Een potje pesten om de tijd te doden

Gestrande treinreizigers in Utrecht moesten in de Jaarbeurs overnachten. „Als we hier niet kunnen gamen, duiken we de kroeg in.”

Marloes (6) is waarschijnlijk de enige in de Jaarbeurs die aan het begin van de avond al niet meer naar huis wil. Het gaat net zo lekker, ze wint het ene potje pesten na het andere. En als ze hier moet blijven, hoeft ze morgen niet naar school. Bart Aafje, haar vader, heeft zich er al bij neergelegd dat het gezin Zwolle vanavond niet meer gaat halen.

Ongeveer 1.700 gestrande treinreizigers in Utrecht maakten er gisteravond het beste van in de Jaarbeurs en het Beatrixgebouw. Wie een kaartspel bij zich had prees zich gelukkig, een enkeling waagde zich nog door de storm naar het centrum om een boek te kopen voor de lange nacht.

In een afgelegen hoekje hebben vijf vrienden hun laptops in het stopcontact gestoken. Niels Breedijk: „We proberen een netwerk op te zetten zodat we een potje Warcraft kunnen spelen, dan komen we de nacht wel door.” Het draadloze netwerk hebben ze gevonden, maar ze moeten nog een foefje verzinnen om daarvoor niet vijftien euro per persoon te betalen. Niels: „Als het niet lukt dan gaan we de kroeg in.”

Burgemeester Annie Brouwer kwam om kwart voor tien een kijkje nemen. Voor haar begon de stormdag gisterochtend met een hijskraan die op een universiteitsgebouw viel, met zes gewonden als gevolg. Daarna moest een aantal straten in het centrum worden afgezet omdat de dakpannen van het postkantoor vlogen. En toen ging het overal mis; bomen waaiden om, gebouwen werden ontruimd, snelwegen moesten sluiten. En rond drie uur kwam ook het treinverkeer stil te liggen.

Om half elf gisteravond werden de eerste veldbedden de Jaarbeurs ingedragen. Voor zevenhonderd reizigers had het Rode Kruis in Utrecht geen bed, maar wel een slaapzak of deken. „Het was een korte nacht”, meldt Bart Aafje vanochtend vanuit Zwolle. „We werden om half zes wakker gemaakt, toen reden de treinen weer.”

De vijf gamende vrienden zijn uiteindelijk in de kroeg beland. Bij terugkomst in de Jaarbeurs was er geen bed meer beschikbaar. „We hebben maar wat lopen ronddollen”, vertelt Niels Breedijk. „Ik heb vandaag vrij genomen. Je moet toch die kater eruit slapen.”