‘Rampzalige’ storm werd geen crisis

De storm was hevig, maar zeker geen nationale ramp, zeggen het Nationaal Crisis Centrum en de NS. Maar op tijd waarschuwen kan veel ellende voorkomen.

Het is de eerste keer dat het Nationaal Crisis Centrum (NCC) een alarmbericht uitgaf, gistermiddag om tien minuten voor vier. Blijf binnen, was het advies. De hevige storm zou nog tot negen uur ’s avonds duren, had het KNMI gemeld. Rijkswaterstaat zag het verkeer op de snelwegen vastlopen, en de Nederlandse Spoorwegen meldden de ene treinuitval na de ander. Het was, zegt de woordvoerder van het crisiscentrum, een waarschuwing. Een voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat het uit de hand zou lopen.

Want het was vervelend gisteren, mensen ondervonden tegenslag, in een enkel geval was het zelfs tragisch, maar van een crisis was geen sprake. Het Nationaal Crisis Centrum, een vierentwintig uur bemande operationele unit op de vijftiende verdieping van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag, komt pas in actie bij een nationale ramp. „Dan moet je denken aan een epidemie met honderden doden, een complete ICT-uitval of een stroomstoring in driekwart van het land.”

Pas dan komt de crisisbeheersing op gang, die, ongeacht het soort ramp, hetzelfde verloopt: eerst komt het interdepartementaal beleidsteam samen. Dat zijn de topambtenaren. En als er echt vergaande maatregelen moeten worden getroffen komt het ministeriële beleidsteam bijeen, de ministers. In crisisjargon heet dat: opschalen.

Maar dat was gisteren, ondanks het weeralarm, het verkeersalarm en het NCC-alarm, niet aan de orde. Burgemeesters, politie, brandweer én zelfstandige bedrijven als de Nederlandse Spoorwegen, Schiphol en KLM blijven bij een noodsituatie als gisteren heel lang zelf de regie voeren.

Rijkswaterstaat gaf gisteren rond het middaguur een verkeersalarm af. Er was, door het weeralarm de dag ervoor, al gezorgd voor een „zwaardere bezetting” bij de verkeersleiding. „Toen vrachtwagens begonnen te kantelden, kwam ook ons kantelpunt”, zegt de woordvoerder. Automobilisten werd geadviseerd om thuis te blijven.

Bij de NS was het railbeleidsteam full scale aanwezig, zegt de woordvoerder daar. Dat team, bestaande uit vertegenwoordigers van de NS (personenvervoer), Prorail (dat het spoor beheert), het goederenvervoer en het Korps Landelijke Politie Diensten, was met vijftien man in het NS-gebouw in Utrecht. Niet dat het gisteren voor de NS een crisis was. „Daar spreken we pas over bij een terreuraanslag, als de situatie onhoudbaar is.” Gisteren was het een calamiteit.

Iets voor zeven uur ’s avonds besloot het team het treinverkeer stil te leggen. Het werd donker, de storm hield aan, in de Randstad waren de treinen al stilgelegd, soms op last van de politie, en in de rest van het land vielen de bomen over het spoor.

Honderden extra servicemedewerkers werden op de stations ingezet om reizigers te informeren en koffie en broodjes uit te delen. Hoe konden al die medewerkers zo snel de stations konden bereiken zonder treinverkeer? „In geval van nood worden kantoormedewerkers opgeroepen. Daar zijn ze voor opgeleid. Ze trekken een hesje aan en gaan de perrons op.”

De woordvoerder van het Nationaal Crisis Centrum is tevreden over het verloop van de dag gisteren. „We hebben geleerd van de sneeuwstorm van het afgelopen jaar toen Nederland dichtslibde.”

Hoewel het geen crisis was, en ook geen ramp, was het volgens de woordvoerder goed dat op hoog niveau is besloten om een alarmbericht te versturen naar de media en de commissarissen van de koningin. „Het is niet uit de klauwen gelopen.”

De site crisis.nl, waar trouwens werd gesproken over een „rampzalige storm”, is 3,5 miljoen keer bezocht, het speciale telefoonnummer 7.000 keer gebeld. Het operationeel team heeft voortdurend de media gescand en met alle betrokken instanties contact gehouden. En dat met niet meer dan de standaardbezetting: twee man.

    • Rinskje Koelewijn