Koele Finse favoriet danst op sprintnummers

De Finse schaatser Pekka Koskela kent het geheim om wereldkampioen te worden. Hij is dit weekeinde een van de favorieten bij de WK sprint.

Pekka Koskela: „Als ik goed schaats, eindig ik in de top.” Foto AFP Pekka Koskela of Finland (R) leads against Canadian Francois Olivier Roberge in a race of the men's 1,000m division A at the World Cup Speed Skating in Nagano, 09 December 2006. Koskela won the event with a time of 1:09.41 seconds. AFP PHOTO / KAZUHIRO NOGI AFP

Maarten Scholten

Een 24-jarige Finse schaatser bewijst dat ook in deze tijd, waarin elk detail uitvergroot vele malen op tv komt, er nog onbekende favorieten voor een wereldtitel zijn. De Koreaan Kyu-Hyuk Lee, ‘onze’ Erben Wennemars of wellicht de Amerikaan Shani Davis, ja, die kunnen best wereldkampioen sprint worden. Weet iedereen. Maar wie was bij de laatste internationale wedstrijd de beste? Pekka Koskela, met afstand.

De sprinter uit Seinäjoki, driehonderd kilometer ten noorden van Helsinki, won in Nagano in december een 1.000 meter en scoorde over vier sprintafstanden het beste puntentotaal. Eerder dit seizoen was Koskela twee keer de snelste op de 500 meter, in het Chinese Harbin in een tijd onder 35 seconden (34,98). Dat deed alleen de Japanner Keiichiro Nagashima hem na, maar die komt tekort op de kilometer. „Als ik goed schaats, eindig ik in de top”, zegt de Finse favoriet in Hamar.

„Pekka is een koele kikker, een winnaarstype”, zegt Peet van der Meijden, een Nederlandse sportmasseur die de afgelopen drie jaar in dienst was van de Finse schaatsploeg. „Hij kan wereldkampioen worden. Je hebt ervaring nodig om vier goede afstanden te kunnen rijden, dat was in het verleden soms een probleem. Maar nu is hij zover. Het zou fantastisch zijn voor het Finse schaatsen als Pekka wint.”

Schaatsnatie Finland beleefde hoogtijdagen in de jaren twintig en dertig, met als boegbeeld vijfvoudig wereldkampioen Clas Thunberg. Het laatste Finse succes dateert van 35 jaar geleden, toen Leo Linkovesi het WK sprint won, vóór de Rus Valeri Moeratov en Ard Schenk. „Ik kende Leo niet, weet alleen dat hij een paar maanden geleden is overleden”, zegt Koskela. „Het zou leuk zijn hem op te volgen als wereldkampioen. Er is een hele generatie opgegroeid zonder schaatsen. Daarom was de sport in Finland zo goed als dood. Dit jaar kwam er bij het nationaal kampioenschap ineens veel publiek, net als in de jaren vijftig en zestig. Wel duizend man. En de Finse tv doet verslag van het WK. Ik weet niet wat ik meemaak.”

De opleving is vooral te danken aan de sprintsuccessen van Koskela, die in 2005 brons won op de 1.000 meter bij de WK afstanden. „Hij is een echte Fin”, vindt Van der Meijden. „Een stille, rustige jongen, typisch het karakter van een sprinter, op het luie af. Tot het moment dat hij op schaatsen staat, dan volgt een ongekende explosie.” Van der Meijden – begin jaren zeventig al masseur van Linkovesi – prijst vooral de techniek van de sprinter, die een uniek hupje in zijn slag heeft. „Dat zie je bij niemand anders. Pekka danst op het ijs. Heeft hij geleerd van zijn jeugdtrainer, die de stijlen analyseerde van de grote kampioenen en veel overnam van Eric Heiden. Pekka heeft ook een geweldige start. Heel simpel, hij gaat in schaatshouding staan en rijdt weg. Altijd een snelle opening.”

Ook Koskela geeft alle credits aan zijn jeugdtrainer. „Ik werk veertien jaar met hem, hij heeft me alles geleerd en ik dank aan hem dat ik nog schaats. Toen ik op m’n twaalfde uit de selectie van Seinäjoki werd gezet, schreef hij speciaal voor mij een programma, waardoor ik kon terugkomen.”

Een andere steunpilaar is zijn twee jaar oudere broer Pasi, die ook aan de WK deelneemt. „We hebben dezelfde spieropbouw, techniek en manier van denken. Vroeger had hij meer talent. Ik weet zeker dat Pasi veel beter gaat worden.” Voor Koskela telde al vroeg alleen de sprint. „Ik moet het gevoel hebben van snelheid. Ik houd ook van snelle auto’s.”

Vorig seizoen ging het in de aanloop naar de Winterspelen ineens mis met de Finse troef. „Houd het er maar op dat niet alleen de atleten maar ook veel mensen om ons heen zenuwachtig werden”, zegt hij afwerend. „Er heerste onenigheid tussen de groep uit Helsinki en die uit Seinäjoki”, verduidelijkt Van der Meijden. „Die laatste groep werd uit het olympisch dorp gehouden, waardoor voor Pekka zijn vaste begeleiding wegviel. Dat gaf zoveel spanning dat hij niet verder kwam dan een tiende plaats op de 500 meter.”

Afgelopen zomer kreeg oud-schaatser Janne Hänninen de twee kampen op één lijn. Maar op 26 juli sloeg voor Koskela het noodlot toe. Bij een training scheurde de linkerknieband af. Tegen alle voorspellingen van de medici in, stond de sprinter eind september weer op het ijs. „Voor de eerste wereldbekerwedstrijd had ik pas drie weken geschaatst. Ik was wel verbaasd dat het zo goed ging.”

Na zijn opvallende serie wereldbekers keerde Koskela half december terug naar Finland. „Daar heb ik me voorbereid op de WK. Niet ideaal, want ik moest door het slechte weer een paar keer heen en weer vliegen tussen de ijsbanen van Helsinki en Seinäjoki om te trainen. Een goede oefening in rustig blijven. Niet te veel nadenken, just relax. Dat is een van de grootste geheimen om wereldkampioen sprint te worden.”

    • Maarten Scholten