De vele stenen ismen

Vittorio Magnago Lampugnani( red.): Lexicon van de architectuur van de twintigste eeuw. SUN, 575 blz. € 49,50

Als directeur van het Duitse architectuurmuseum in Frankfurt wilde Vittorio Magnago Lampugnani (1951) de Duitse architectuurgeschiedenis herschrijven. In de jaren negentig van de vorige eeuw liet hij met een reeks grote tentoonstellingen zien dat de 20ste eeuw niet alleen het modernisme van het Bauhaus en zijn erfgenamen had voortgebracht, maar ook ‘de andere modernen’, zoals hij traditionalisten als Paul Schmitthenner en Heinrich Tessenow noemde. Zelfs het neoclassicisme uit de nazi-tijd (1933-1945) wilde hij een plaats geven in de Duitse architectuurgeschiedenis.

Lampugnani’s Lexicon van de architectuur van de twintigste eeuw uit 1998, nu in het Nederlands verschenen in een herziene en uitgebreide versie, staat ook in het teken van de herschrijving van de architectuurgeschiedenis van de 20ste eeuw. ‘Ook al was de Moderne Beweging zonder meer een centrale en bijzonder vruchtbare tendens, haar aanspraak op hegemonie was ongegrond’, schrijft Lampugnani, docent aan de Eidgenössische Technische Hochschule in Zürich. Het modernisme is slechts een van de vele stromingen in de 20ste-eeuwse architectuur die een veelzijdige geschiedenis kent, vol tegenstrijdigheden, zo legt hij uit in het voorwoord. Naast de ‘moderne beweging’ hebben rationalisme, expressionisme, historisme, traditionalisme, classicisme en nog een paar ismes dan ook uitgebreide lemma’s gekregen in zijn lexicon.

Behalve aan architectuurstromingen zijn ook artikelen gewijd aan afzonderlijke landen. Aan grote architectuurlanden als Duitsland, Nederland, Rusland en Frankrijk, maar ook aan Hongarije en Tsjecho-Slowakije (alsof dat nog bestaat). China en Japan zijn niet vergeten, maar Afrikaanse en Arabische landen ontbreken, evenals een reuzenland als India . Het overgrote deel van de meer dan 500 lemma’s, geschreven door een groot aantal historici uit vele landen, is gewijd aan westerse architecten en de meeste van de 600 afgebeelde gebouwen staan in Europa of Amerika. Voor Lampugnani is architectuur in de eerste plaats toch westerse architectuur.

Overeenkomstig Lampugnani’s opvattingen over de 20ste-eeuwse architectuur is de traditionalist Tessenow bijna evenveel woorden waard als de modernist Ludwig Mies van der Rohe. Aan het werk van de Duitse hedendaagse classicist Hans Kollhoff worden meer woorden gewijd dan aan Nederlands beroemdste architect Rem Koolhaas. De nazi-architectuur komt er bekaaid af, ondanks Lampugnani’s pleidooi van indertijd. Alleen aan Albert Speer worden een paar woorden gewijd, op de neutrale, zakelijke manier die het hele lexicon typeert. Speer wordt niet afgeschilderd als een verwerpelijke megalomaan. ‘Speer werkte in een droog en sober classicisme dat steeds meer aan kwaliteit verloor naarmate de projecten gigantischer werden’, staat er eenvoudigweg.

    • Bernard Hulsman