‘Filmmakers van nu zijn filmnomaden’

Sandra den Hamer is directeur van het Internationaal Filmfestival Rotterdam dat volgende week begint.

foto Vincent Mentzel Directie Internationaal Filmfestival Rotterdam Sandra den HAMER & Simon FIELD. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==F/C==Rotterdam,27 aug. 2003 Mentzel, Vincent

Nog iets leuks gezien de laatste tijd?

„Meer dan genoeg. Ik heb denk ik zo’n honderd van de honderdvijftig nieuwe films die we op ons festival vertonen gezien. Ik richt mij vooral op onze competitie, de Tigers. In andere categorieën verdeel ik het werk met mijn collega-programmeurs”.

Dit is de derde editie van het festival dat u de enige directeur bent. Dit wordt uw 21ste festival als medewerker. Wat is de belangrijkste ontwikkeling die u zich in de cinema heeft zien voltrekken?

„Dat film is losgekomen van het doek. Het medium film leidt niet meer per se tot een vertoning in een donkere zaal met een groot scherm. De digitale revolutie heeft grote gevolgen voor de productie gehad. Er wordt gewoon veel meer gemaakt. Wij gaven via het Hubert Bals Fonds 10.000 euro aan een Maleisische filmmaakster om haar scenario te ontwikkelen. Zij heeft voor dat geld haar hele film gemaakt! Tien jaar geleden was dat ondenkbaar”.

U krijgt dus steeds meer films aangeboden?

„Als je ziet wat wij hier binnenkrijgen… Mensen maken een filmpje op hun gsm en sturen dat naar ons. Verschrikkelijk soms. Dan roep ik streng: omscholen!”

Is er ook een filminhoudelijke verandering geweest in de afgelopen tien jaar?

„Door de massale emigratie en globalisering is het begrip ‘thuis’ veranderd. Een Chinese maakster die naar Engeland is uitgeweken keert terug naar haar geboortestreek en maakt How is Your Fish Today? Onze Filmmaker in Focus, Abderrahmane Sissako: geboren in Mauretanië, opgeleid in Mali en nu woonachtig in Frankrijk. Je hebt Aneta Letnikova, een Macedonische die woont in Nederland en filmt in Macedonië. Zij kijken daardoor met een zekere afstand naar hun moederland”.

Dat klinkt als een verbetering.

„Dat is het ook, denk ik. Het heeft te maken met de festivalcultuur waarin deze makers groot worden en met de internationalisering van de filmfinanciering die ervoor zorgt dat deze mensen overal kunnen neerstrijken. Ze worden filmnomaden”.

En aan de andere kant heb je festivals en critici die modegevoelig zijn voor nationale trends, zoals met de Roemenen die nu in de schijnwerpers staan.

„Ja, iedereen springt er tegelijk op, net als een jaar of vijf, zes geleden met de Argentijnen. Het risico is dat die aandacht weer wegebt en de makers het dan nog veel moeilijker krijgen dan ervoor”.

Het lijkt me essentieel dat Rotterdam zich niet door mode laat leiden.

„Dat doen we ook niet. Wij kijken en beoordelen film voor film. Daarom word ik altijd moe van mensen die vragen naar het thema van ons festival dit jaar. Het karakter van het festival bepaalt de selectie van de films, niet omgekeerd”.

Heeft u een film aan uw neus voorbij zien gaan die u graag op uw festival had vertoond?

„Aan andere festivals? Ja, er is altijd concurrentie met Berlijn, al valt het wel mee doordat zij een heel andere benadering hebben. Rotterdam is altijd op zoek naar nieuw talent. Berlijn zoekt grote internationale premières. Wij hadden graag Letters from Iwo Jima willen vertonen, van Clint Eastwood. Nu hebben zij die. Maar dat is voor ons geen gevoelig verlies. Drie of vier films die wij wilden vertonen, zijn naar Berlijn uitgeweken. Omgekeerd zijn er ook regisseurs die bewust niet voor Berlijn maar Rotterdam kiezen”.

Welk verlies betreurt u het meest?

„Wolfsbergen van Nanouk Leopold. Die had ik heel graag gehad. Ze gaat nu naar Berlijn. De eerste print is gereed op 5 februari, als ons festival al achter de rug is”.