Een bleke, sponsachtige massa

Zestiende aflevering van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

„De linde is gistermiddag door de storm geveld.” Deze foto is van eind december 2006. Foto Sake Elzinga Nederland - Arnhem - ( Gelderland ) -23-12-2006 Hollandse Linde op het parkeerterrein van het Nederlands Watermuseum. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Op het parkeerterrein van het Nederlands Watermuseum in Arnhem, pal voor de voormalige rentmeesterswoning van Sonsbeek, staat een Hollandse linde. Hij is honderd, honderdtwintig jaar oud, vermoedelijk de laatste van een rijtje leilinden, vijftig jaar geleden nog eens getopt en daarna uitgegroeid tot de markante verschijning die hij is.

Het museum ligt daar ondergronds. Toen in 1999 de tekeningen op tafel kwamen, was die linde verdwenen. „Maar wij”, zegt Jeroen Glissenaar (sprekend voor de gemeente), „wilden hem koste wat kost behouden. Die boom was goed.” De plannen werden aangepast om de worstel te ontzien. Dat vergt geen ingewikkeld rekenwerk – de omtrek van het wortelstelsel van een boom is gelijk aan de omtrek van zijn kroon.

Inmiddels is het museum open en de boom toch aan zijn eind. Nadat al eerder de dikrandtonderzwam was verschenen, kwam hij vorig voorjaar moeilijk in het blad. „Ik vond hem te transparant”, zegt Glissenaar.

„Maar dat kun je niet menen”, zeg ik.

„Dat is een ervaringsgegeven.”

„Er kán iemand naast je staan die zegt: ik vind hem helemaal niet te transparant.”

„In dit geval”, zegt Glissenaar, „stond mijn chef naast me en die was het met me eens.” Nu waren er in de hitte van juli wel meer bomen die slecht in het blad zaten, maar die herstelden zich in de regen van augustus. Deze linde niet.

En in oktober: volop tonderzwam. Die steekt dan zijn vruchtlichaam best mooi naar buiten, maar doet verwoestend werk van binnen: het hout in de stam verandert in een bleke, sponsachtige massa waar je het water uit kunt knijpen. „En het meest verontrustende”, zegt Glissenaar, „is dat hij daar volkomen passief onder bleef.”

„Hoe had hij zich moeten verweren dan?” „Hij had waterlot kunnen vormen. Of compensatiehout op de wortelaanzet, om zichzelf te verstevigen.”

Het uitwendige van de boom maakte hem kortom steeds wantrouwiger over het inwendige. Breukvastheidsonderzoek – daar zijn allerlei bureautjes voor. „Persoonlijk”, zegt Glissenaar, „werk ik graag met mensen die ook eens durven zeggen: laat hem maar staan, die boom.”

„Omdat kappen altijd het veiligste is”, begrijp ik. „Maar zo zal je wethouder er ook wel over denken. Want de gemeente is aansprakelijk als hij uit zijn broek gaat, die boom.”

„De wethouder”, verzekert Glissenaar, „vertrouwt op onze deskundigheid. Daar hebben we geen klagen over.”

Dan neemt hij het eerste onderzoeksrapport met me door. Die en die metingen verricht, die en die feiten in aanmerking genomen, conclusie: de boom is niet meer veilig. En, omdat het zo’n markante boom is (was), nog een contra-expertise. Conclusie: kappen of kandelaren. Dan zet je hem op een meter of vier kaal, dan hou je een knotlinde over. „Maar wij willen van Sonsbeek geen tehuis voor invalide bomen maken.”

„Mag je nu”, vraag ik, „zeggen dat de bouw van het Watermuseum hem toch fataal geworden is?”

„In ieder geval”, zegt Glissenaar, „heeft hij toen een flinke tik gehad.” Een bouwput van 25 meter diep, zware bronbemaling. Je kunt je niet voorstellen dat dat geen blijvende gevolgen heeft gehad voor de grondwaterstromen. En er zijn natuurlijk wel eens bouwmaterialen onder de boom opgestapeld (mensen zetten dingen nu eenmaal graag onder een boom). En een nieuwe verharding van het parkeerterrein. En, dat speelt ook een grote rol, er komen jaarlijks duizenden en duizenden mensen langs die boom – als hij ergens achteraf stond, kon je hem gewoon aan zijn lot overlaten.

„Het blijft iets ellendigs”, zeg ik. „Het kappen van een boom, dat heeft toch veel weg van een executie.”

„Ik kijk er niet graag naar”, zegt Glissenaar. „En ik besef heel goed... ik ben 33 en ík zeg tegen zoiets ouds: het is einde oefening, jongen.”

(Vanmorgen even gebeld: de linde is gistermiddag door de storm geveld. Mensen en auto's tijdig uit de buurt, maar aanzienlijke schade aan een gebouw met de verwarmingsinstallatie van het Watermuseum. Nu hij plat lag kon je zien dat de stam aan de onderkant inderdaad voor meer dan de helft verrot was.)