Humor is zachte agressie, bewees hij

De gisteren overleden columnist Art Buchwald vond Washington eigenlijk te saai maar raakte verslingerd aan de poses van politici.

De gisteren overleden columnist Art Buchwald, in 1984 (Foto AP) Columnist Art Buchwald, is seen during interview Oct. 3, 1984, at the St. Louis Marriott Downtown, in St. Louis , Mo. Buchwald, the Pulitzer-Prize winning columnist, made a career out of skewering Washington's elite, then won even wider fame when he chose to let himself die rather than fight for every ounce of life. Now he has had the last laugh. Buchwald died of kidney failure at home Wednesday, Jan. 17, 2007, surrounded by family, nearly a year after he stunned them by rejecting medical treatments aimed at keeping him alive. (AP Photo/St. Louis Post Dispatch) ** NO MAGS NO SALES NO TV SLOUT ** Associated Press

De satirische columnist Art Buchwald is woensdag op 81-jarige leeftijd overleden. Op zijn sterfbed behield hij zijn humor, legde zijn boezemvriend Ben Bradlee, oud-hoofdredacteur van The Washington Post, gisteren uit. Vlak voordat hij zijn bewustzijn verloor, zei Buchwald: „Ik heb natuurlijk geen zin om op dezelfde dag als Castro te sterven.’’

Arthur Buchwald (New York, 1925) was een van de succesvolste columnisten uit de naoorlogse Amerikaanse geschiedenis. Op het hoogtepunt van zijn roem verschenen zijn stukjes in 550 kranten over de hele wereld, vaak met een foto van zijn schalkse hoofd met grove krullen en een zware bril. In 1982 ontving hij de journalistieke Pulitzerprijs. „Als je het establishment lang en hard genoeg aanvalt, vragen ze je vanzelf ook lid te worden’’, zei hij.

Humor is zachte agressie, en Buchwald was daar het levende bewijs van. Op zijn zevende kwam hij erachter dat de wereld krankzinnig was, vertelde hij. Zijn moeder werd kort na zijn geboorte opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hij zou haar nooit meer zien. Zijn vader kon niet voor hem zorgen. Eenzaam en verward verbleef hij in tehuizen, waar hij ontdekte dat grappen de beste manier waren om de pijn van het leven te bestrijden.

Een paar jaar na de oorlog kocht hij een enkeltje Parijs. Hij versierde een plekje in The International Herald Tribune, waar hij in eerste instantie over de Franse keuken schreef. Hij wist niets van haute cuisine, schertste hij later. Het was typerend voor zijn chutzpah, zijn schaamteloze brutaliteit. Hij breidde zijn terrein uit naar het nachtleven en registreerde met milde spot hoe mensen als Hemingway, Duke Ellington, Picasso en Onassis er hun vrije uren doorbrachten.

Zijn boezemvriend Bradlee haalde Buchwald begin jaren zestig over naar Washington te verhuizen. Daar werd het theater van de politiek zijn onderwerp. Buchwald was dol op het hoekige optreden van Richard Nixon, aan wie hij vele columns weidde. Hij vond Washington eigenlijk te saai maar raakte verslingerd van de poses van politici. Tot aan zijn dood bleef hij over ze schrijven – 500 woorden per keer, lichtvoetig geformuleerd, vaak opgebouwd uit dialoogjes.

Buchwald ontleende zijn kracht mede aan de openheid waarmee hij over zijn persoonlijke problemen schreef. Tweemaal, in 1963 en 1987, werd hij getroffen door een depressie die hem op de rand van zelfmoord bracht. Hij schreef erover met zelfspot maar zorgde dat het thema onder de aandacht van een breed publiek kwam.

Zelfspot bleef tot het laatst zijn krachtigste middel. Vorig jaar ging zijn gezondheid zover achteruit dat een van zijn benen gedeeltelijk geamputeerd moest worden. Hij weigerde verdere behandeling en zijn dood leek een kwestie van tijd. Maar hij herstelde, ging zijn column weer schrijven, publiceerde een nieuw boek (hij schreef er ruim dertig), en was vaak op televisie om te praten over zijn onvermijdelijke dood. Of hij naar de hel of de hemel ging wist hij niet, schreef hij in zijn column. „Maar de echte vraag is natuurlijk: wat heb ik hier te zoeken?’’

Een videoboodschap van Buchwald via: nrc.nl/wereld