Dikke Charles, bankier van de Wallen, moet weg

Amsterdam wil nette ondernemers op de Wallen.

Maar veel ramen worden nu nog gefinancierd door Charles Geerts, omstreden koning van de rosse buurt.

Verdwijnt eenderde van de raamprostitutie op de Amsterdamse Wallen?

Bij de Amsterdamse rechtbank dient vandaag een zaak van vier bordeelexploitanten tegen de gemeente. De uitkomst kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van het Red Light District. Wint de gemeente dan gaan ruim 120 van de 350 ramen dicht – op zwart, zoals het heet.

De spil in het gevecht is seksbaron Charles Geerts. Koning van de rosse buurt, bankier van de Wallen en beter bekend onder de bijnaam ‘dikke Charles’, vanwege de 140 kilo die hij lange tijd woog.

Eind vorig jaar trok Amsterdam de vergunningen in van de 65 peeskamers die Geerts verhuurt. Ook drie andere ondernemers, samen goed voor 60 ramen, kregen geen vergunning meer. Hun panden worden door Geerts gefinancierd.

De gemeente Amsterdam maakt gebruik van de vijf jaar oude Wet BIBOB, die het mogelijk maakt vergunningen te weigeren aan bedrijven die worden verdacht van criminele activiteiten. De wet kan ook worden ingezet tegen ondernemers die de herkomst van de geldstromen in hun bedrijf niet kunnen verklaren.

Geerts en de seksondernemers die hij financiert, zouden banden hebben met de Amsterdamse onderwereld. Mogelijk zouden ze betrokken zijn bij het witwassen van crimineel geld.

Waarom treedt het stadsbestuur dan nu pas op? Omdat, zei burgemeester Job Cohen vorig jaar in Het Parool, de maat vol was. In tien jaar tijd had hij de Wallen zien veranderen. De burgemeester had het gevoel „dat de aard van de criminaliteit op de Wallen wel heel fors is geworden”.

En dat heeft veel te maken met Charles Ludovicus Geerts (63), de man die sinds de legalisering van de prostitutie in 2000 is uitgegroeid tot de grootste seksondernemer op de Wallen. Zijn bedrijf, R.J.J. Nijhuis Holding BV, bezit er zo’n twintig panden. Indirect heeft hij nog een financieel belang in ongeveer twintig andere panden op de Wallen.

Geerts heeft geen prostituees in dienst. Hij verhuurt zijn ramen per dag(deel) aan hen voor een vast bedrag, naar verluidt zestig euro overdag en honderd per nacht. De prostituees melden zich bij zijn kantoor aan de Oudezijds Achterburgwal, schrijven zich in en krijgen na betaling van de huursom een sleutel van een raam. De kamers zijn ingericht en voldoen aan de Arboregels die sinds de legalisering van de prostitutie van kracht zijn.

Charles Geerts is geen souteneur vindt hij zelf, maar een seksexploitant zoals de wetgever zich had voorgesteld. In eigen ogen is hij een dienstverlener, die tegen een vaste prijs de faciliteiten levert die vrije ondernemers in de prostitutiebranche nodig hebben voor hun werk. De huren zijn hoog, klagen de prostituees. Maar, zegt Geerts, ze zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen.

En de zaken gaan goed. Uit de cijfers over het boekjaar 2004 (de meest recente die Geerts bij de Kamer van Koophandel deponeerde) blijkt dat hij op een omzet van 4,4 miljoen euro een nettowinst haalde van bijna 1 miljoen.

Toen de prostitutie in 2000 werd gelegaliseerd, konden seksexploitanten naar de bank om hun activiteiten te financieren. Maar geen bank wilde zich met de branche inlaten. Geerts sprong in het gat, waarvan bijna niemand zich had gerealiseerd dat het zou ontstaan. Hij trad op als bankier voor andere seksexploitanten. Casa Rosso, de Bananenbar en verschillende sekswinkels leenden geld bij hem.

Maar de gemeente Amsterdam gelooft niet dat Geerts een nette ondernemer is. Hij zou contacten hebben gehad met de in 1991 vermoorde drugshandelaar Klaas Bruinsma. In een omvangrijk justitieel onderzoek naar de organisatie van Bruinsma kwam Geerts in beeld als één van diens erfgenamen. Geerts werd verdacht van dubieuze financiële transacties, maar tot een vervolging kwam het niet. Met twee zakenpartners, voormalig advocaat John Engelsma en oud-bankier Gerard Cok, trof hij in 1994 een schikking met justitie. Samen betaalden ze 5 miljoen euro.

Later kwam Geerts opnieuw in beeld bij de politie. Maar nooit leidde onderzoek naar zijn handel en wandel tot vervolging. Geerts heeft geen strafblad. Sterker nog: hij beschikt over een brief van het Openbaar Ministerie waarin staat dat hij ‘schoon’ is. Wat justitie betreft mogen banken zaken met hem doen.

Amsterdam ziet het anders. Voor de gemeente tellen behalve de vroegere politie-onderzoeken ook een serie ongebruikelijke contante transacties en, recent, anonieme meldingen uit het criminele milieu dat Geerts zich met illegale zaken inlaat.

Als Geerts vertrekt, maakt dat volgens Amsterdam de weg vrij voor bonafide ondernemers. De gemeente wil met banken overleggen over het financieren van seksbedrijven. Dan worden de seksexploitanten eindelijk ondernemers van onbesproken gedrag, die bij een gewone bank een hypotheek afsluiten voor hun bordeel.

    • Jan Meeus
    • Tom Kreling