Minder vogels op hoger gelegen pistes

De aanleg van skipistes in het hooggebergte is funest voor graslandvogels.

Ze hebben voedselgebrek.

Skigebieden in de Alpen en elders in Europa breiden uit. Foto AFP Austrian Stefan Falkeis is airborne over the Swiss Alps during a Mens' halfpipe qualification run at the Snowboard FIS World Cup event 24 November 2006 in Saas-Fee. AFP PHOTO / FABRICE COFFRINI AFP

Door de warme winter kampen veel skioorden in de Alpen met weinig sneeuw. De neiging bestaat om uit te wijken naar hoger gelegen pistes. Maar volgens Italiaanse biologen is aanleg en onderhoud daarvan funest voor graslandvogels in het hooggebergte. Dat schrijven onderzoekers onder leiding van Antonio Rolando van de universiteit van Turijn in het januarinummer van het Journal of Applied Ecology.

Rolando’s team deed onderzoek in hooggelegen gedeelten (tussen de 2.000 en 2.800 meter) van skigebieden rond de Susa-vallei en de Aosta-vallei in noordwest Italië. Zowel de diversiteit als het aantal vogels op skipistes boven de boomgrens bleek significant lager dan in onverstoorde almen in hetzelfde gebied. Het gaat hier om soorten als de Europese steenpatrijs, de alpenkraai en de tapuit. Op de graslanden direct naast de skipistes was de vogeldiversiteit op peil, maar was het aantal vogels wel minder dan normaal.

Rolando schrijft in een e-mail dat hij verwacht dat vooral de alpenkraai en de veldleeuwerik beïnvloed worden door skipistes door de almen, „want deze soorten zijn het meest afhankelijk van grasland.” Andere soorten, zoals de zwarte roodstaart, kunnen zich beter aanpassen en vinden zelfs nieuwe nestplaatsen in liftgebouwen.

„Theoretisch zou je verwachten dat hoge skipistes minder nadelig zijn voor de natuur”, schrijft Rolando. Voor de aanleg van pistes boven de boomgrens hoeven immers geen stroken bos worden gekapt, zoals bij laaggelegen pistes vaak gebeurt. Toch blijkt de verstoring aanzienlijk.

Volgens Rolando is dat te wijten aan het voortdurend egaliseren van de pistes in de zomermaanden. Hobbels worden ‘uitgevlakt’ en bosjes omgehakt; alles voor het gemak en de veiligheid van de skiër. Om erosie te voorkomen worden de pistes daarnaast ingezaaid, meestal met matig succes.

De natuurlijke alpiene vegetatie keert nauwelijks terug. Daardoor blijven ook insecten en spinnen weg; het voedsel van veel graslandvogels. Volgens Rolando is voedselgebrek dan ook de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van vogels in skigebieden.

Rolando, naast natuurliefhebber zelf een fervent skiër, pleit nu voor een ‘milieuvriendelijke aanleg’ van skipistes. Daarbij zou men alleen gevaarlijke rotsblokken moeten verwijderen en bodem en vegetatie zoveel mogelijk moeten sparen. Struiken die in de weg staan moeten worden gesnoeid in plaats van gekapt. Ook is er volgens hem veel natuurwinst te behalen door wilde planten van elders te transplanteren naar pas bewerkte skihellingen. In het hooggebergte verloopt spontane herbegroeiing namelijk uiterst langzaam.

Rolando deed zijn onderzoek naar hoge skipistes en vogels in de zomer van 2004 en 2005 in hetzelfde gebied waar in februari 2006 de Olympisch Winterspelen werden gehouden. Het organiserend comité heeft volgens Rolando wel geprobeerd om zoveel mogelijk rekening te houden met het milieu. „Vooral bij het preparen van de pistes zijn ze voorzichtig te werk gegaan”, zegt Rolando. De laatste onderzoeksresultaten kwamen echter te laat om de olympische pistes ook nog vogelvriendelijk in te richten.

    • Sander Voormolen