‘Levende iconen zijn er niet meer’

De kleinzoon van Ghandi en dochter van Martin Luther King jr. zijn in Nederland om het gevecht levend te houden.

‘De nieuwe generatie zoekt rechtvaardiging voor strijd.’

Mahatma Ghandi en Martin Luther King jr. hebben elkaar nooit ontmoet. Maar tussen de twee grote leiders is wel een historische link: Benjamin Elijah Mays, een van de vele zwarte Amerikanen die naar India reisde om Ghandi te ontmoeten. Hij kwam terug als een toegewijde volgeling en werd directeur van een middelbare school, waar hij een King als leerling kreeg. May is van grote invloed geweest op Kings leven en heeft hem onderwezen in de leer van geweldloos verzet.

Ruim zestig jaar later heeft het Nederlandse Rode Kruis Tushar Ghandi (achterkleinzoon) en Yolanda King (dochter) bij elkaar gebracht voor het evenement ‘B the change’. Samen met andere afstammelingen van grote leiders gaan ze morgen in Maastricht jongeren leren hoe ze de wereld kunnen veranderen. Er worden hoorcolleges, masterclasses en cursussen gegeven met als thema verdraagzaamheid. Want, zo vindt het Nederlandse Rode Kruis, de kloof tussen jongeren van verschillende culturen groeit. Aan de vooravond van B the change sprak nrc.next met Tushar Ghandi en Yolanda King.

Mahatma Ghandi en Martin Luther King Jr. inspireren nog steeds miljoenen mensen over de hele wereld. Er is nog genoeg om voor te vechten. Armoede, racisme en politieke onderdrukking bestaan nog steeds. Maar wat opvalt is dat het in onze tijd ontbreekt aan grote, inspirerende leiders zoals uw voorouders? Hoe komt dat?

King: „Er zijn in deze tijd wel voorbeelden van leiders die in de voetsporen treden van onze voorouders. De Dalai Lama en enkele recente Nobelprijswinnaars zoals Muhammed Yunus. Hun strijd is niet zo aangrijpend als die van onze voorouders, want de situatie is minder dramatisch. Er zijn niet meer zulke openlijke vormen van onderdrukking zoals kolonialisme of rassenscheiding, waar onze voorouders tegen vochten. Dat neemt niet weg dat er nog steeds zeer ernstige problemen zijn.”

Ghandi: „Wat meespeelt, is dat onze voorouders de veranderingen hebben teweeggebracht tijdens hun leven. Daar kregen ze al erkenning voor. Bovendien zijn ze op een dramatische manier om het leven gebracht. Daardoor zijn ze iconen geworden, martelaren, die worden vereerd. Veel mensen die nu voor de goede zaak vechten, doen dat achter de schermen. Het effect van hun werk wordt pas opgemerkt als ze weg zijn.”

King: „Dat heeft mijn vader aan den lijve meegemaakt. De laatste drie jaar van zijn leven waren erg zwaar. Zijn strijd riep veel weerstand op en hij werd met de dood bedreigd. Zijn tegenstanders hebben jaren later erkend dat zijn strijd de juiste was. Maar daarvoor moest hij eerst worden doodgeschoten.”

Wellicht is het politieke activisme veranderd. We lijken in deze tijd allergisch voor grote woorden en grote ideeën. Wordt de strijd tegenwoordig niet meer pragmatisch gevoerd, waardoor deze minder mediageniek is?

King: „De problemen van deze tijd zijn meer geïnstitutionaliseerd. Daardoor vereisen de tactieken om de strijd te voeren meer raffinement en creativiteit. Het is niet zo nieuwswaardig om mensen achter de schermen te laten zien die onderhandelingen voeren. Maar door die mensen zetten we wel steeds kleine stapjes vooruit.”

Ghandi: „De tactieken vereisen inderdaad meer creativiteit. Daarbij kunnen we nu een voorbeeld nemen aan mijn overgrootvader. Neem de Zoutmars: uit protest tegen de zoutbelasting liep hij 400 kilometer van Ahmedabad naar Dandi om zelf zout te gaan halen. De Britten dachten dat het de grootste grap ooit was. Maar terwijl hij door India liep, verkondidigde Ghandi zijn boodschap. De mensen die hij tegenkwam, dachten: hoe kan hij de Britten uitdagen door een beetje zout te gaan halen. Zo’n lange tocht maakt toch geen verschil. Maar uiteindelijk het sprak erg tot de verbeelding.”

Dat is wat jongeren tegenwoordig ook denken: het maakt toch geen verschil. Jongeren lijken nog maar weinig betrokken bij de wereld om hen heen. Om een voorbeeld te geven: tijdens de Vietnamoorlog liepen ze mee in grote demonstraties, maar de oorlog in Irak heeft niet hetzelfde effect. Hoe komt dat?

King: „Dat lijkt alleen maar zo. Als ik lezingen hou of scholen bezoek, ontmoet ik veel jonge mensen die net zulke gepassioneerde idealisten zijn als voorheen. Maar het is altijd een klein aantal. Dat was toen zo en dat is nu ook zo. Vroeger waren er meer mensen die zich lieten meeslepen.”

Ghandi: „De nieuwe generatie is meer op zoek naar een rechtvaardiging voor de strijd. Het ontbreekt ze aan een doel of een persoon waardoor ze geïnspireerd worden. Er is geen levend icoon die zoveel charisma heeft dat hij grote menigtes op de been brengt. Ook zijn er geen aansprekende doelen. Daarom is er meer overtuigingskracht nodig.”

U bent hier beiden voor een masterclass. Wat voor verhaal gaat u houden om deze jongeren te inspireren?

King: „Ik zal me concentreren op diversiteit. De verschillen tussen mensen zijn er altijd geweest en zullen blijven bestaan. Maar we moeten ons concentreren op de gelijkenissen. We zijn meer gelijk dan verschillend. Minder dan 1 procent van ons DNA creëert al die verschillen. Ik wil mijn gehoor een spiegel voorhouden. Wat zijn de vooroordelen die jij hebt? We moeten proberen uit ons eigen veilige wereldje te komen. Dat kan soms pijnlijk zijn, maar uiteindelijk zullen we er de vruchten van plukken.”