Europarlement wil toch spoor niet liberaliseren

Het Europees Parlement is er niet in geslaagd plannen voor liberalisering van het spoor in Europa aan te scherpen. Bij de stemming over dit voorstel beschikten de voorstanders vanmiddag over te weinig stemmen. Er was weliswaar een meerderheid, maar een absolute meerderheid van 393 (van de 785 parlementsleden) was vereist. Die was er niet.

Een meerderheid van het parlement wilde wel een rigoureuze liberalisering van het vervoer per spoor in Europa. Concurrentie tussen verschillende bedrijven moet niet alleen op internationale lijnen mogelijk zijn, maar ook op nationale spoorwegnetten.

Hiermee ging het parlement een stuk verder dan de regeringen van de lidstaten. Die willen met ingang van 2010 het internationale lijnennet vrijgeven voor concurrentie. De Europese volksvertegenwoordigers willen daarentegen dat ook het binnenlands treinverkeer per 2017 wordt opengesteld voor verschillende ondernemingen. Bij dit onderwerp heeft het parlement medebeslissingsrecht.

In het Europees Parlement sprak een meerderheid zich gisteren voor verdergaande liberalisering uit. Maar om in deze fase van de besluitvormingsprocedure rechtskracht te hebben was dus een absolute meerderheid nodig.

De uitslag van de stemming betekent dat vertegenwoordigers van het parlement en de lidstaten het in onderhandelingen eens moeten zien te worden over een definitief plan. Maar het mandaat van de vertegenwoordigers van het parlement is beperkt door het ontbreken van een absolute meerderheid.

De Nederlandse Spoorwegen spraken spraken zich gisteren bij monde van president-directeur Aad Veenman uit tegen verdere liberalisering. Hij vreest dat „het evenwicht” in het openbaar vervoer wordt verstoord.