrijders dan de collega’s in Hilversum.

Gevlucht naar RTL 7, maar ook daar was het behelpen. Al viel direct op dat RTL nieuws sneller ter plekke was dan Het Journaal. Op de snelweg, in gesprek met vrachtwagenchauffeurs. In de Utrechtse jaarbeurs, waar gestrande treinreizigers konden overnachten. En RTL maakte ruimte voor duiding. In de studio zat weerman Peter Timofeef.

Eindelijk! Weg van het zwaailichtennieuws!

Hij had allerlei interessants te vertellen. Over stoomgemalen, dijkbewaking, en klimaatverandering waarover toevallig dezelfde dag een rapport was uitgekomen. Dat was meer dan Gerrit Hiemstra deed bij de NOS. Hij stond te draaien voor zijn kaart en zei elke keer weer met dezelfde grijns: We moeten dit even uitzitten.

Pas laat op de avond kwam het nog goed met het NOS Journaal. Maar toen was de storm gaan liggen en hadden Netwerk en Nova ons bijgepraat. Ze waren de zee op geweest, met een reddingsploeg en de boot naar Schier. De dijken werden geïnspecteerd en vanuit Delfzijl en Lauwersoog bespraken kenners en bestuurders de haken en ogen. Waarna Joost Karhof in de Nova-studio afsloot met een belrondje langs KLPD, NS, Prorail en Schiphol. De kijkers konden rustig gaan slapen.

Zo leek rampenverslaggeving een simpel abc’tje. Zou het NOS Journaal, vraag je je af, tijdens een volgende calamiteit niet beter bij Nova kunnen aanschuiven?

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen

    • Wubby Luyendijk