Herbouwd Kobe kan ramp nog niet vergeten

Japan herdenkt jaarlijks de aardbeving die in 1995 de stad Kobe voor een groot deel verwoestte. Maar velen in de snel herbouwde stad willen de ramp eigenlijk liever vergeten.

Woensdag, veertien voor zes ’s ochtends. Een taxichauffeur zit huilend achter het stuur. Hier en daar komen mensen naar buiten om te bidden of een kaars te branden.

Deze week was het twaalf jaar geleden dat een aardbeving van 7 op de schaal van Richter grote gedeelten van de Japanse stad Kobe met de grond gelijk maakte. De jaarlijkse herdenking van de doden wordt groots aangepakt. Veel inwoners worden aldus extra hard herinnerd aan de grootste naoorlogse ramp in dit land, die aan 6.434 mensen het leven kostte. Bijna 640.000 woningen werden geheel of gedeeltelijk verwoest.

„Vergeten is het beste, maar dat lukt niet”, zegt Moritaro Shimizu, die vergeefs zijn vrouw onder het puin van hun huis uitgroef. Want in tegenstelling tot Shimizu doet de stad er alles aan om de ramp juist niet te vergeten. Vlakbij het stadhuis is een park aangelegd met een monument waarop alle namen staan van de slachtoffers. Er brandt een eeuwige vlam. Ook in veel andere getroffen wijken zijn monumenten, waar herdenkingen zijn gehouden. Al enige jaren wordt er een Memorial Walk gehouden, een lint van mensen dat over een afstand van 25 kilometer de verschillende getroffen locaties met elkaar verbindt. De deelnemers hebben op hun rug allemaal de tekst: Vergeet 17/1 niet.

Elders in Japan wordt deze dag herdacht als rampenbestrijdingsdag. Op scholen moeten alle leerlingen na een intercomsignaal ordelijk een goed heenkomen zoeken op het schoolplein. Tenzij het regent, zoals deze keer, dan mogen ze bij de buitendeur rechtsomkeert maken. Ook bij deze herdenkingen staat ‘niet vergeten’ centraal, maar wat buiten Kobe onthouden moet worden zijn de lessen die van de ramp zijn geleerd.

De aardbeving staat namelijk ook voor het faillissement van het geoliede, moderne Japan. Het zelfvertrouwen had na jaren economische recessie al een flinke knauw gekregen, en de beelden van ingezakte snelwegen en de stilstaande bullet-train – hét symbool van het naoorlogse Japanse economische wonder – maakten de malaise heel erg concreet. Het meest schokkend was echter de volkomen falende hulpverlening. De zelfverdedigingstroepen kwamen veel te laat in actie, Amerikaanse hulp werd afgewezen, informatie was niet voorhanden, en elke coördinatie ontbrak.

Niemand had een grote aardbeving in Kobe verwacht, en in geen enkel Japans rampenplan was men er ooit van uitgegaan dat in één klap de hele infrastructuur kon verdwijnen. Ondertussen werden alle Japanse huishoudens wél voorzien van macabere luchtopnamen van langzaam afbrandende wijken, in de weet dat de zwarte rook de as van vele hulpeloze landgenoten bevatte.

Maar ‘Kobe’ gaf de burger ook enige moed. „Het is ongekend dat bij een ramp van deze omvang de bevolking de winkels niet leeg rooft, maar braaf in de rij gaat staan voor water”, stelt crisismanager Yoshiaki Hishikata. Nog opmerkelijker was het grote aantal mensen dat van heinde en ver toestroomde om wekenlang belangeloos te helpen met het zoeken naar slachtoffers en met puinruimen.

Zo deed het uitheemse fenomeen ‘vrijwilliger’ zijn intrede in de Japanse samenleving. Deze week waren veel vrijwilligers uitgelopen voor wat een beetje hun landdag is, en deed de Memorial Walk af en toe aan een gezellige reünie denken. De optocht kreeg ook maar moeilijk het karakter van een stemmige processie, omdat men vooral door een doodgewoon stedelijk landschap liep. De gapende leegtes en de tijdelijke barakken zijn verdwenen. Kobe is een vitale stad en de wederopbouw is vlot gegaan. Sinds 2000 zit de stad al weer boven zijn oorspronkelijk inwonertal.

Over het algemeen is Kobe er uiterlijk helemaal bovenop en toont het nog frisser en vlotter dan voorheen. Dertig procent van de huidige bevolking is nieuwe aanwas, die de aardbeving niet heeft meegemaakt. En het grootste gedeelte van de oude bevolking lijkt ook gewoon verder te willen.

Een probleem is dat met de succesvolle heropbouw de lessen van ‘Kobe’ ook langzaam vergeten worden. Bij de aardbeving in Niigata twee jaar geleden liep de communicatie tussen leger en plaatselijke gemeentes niet. En aan het laatste tsunami-alarm, vorige week in Hokkaido, gaf slechts acht procent van de bevolking gehoor.

Vergeten blijkt voor velen toch makkelijker dan herinneren, zelfs voor betrokkenen. „Ik zat er midden in”, bekent Hiroshi Oyama, „Maar in mijn nieuwe huis heb ik mijn boekenkasten nog niet gefixeerd en ik heb ook geen overlevingspakket klaar liggen.” En de leiding van het land, ver weg in het seismisch veel gevoeligere Tokio, lijkt Kobe ook vergeten. Premier Abe en zijn LDP hielden op 17 januari gewoon hun partijcongres.

    • Dick Stegewerns