‘Liegen is onschuldig’

Omdat hij niet geloofde dat zijn werk ooit door de censuur zou komen, schreef Erlom Achvlediani met een gevoel van vrijheid. Nu leest iedereen hem.

Erlom Achvlediani: ‘De interpretaties van mijn verhalen zijn vaak vergiftigd’ Foto Wato Tsereteli Tsereteli, Wato

De vos geldt al eeuwen als een sluw en leugenachtig dier. Maar lang geleden, zo staat in een kort verhaal van de Georgische schrijver Erlom Achvlediani, was er ‘geen waardiger en vriendelijker wezen op aarde dan de vos’. Totdat op een dag de leugen zich door een list wist te nestelen in de edelmoedige en wijze vos. Toen pas begon de vos te liegen.

„De leugen zoekt zijn slachtoffers uit en slaat toe waar je dit het minst verwacht. Juist doordat de vos zo edelmoedig is wordt hij slachtoffer. De meest zuivere en edelmoedige zielen zijn het meest kwetsbaar voor de leugen”, zegt Achvlediani (1933). De kleine en beweeglijke Georgiër is even in Nederland en België – samen met zijn vertaalster Ingrid Degraeve, een Belgische die in Georgië woont.

Aanleiding voor het bezoek van de schrijver is de verschijning van De man die zijn hoofd verloor, een onlangs verschenen bundel met in het Nederlands vertaalde verhalen waarin veel klassieke fabelthema’s een verrassende wending hebben zoals dat over de vos. Eerder verscheen van Achvlediani Vano en Niko (besproken Boeken 09.07.04), een selectie van in Georgië zeer populaire verhalen over twee vrienden. Achvlediani is met dit al de eerste en enige Georgische schrijver die in het Nederlands is te lezen.

Nou en, kan je denken, wat is Georgië helemaal? Een voormalige Sovjet-republiek met 6 miljoen inwoners, die sinds de onafhankelijkheid in 1991 kampt met een burgeroorlog en ruzie met Rusland. Inderdaad, maar ook een oeroud cultuurland op het breukvlak van Azië en Europa, dat al figureert in de Griekse mythologieën en het vroege christendom. Met een unieke niet-Indo-Europese taal en een rijke literatuur. Met een hoog geschatte cinema, waarin bijvoorbeeld voor het eerst werd afgerekend met de stalinistische terreur in de Sovjet-Unie.

Zowel in de literatuur als in de film van Georgië is Achvlediani een sleutelfiguur. Hij is een cultschrijver, wiens absurdistische verhalen in Georgië worden gelezen door zowel kinderen als intellectuelen. Hij is een scenarioschrijver, die heeft meegewerkt aan klassieke films. Hij is... ,,Ara, ara”, zegt Achvlediani als hij hoort wat hem wordt toegedicht: „Nee, nee, zo belangrijk ben ik niet.”

Hij maakt een bezwerend gebaar en gaat een asbak zoeken in de lobby van het Amsterdamse hotel. „Erlom is bescheiden en verlegen”, zegt Ingrid Degraeve. De levendige vrouw van begin dertig treedt daarom bij het gesprek niet alleen op als tolk maar ook als gids en stimulator van het gesprek. Terwijl Achvlediani in lange betogen cirkels draait om de gestelde vragen, blijft Degraeve hem glimlachend bestoken: „Wacht, ik heb hem bijna waar we hem willen hebben.” En waar willen we hem hebben?

Bij zijn verhalen natuurlijk allereerst: parabels van een tot drie pagina’s waarin ideeën tot in het absurde worden uitgewerkt. Zoals in het ‘Verhaal van een vriendelijke man’, die barmhartig alles en iedereen op zijn ezel laadt; dan vraagt de ezel hem ook op de ezel te laden en dat doet de man. „De verhalen heb ik geschreven voor kinderen om hen op een speelse manier te laten nadenken over filosofische kwesties”, vertelt Achvlediani.

Neem het verhaal over de leugen die met een list de vos in zijn macht krijgt. De vraag die zich opdringt is: is de vos wel verantwoordelijk voor zijn leugens? „Nee”, vindt Achvlediani, „alle leugenaars zijn eigenlijk onschuldig, omdat de leugen zo machtig is. De leugenachtige vos is onschuldig, omdat hij machteloos is.” Het verhaal is geïnspireerd door de bijbel, zegt hij, waarin de mens worstelt met goed en kwaad.

Achvlediani is namelijk als jongvolwassene christen geworden: „Toen ik de bijbel voor het eerst las, was die mij meteen vertrouwd – alsof veel van wat er stond een deel van mij was.” Dat lijkt niet zo vreemd in een land dat al vroeg in de vierde eeuw werd gekerstend, maar onder het communistische regime gold religiositeit als subversief. „Ik heb de bijbel gelezen met jongeren en dat was indertijd al genoeg om voor dissident te worden versleten”.

Perzisch

Aan de gelijkenissen van Jezus heeft Achvlediani de parabelvorm ontleend aan maar niet alleen daaraan. Tijdens zijn studie Perzisch is Achvlediani ook geïnspireerd door de klassieke literatuur van het bijna-buurland „met zijn neiging om metaforen te bedenken.” Zijn verhalen vol dieren en natuurelementen staan daarnaast in de traditie van de Georgische literatuur (zie kader).

De parabelvorm leent zich goed voor versluierde kritiek, maar volgens Achvlediani zijn de verhalen allesbehalve politiek. Is het verhaal over de vos niet ook een commentaar op het door leugens vergiftigde regime van vroeger. ,,Ara, ara”, klinkt het fel. „Dit is een persoonlijke parabel over het wezen van de leugen.” En dan: „Het is wel waar dat het communistische systeem de aanleiding was om vragen te stellen over de leugens, maar het zijn morele vragen geen politieke.”

De felheid van Achvlediani komt voort uit vervelende ervaringen met de autoriteiten, die vaak hebben geprobeerd om hem tot dissident te bestempelen: „De interpretaties van mijn verhalen zijn te vaak vergiftigd door politiek.”

Als voorbeeld noemt hij het verhaal uit Vano en Niko, waarin Niko jager speelt en schiet op Vano die hij voor een vogel houdt. „Georgiërs dachten dat ik ermee verwees naar de zuiveringen van 1937, toe de Stalin-terreur op zijn hoogtepunt was. Later meenden Tsjechische journalisten dat ik refereerde aan de opstand in Praag in 1968”, vertelt Achvlediani. Maar met dergelijke gedachten schrijft Achvlediani niet: „Ik schrijf uit verveling, puur voor mijn plezier.” Zo ontstonden in de jaren vijftig de personages Vano en Niko, de twee vrienden die bijna elkaars dubbelganger zijn en onmogelijke dingen beleven. „Ze zijn gebaseerd op twee goede vrienden, die vaak bij mij kwamen om te drinken en praten. Ik kreeg het idee over hen verhalen te maken en las die aan tafel voor. Ik ging ervan uit dat ze in het totalitaire systeem toch nooit gepubliceerd zouden worden. Godzijdank, zeg ik nu, want ik voelde me daardoor heel vrij.”

Sommige vrienden kregen doorslagen van het typoscript en gaven die weer aan elkaar door. Op een gegeven moment waagde een redacteur het om de verhalen in een satirisch tijdschrift te publiceren. De verhalen werden heel snel een ondergronds succes en zijn dat tot de dag van vandaag. Vertalingen zijn onder meer verschenen in het Russisch, Duits, Tsjechisch en Arabisch. Door de eenvoudige bewoordingen zijn de verhalen geliefd bij kinderen en bij buitenlanders die Georgisch willen leren. Intellectuelen waarderen de absurde wendingen en de taalgrappen.

Toen een vriend en collega-schrijver begin jaren zestig overleed, stopte Achvlediani abrupt met schrijven: „Ik had geen zin meer.” Net in die tijd kwamen Otar Ioseliani en Giorgi Sjengelaia, die later zouden uitgroeien tot twee van de grootste Georgische regisseurs, van de filmacademie in Moskou en klopten bij hem aan. Ioseliani was een groot fan van Vano en Niko en vroeg Achvlediani om het scenario te schrijven voor wat de film April zou worden.

In April richt een jong getrouwd stel zijn huis met meubels, waarvoor een eeuwenoude boom wordt omgehakt. Het stel wordt in het mooie huis steeds ongelukkiger en gooit uiteindelijk de meubels uit het raam. „Het is een sprookje waarin wij commentaar geven op het consumentisme”, zegt Achvlediani. „Otar en ik zaten aan tafel, dronken wodka, praatten en bedachten zo samen het verhaal.”

De meeste scenario’s zou Achvlediani schrijven voor Sjengelaia, zoals voor Pirosmani (1969). Een film over de naïeve schilder Niko Pirosmani die bij zijn leven werd verguisd en nu geldt als de grootste schilder van Georgië. Daarin is de vaak herhaalde sleutelzin: ‘We zijn Pirosmani vergeten’. Een dramatisch element, zegt Achvlediani: „Omdat die steeds wordt uitgesproken als je Pirosmani ziet schilderen aan een van zijn bekendste doeken” – een ‘supra’, een typisch Georgische maaltijd.

Pastorale 1968

Pirosmani markeerde met onder meer De kleur van granaatappels (1968) van Sergej Paradzjanov het begin van de gouden tijd van de Georgische cinema. Poëtische en sprookjesachtige films, waarin onder de pastorale beelden veel kritiek op het communisme schuil ging. „Film was in de tijd van het communisme een vrijplaats voor alle creatieve mensen. Er kon op een of andere manier bij film meer dan literatuur.”

Dat ging overigens niet zo maar, vertelt Achvlediani: „Als de censoren kwamen kijken op de set, leidden we hen om de tuin. Dan namen we brave scènes op die toch niet de film zouden komen. Als de censor weg was, dan filmden we wat we wilden”. De uiteindelijke films waren parabels. „Dat was de enige vorm waarin wij ons verhalen konden vertellen zonder last te krijgen met de censuur. We waren creatief in het vinden van metaforen; een gemaskeerd protest, maar ook een uiting van de oosterse invloed in Georgië.”

Dat neemt niet weg, dat ook films jaren op de plank bleven liggen. April van Ioseliani werd aanvankelijk verboden. Achvlediani: „Otar zei: ‘Misschien moet de film maar verboden blijven. De legende erover zal dan vast veel mooier zijn dan de film zelf’. Inderdaad deden jaren lang de prachtigste verhalen de ronde.”

Hoewel Georgië nu een democratie is, neigen filmmakers nog steeds naar de aloude parabels. Tot ergernis van Degraeve, die doceert aan de Universiteit van Tbilisi: „Dat zoeken naar verheven beelden vind ik nu nogal pathetisch. Georgië heeft behoefte aan filmmakers als de Belgische gebroeders Dardenne die de alledaagse realiteit verwerken tot fictie”. Achvlediani valt haar bij: „De parabelvorm heeft zijn waarde verloren, nu de censuur is verdwenen. Zelf geloof ik dat filmers hier veel kunnen opsteken van de Nederlandse documentaires, zoals die van Johan van der Keuken.”

Maar parabels kunnen nu toch een commentaar zijn op het hedendaagse marktkapitalisme? Neem bijvoorbeeld het verhaal over de man die goede zaken deed en alles verkocht... „Ara, ara”, zegt Achvlediani: „Dat is toevallig een heel autobiografisch verhaal; ooit was ik zelf gedwongen om mijn huis te verkopen. Dat is geen parabel hoor”.

Erlom Achvlediani: ‘De man die zijn hoofd verloor’. Voetnoot, 96 blz. €17,50. ‘Niko & Vano’, Voetnoot, 96 blz. €17,50

    • Karel Berkhout