Feminisme 2

Jolande Withuis noemt Nederlandse vrouwen die hun eigen huishouden willen doen en zelf eten koken `preuts` - alsof het geremd en achterlijk zou zijn om je eigen badkamer te willen dweilen en dat niet over te laten aan een lageropgeleide vrouw. Alsof het een teken van emotionele bevrijding zou zijn om je te onderwerpen aan de vervreemdende mechanisering van onze voedselproductie en in haast een fabrieksproduct in je magnetron te duwen.

Withuis veroordeelt vooral het boek van Christien Brinkgreve en Egbert te Velde Wie wil er nog moeder worden? In dat boek laat Brinkgreve zich kritisch uit over de verschraling van het soort feminisme dat zich slechts richt op positie op de arbeidsmarkt, inkomen en status en niet op de werkelijke behoefte van vrouwen: zestig procent van de Nederlandse vrouwen wil immers werk combineren met een gezin, maar laat daarbij het gezin vóór gaan. Precies dit verschraald en uitgehold feminisme is wat Withuis propageert in haar pleidooi. Dat soort feminisme is een utopie, die een gewenst ontwikkelingsdoel misbruikt als een mal waarin je klakkeloos mensen in allerlei stadia van ontwikkeling kunt persen. Zelfs als die gelijkheid ooit een feit zou kunnen zijn, zou dat hoogstens het eindresultaat zijn van een langdurig cultureel-evolutionair ontwikkelingsproces. Het is onmenselijk om een utopisch doel te projecteren op een levende, diverse samenleving en iedereen die protesteert met suggestieve taal de mond te snoeren. Het advies van Brinkgreve en Te Velde in Wie wil er nog moeder worden? om kinderen serieus te nemen is niet `terug naar af` zoals Withuis stelt, maar wijs en weldadig in een oververhitte, jachtige, kindvijandige prestatiemaatschappij.

    • Lisette Thooft