Misschien toch maar even met de veerboot bellen

Als u gisteren ook rond vier uur op straat was, herinnert u zich misschien het moment dat er van alle kanten hagelstenen op u afgevuurd werden, dakpannen in pelotons van de daken afvielen, bomen met wortel en al rondvlogen, de kleine ijstijd aanbrak en de apocalyps zich aankondigde.

Nee? U herinnert zich dat moment niet? Nou, ik wel.

Eerder die dag was ik op weg naar Texel. Ik zou op bezoek gaan bij iemand die ik niet goed ken, en daarom had ik een kilo bonbons bij me. Dat leek me een goede ijsbreker.

In de trein naar Den Helder belde ik met drie mensen. Alle drie zeiden zij: „Vaart de boot naar Texel eigenlijk wel?” Hysterisch vond ik die vraag. Natuurlijk zou de boot varen. Rustig nipte ik van mijn thee, luisterde naar Carla Bruni en keek geamuseerd uit het raam naar een man die zich aan een lantaarnpaal vasthield om niet weg te waaien.

Misschien toch maar even met de veerboot bellen.

De mevrouw van de veerboot meldde dat er weinig boten gingen, en dat ze later op de dag zouden stoppen met varen. Wat definitief. Op het vasteland is er altijd nog een bus of een taxi, of gewoon heel lang lopen. Op een eiland ligt dat anders. Ik zag mezelf zitten in de Texelse haven, in café D’n Oud’n Einder, met een opdringerige matroos die gratis een tatoeage bij me wilden zetten. Ja ja, gratis. Niks is ooit gratis.

Ik ging terug naar Amsterdam. Daar, tijdens de apocalyps verkleed als hagelbui, drong de volle ernst van de situatie tot me door. Overal lagen takken, dakpannen, plantenbakken en roze kinderparapluutjes. (Dat laatste eigenlijk niet, maar het klinkt wel dramatisch.) Onderweg naar huis moest ik schuilen in de hal van een woningbouwvereniging.

Het is opmerkelijk hoe flexibel een compleet onflexibel mens (ik) dan blijkt te zijn. Nog boodschappen halen? Nee, eten was niet belangrijk. ’s Avonds naar die leuke cabaretvoorstelling? Kon echt niet, niks aan te doen. Ik hield me bezig met belangrijker zaken: zou ik in de hal van de woningbouwvereniging kunnen slapen? Zou ik van de krantjes van de woningbouwvereniging een kleine maar stevige boot kunnen vouwen?

Dat hoefde uiteindelijk niet. Ik kwam toch nog thuis. Met mascara op de vreemdste plekken, dat wel. De kachel ging aan. Ik was warm en veilig. En ik had een kilo chocola.

    • Aaf Brandt Corstius