Hannibal had er één

Jona Lendering: Oorlogsmist. Veldslagen en propaganda in de oudheid. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 407 blz. € 22,95

Het is een prachtige en veelbelovende titel, Oorlogsmist. Ook omdat de ondertitel aangeeft dat dit boek, van oud-historicus Jona Lendering, naast veldslagen in de oudheid ook propaganda tot onderwerp heeft. Het beeld van propaganda als mollige mist die hardnekkig over het slagveld hangt en vechtende partijen het zicht op de ander ontneemt, dringt zich op.

Lenderings boek gaat echter in de eerste plaats over wat er daadwerkelijk op het slagveld plaatsgreep. Hij reconstrueert historische veldslagen aan de hand van antieke oorlogsverslagen van onder anderen Homerus, Herodotus, Thucydides en Polybius. Hij citeert hun weergaven van bijvoorbeeld de slag bij Marathon (12 augustus 490) of de zeeslag bij Salamis (480), vult die aan waar mogelijk en corrigeert ze indien nodig. De ‘propaganda’ uit de ondertitel blijkt te slaan op deze teksten: Lendering toont aan hoezeer de verslagen vaak zijn gekleurd door religieuze opvattingen, vooroordelen of belangen van de auteur.

Het voorbeeld van Homerus in het voorwoord is al meteen veelzeggend: waarom lezen we in de Ilias enkel over zwaargepantserde edellieden in strijdwagens aan het front, terwijl het minder zwaar bewapende voetvolk in de strijd destijds ook een belangrijke rol vervulde? Omdat de klassieke dichter zijn verzen reciteerde voor edelen, die zich liever identificeerden met illustere helden van weleer.

Nu was Homerus geen historicus. Maar Lendering laat ook bij geschiedschrijvers als Polybius, Livius en Appianus – de logica van Lenderings keuze voor de Griekse of Latijnse schrijfwijze is niet altijd helder – overtuigend zien hoezeer hun verslag werd beïnvloed door al te veel sympathie of antipathie jegens de betrokkenen. Compassie, bewondering en weerzin klinken door hun weergaven van de strijd, en maken die onbetrouwbaar. Dat gebrek aan betrouwbaarheid wordt in de Engelse journalistiek aangeduid met de metafoor fog of war, oorlogsmist.

Lenderings studie is interessant en goed geschreven, maar erg uitgesponnen. De auteur behandelt ruim dertig veldslagen even grondig, en de herhaling gaat soms ten koste van de leesbaarheid. Maar hij bewijst ruimschoots zijn waarde wanneer hij verschillende weergaven van een historische gebeurtenis vergelijkt en toetst, zoals bij Polybius’ en Livius’ verslag van Hannibals zegetocht via de Alpenpas, in het gezelschap van volgens Lendering uiteindelijk maar één olifant. Met zichtbaar plezier neemt Lendering het onder de loep, combineert literair, historisch en geografisch bewijs en concludeert zo dat de precieze pas waar Hannibal de Alpen overstak anders is dan de meeste oud-historici aannemen, namelijk de Col de Montgenèvre, tussen Briançon en Turijn. Dat dit vraagstuk eigenlijk, zoals Lendering schrijft, ‘van elk belang is gespeend’, maakt je dan al niets meer uit.