Rapport ontlast verdachte Schipholbrand

De rechter zou het rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid moeten betrekken in de strafzaak tegen de Libiër Al Jaballi (25). De man wordt verdacht van het aansteken van de Schipholbrand. De conclusies van de onderzoeksraad zouden de onschuld van de verdachte kunnen aantonen. Wettelijk is vastgelegd dat belastende feiten uit het onderzoek van de raad niet gebruikt mogen worden in strafzaken. Voor ontlastende feiten zou dat anders liggen.

Dat heeft hoofddocent T. Kooijmans van de universiteit Tilburg vanochtend gezegd in het VPRO-radioprogramma Argos. Voorzitter Pieter van Vollenhoven van de onderzoeksraad zegt dat „als het OM met andere onderzoeksresultaten komt dan wij” het onderzoek opnieuw gedaan moet worden „maar dan met de rechter erbij”.

De onderzoeksraad doet onafhankelijk onderzoek naar rampen. De raad onderzocht ook de toedracht van de brand in het detentiecentrum op Schiphol, waarbij op 26 oktober 2005 elf doden vielen. In september 2006 presenteerde de raad een kritisch rapport. De raad stelde dat er „geen of minder doden” waren gevallen als de verantwoordelijke ministeries hadden gezorgd voor brandveiligheid. Het Openbaar Ministerie begon een onderzoek, dat los stond van dat van de Onderzoeksraad. Het OM houdt de 25-jarige Libiër uit cel 11 van het cellencomplex verantwoordelijk voor de brand. Hij wordt verdacht van brandstichting. Volgens het radioprogramma Argos, dat inzage heeft gehad in het strafdossier, „rammelt” het bewijs van het OM. Het OM baseert zich op verklaringen van de verdachte zelf, die na de brand tien dagen in coma werd gehouden wegens zijn verwondingen. Zijn „inconsistente en warrige” verklaringen zouden zijn opgesteld toen hij net ontwaakte uit de coma. De verdachte heeft altijd beweerd dat hij een sigaret op bed rookte en de peuk weggooide. Hij zou in slaap zijn gevallen en later zijn wakker geworden omdat het „warm werd” bij zijn hielen.

Het OM stelt dat er sprake is van twee brandhaarden in de cel: een bij het bed en een in de prullenbak. Voor het OM is dat een belangrijke aanwijzing dat de Libiër brand heeft gesticht. Het Nederlands Forensisch Instituut rapporteerde aan het OM dat „gezien de duur en de intensiteit van het vuur” alle „brandpatronen” in de cel „ook afkomstig kunnen zijn van een primaire brandhaard”.

De onderzoeksraad constateerde, na analyse van de brandsporen door de Universiteit van Gent dat „geen relatie met een primaire brandhaard aantoonbaar is”. Proeven met brandende prullenbakken hebben bovendien aangetoond dat zich daaruit geen „zichzelf onderhoudende brand” kan ontwikkelen. Mogelijk, zo concludeert de raad, is de brand ontstaan door een weggeworpen sigaret. En dat is precies wat de verdachte tot nu toe heeft verklaard. Het onderzoek van de raad is daarmee ontlastend bewijs voor El Jaballi, dat de rechter moet meewegen. Het OM is het daar niet mee eens.

Bij de instelling van de Veiligheidsraad heeft Van Vollenhoven er zelf op aangedrongen dat het onderzoek van de raad geen gevolgen heeft voor eventuele schuldige(n). Van Vollenhoven wilde daarmee bevorderen dat betrokkenen vrijuit konden getuigen.