Michelingids of McDonald’s

Al vinden velen Freedom House erg Amerikaans, haar vrijheidsindex is befaamd.

Deel 2 in serie over internationale organisaties voor mensenrechten en democratie.

Na de moord op Anna Politkovskaja oktober vorig jaar riep Freedom House Rusland op journalisten in bescherming te nemen. Foto AFP A man holds a picture of killed journalist Anna Politkovskaya during human rights rally in central Moscow, 08 October 2006. The execution-style slaying of Russian investigative journalist Anna Politkovskaya, who was almost alone in Russia in reporting human rights abuses during the war in Chechnya, sparked outrage in Russia and abroad Sunday. AFP PHOTO / YURI KADOBNOV AFP

„Klein lettertype en geen plaatjes”, grapte George W. Bush, toen hem afgelopen zomer in Washington naar de Freedom in the World Survey van de Amerikaanse organisatie Freedom House werd gevraagd. De vuistdikke publicatie verscheen deze week voor de 34ste keer.

Zoals elk jaar worden in het rapport de politieke en burgerrechten in elk land beoordeeld met cijfers van 1 (democratisch en vrij) tot 7 (tirannieke dictatuur). De index is „de Michelingids voor democratisering”, aldus The Wall Street Journal.

Het Millennium Challenge Corporation, het Amerikaanse federale agentschap dat jaarlijks vijf miljard dollar verdeelt over verschillende democratiseringsprogramma’s in de wereld, gebruikt de index om te bepalen welke landen het geld het best kunnen gebruiken. Wereldwijd ondersteunen academici en journalisten, ook die van nrc.next, hun publicaties met cijfers uit de index.

André Gerrits, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar democratisering in Oost-Europa, noemt de publicatie van Freedom House nuttig en in principe betrouwbaar. „Maar de indicatoren zijn enigszins ouderwets. Er zijn inmiddels veel meer sophisticated manieren om democratie in kaart te brengen dan in een schaal van 1 tot 7”, zegt hij.

Gerrits verwijst naar de Duitse Bertelsmann Stiftung, die een online-atlas produceerde waarin democratiseringsprocessen in landen op talloze manieren met elkaar vergeleken en in beeld gebracht kunnen worden.

De Freedom House-index is eenvoudiger. De Amerikaanse president moet zich troosten met één illustratie: een driekleurige wereldkaart, met daarop groene ‘vrije’ landen (rapportcijfer 1-2), paarse ‘onvrije’ landen (cijfer 6-7) en gele landen, die middelmatig scoren. Een internationaal gezelschap van wetenschappers, journalisten en landenspecialisten levert de informatie voor de index.

Politieke rechten van de burger worden beoordeeld naar de mate waarin een individu ‘zinvol kan deelnemen aan het politieke proces’. Worden er in een land regelmatig verkiezingen gehouden? Hoeveel oppositiepartijen zijn er? En hoe eerlijk wordt er campagne gevoerd? De burgervrijheid meet Freedom House met indicatoren als vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om te kunnen reizen en het recht op onderwijs.

Dat de cijfers niet voor iedereen heilig zijn, bleek toen Rusland in de index van drie jaar geleden werd gedegradeerd van deels vrij naar onvrij land. De organisatie werd op dat moment voorgezeten door voormalig CIA-directeur James Woolsey die Rusland verschillende malen „fascistisch” had genoemd.

Het Russische ministerie van Buitenlandse wees op het voorzitterschap van Woolsey, én op het feit dat Freedom House subsidie aanneemt van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, iets wat maar weinig ngo’s doen, om hun onafhankelijke positie niet te ondermijnen. „Een negatieve beoordeling van de staat van de democratie in Rusland zal de Amerikaanse regering wel goed uitkomen”, concludeerde Rusland fijntjes. De in Moskou gevestigde Amerikaanse journalist Mark Ames was nog stelliger: „Freedom House wordt geleid door imperialisten. Het is de McDonald’s onder de ngo’s.”

Onderzoeker Gerrits is het ten dele eens met de kritiek. „Rusland scoort in de laatste index lager dan bijvoorbeeld Nigeria op zowel politieke als burgerrechten. Ik vraag me af of dat terecht is. Maar volgens mij wordt een land als Rusland niet zozeer strenger beoordeeld, eerder meer in detail. De verhouding tussen de VS en Rusland ligt politiek natuurlijk gevoeliger. Freedom House is gewoon een erg Amerikaanse organisatie.”

Ook in de deze week verschenen index krijgt Rusland er weer flink van langs: het zou autoritaire presidenten in buurlanden aanmoedigen om critici en de vrije pers aan te pakken.

Directeur Jennifer Windsor van Freedom House verklaart telefonisch: „In de Freedom in the World Survey proberen we de grote trends te laten zien. Rusland is een van de meest kwetsbare democratieën van het moment. Het is heel belangrijk die niet te verliezen.”

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken beschrijft de medewerkers van Freedom House als „verenigd in de mening dat Amerikaans leiderschap in internationale kwesties essentieel is voor de mensenrechten en de vrijheid.” Maar dat de regering in Washington de vrijheidsindex op enigerlei manier zou beïnvloeden, bestrijdt Windsor ten zeerste. „Het is waar dat we geld krijgen van Buitenlandse Zaken, maar dat heeft geen invloed op ons werk.”

Alexander Motyl, Ruslandspecialist, hoogleraar politicologie aan de Rutgers University van New Jersey en een van de eindredacteuren van een speciale Freedom House-publicatie over Oost-Europa, Nations in Transit, zegt altijd onafhankelijk te hebben kunnen werken. „Het bestuur heeft in mijn beleving geen invloed op wat er op de werkvloer gebeurt, of op de scores in de vrijheidsindex.”

Motyl wijt de kritiek op Freedom House aan het huidige politieke tij. „Nu Bush aan de macht is, kunnen wij Amerikanen maar weinig goed doen: als je toevallig iets vindt wat hij ook vindt, ben je in Europese ogen meteen ‘guilty by association’.”

    • Thalia Verkade