Gevecht om de Wallen

Amsterdam wil de Wallen ‘opschonen’. De misdaad is er de laatste jaren volgens het stadsbestuur gegroeid. Enkele seksondernemers procederen tegen de gemeente.

Gewone banken durven zich niet te associëren met de branche, die nog altijd een groezelig imago heeft. De amsterdamse wallen, de gemeente heeft een conflict met een van de grootste raamverhuurders. Dames bieden hun diensten aan op de oudezijds achterburgwal naast de snackbar. prostitutie horeca Budel, Bram

Verdwijnt de raamprostitutie op de Amsterdamse Wallen? Voorlopig niet. Vanmiddag besloot de Amsterdamse rechtbank in een zaak van vier bordeelexploitanten tegen de gemeente dat hun raambordelen open mogen blijven, „zolang de gemeente niet heeft beslist over hun bezwaren”. Daarmee zijn 120 van de 350 ramen in het wereldvermaarde, maar ook omstreden, Red Light District voorlopig gered.

Het middelpunt van dit gevecht om de Wallen is Charles Geerts. Koning van de rosse buurt, seksbaron, bankier van de Wallen en bekend onder de bijnaam Dikke Charles, wegens de 140 kilo die hij lange tijd woog. Eind vorig jaar besloot de gemeente Amsterdam dat Dikke Charles geen vergunning meer krijgt voor de 65 peeskamers die hij verhuurt. Ook drie andere ondernemers die Geerts financiert, samen goed voor 60 ramen, krijgen geen vergunning meer van de gemeente.

De reden? Geerts en de seksondernemers zouden banden hebben met de Amsterdamse onderwereld en mogelijk betrokken zijn bij het witwassen van crimineel geld.

Daarom heeft burgemeester Job Cohen op grond van de wet besloten dat de seksondernemers hun deuren moeten sluiten. „Door wat zich de afgelopen tien jaar heeft voltrokken, heb ik het gevoel dat de aard van de criminaliteit op de Wallen wel heel fors is geworden”, zei Cohen vorig jaar november in Het Parool.

Charles Ludovicus Geerts (63) is sinds de legalisering van de prostitutie in 2000 uitgegroeid tot de grootste seksondernemer op de Wallen. Zijn bedrijf R.J.J. Nijhuis Holding BV bezit zo’n twintig panden op de Amsterdamse Wallen. Indirect heeft hij een financieel belang in ongeveer twintig andere panden.

Via zijn bedrijven verhuurt Geerts zijn ramen per dag(deel) aan prostituees voor een vast bedrag. Zij melden zich bij zijn kantoor aan de Oudezijds Achterburgwal, schrijven zich in en krijgen na betaling van de huursom een sleutel van ‘een raam’ dat geheel is ingericht en voldoet aan de arboregels (Arbeidsomstandighedenwet), die sinds de legalisering van de prostitutie ook voor deze branche gelden. [Vervolg WALLEN: pagina 12]

WALLEN

Gevraagd: ondernemers met netjes gefinancierde bordelen

[Vervolg van pagina 1] Dikke Charles is een hedendaagse souteneur, en volgens hemzelf eentje zoals de wetgever zich dat had voorgesteld. Geerts presenteert zich als een dienstverlener die de faciliteiten levert die vrije ondernemers in de prostitutiebranche nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Prostituees beklagen zich weliswaar over de hoogte van de huur die ze aan Geerts moeten betalen, maar ze zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen.

De verhuur van ramen is een aantrekkelijke handel. Uit de meest recente cijfers die Geerts heeft gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel over het boekjaar 2004 blijkt dat hij in dat jaar een nettowinst behaalde van bijna 1 miljoen euro op een omzet van 4,4 miljoen euro. Het vermogen van Dikke Charles is zo groot dat hij zich heeft ontpopt als een financier van andere seksondernemers in Amsterdam. Casa Rosso, de Bananenbar en verschillende sekswinkels; Geerts financiert de exploitanten, vandaar ook zijn bijnaam ‘bankier van de Wallen’.

Gewone banken durven zich niet te associëren met de branche, die nog altijd een groezelig imago heeft. Geen bank is ook bereid om de aankoop van een bordeel te financieren. Geerts sprong na de legalisering van de prostitutie in dat gat, waarvan bijna niemand beseft had dat het bestond. En dus komen seksondernemers vanzelf bij mensen als Geerts terecht.

Maar de gemeente gelooft niet dat Geerts een nette ondernemer is. Die stelling is gebaseerd op de contacten die Geerts heeft gehad met de in 1991 vermoorde drugshandelaar Klaas Bruinsma. In een omvangrijk justitieel onderzoek naar de organisatie van Bruinsma kwam Geerts in beeld als een van zijn erfgenamen. Uiteindelijk werd Geerts niet vervolgd. Wel trof hij samen met twee partners, voormalig advocaat John Engelsma en oud-bankier Gerard Cok, in 1994 een schikking ter waarde van 12 miljoen gulden, ruim 5 miljoen euro.

Ook later kwam Geerts in beeld bij de politie maar onderzoek naar zijn handel en wandel heeft opnieuw nooit geleid tot vervolging, laat staan een veroordeling. Dikke Charles heeft ondanks zijn dubieuze contacten geen strafblad. Sterker: hij beschikt over een brief van het Openbaar Ministerie waarin wordt gesteld dat Geerts schoon is en er geen beletsels zijn voor banken en de Belastingdienst om zaken met hem te doen.

Toch vindt de gemeente Amsterdam dat er voldoende aanwijzingen zijn dat Geerts niet deugt. Daarbij gaat het, naast de informatie uit de eerder genoemde onderzoeken, om een reeks meldingen van ongebruikelijke contante transacties. En recentelijk ook om anonieme meldingen uit het criminele milieu dat Geerts zich opnieuw met illegale zaken zou inlaten.

De gemeente onderhandelde actief met hem over de verplaatsing van prostitutiepanden. Geerst sloot een prostitutiepand, verkocht dat en kreeg in ruil daarvoor een vergunning van de gemeente voor een pand elders op de Wallen. Iedereen blij. De gemeente kon zo de prostitutie in een bepaald gebied concentreren en Geerts goede zaken doen. Nu vindt burgemeester Cohen dat Dikke Charles uit de stad moet vertrekken.

Met diens vertrek komt de weg vrij voor goede ondernemers om in de seksbranche op de Wallen te stappen, hoopt de gemeente. Ook de financiering moet anders, zei Cohen onlangs. De gemeente Amsterdam wil met banken overleggen over het financieren van seksbedrijven. Want zo ziet Amsterdam dat straks het liefst: een keurige ondernemer die bij een gerenommeerde bank netjes een hypotheek afsluit om een bordeel te beginnen.