De PSV’ers

„Ja jongens, het was me weer een oergezellige toestand, daar bij de warmste club der natie. Uit alle streken waren onze helden teruggekeerd op het nest, uit Brazilië, uit Ecuador en Peru, maar ook uit naburig België. Allen hadden zij een geweldige zin om er in de tweede seizoenshelft weer tegenaan te gaan, jongens nog aan toe! En allen waren één en al oor tijdens de nieuwjaarstoespraak van de nieuwe voorzitter, de weledelgestrenge heer Frits Schuitema. Niemand buiten Eindhoven die ooit van deze heer Schuitema had gehoord, of wilde weten, maar dat maakte de PSV’ers toch niets uit! Een dergelijke onverschilligheid aangaande hun club waren ze wel gewend.”

Zo ongeveer, schat ik, zou jeugdboekenschrijver J.B. Schuil (1875-1960) de huidige toestand van PSV omschrijven. Hij zou er alle reden toe hebben. Een eigentijdse variant op De AFC’ers uit 1915 zou eerder in Brabant geschreven kunnen worden dan in Amsterdam. Net als in een jongensboek is PSV niet groter en sterker, maar wel slimmer dan ‘020’. De rollen lijken daarmee omgedraaid. Ondanks het onvermijdelijke in- en uitvliegen van voetballers heeft PSV tegenwoordig wél een identiteit, gebaseerd op Brabantse gezelligheid en modern zakendoen, en is Ajax eerder de club van het grote en verkeerd bestede geld.

„Met een voortreffelijke eendracht slaan de PSV’ers zich door de huidige jaargang”, zou J.B. Schuil vervolgen. „En zij doen dat precies door zich niets aan te trekken van spelopvattingen die men elders in den lande zeer belangrijk acht. In tal van steden waart de geest van Johan Cruijff, en die zegt dat U met drie aanvallers zult aantreden, en zelf topspelers zult opleiden en verder te allen tijde ‘dominant’ zult zijn omdat U anders hoon verdient.”

Van die geest hebben de PSV’ers geen last. Bovendien, die hoon krijgen ze toch wel. Dat Voetbal International de waardering van het Eindhovense kijkspel inschaalt op het niveau van Excelsior en Heracles vermag de PSV’ers niet uit hun evenwicht te brengen. Met een virtuele pendelbus wordt de ene nondescripte Zuid-Amerikaan na de andere afgeleverd, en de fans vinden het best zolang het tot kampioenschappen leidt.

Geen uitstraling? Best wel, kijk maar naar de ranglijst.

In plaats van hoogdravend te palaveren over dominant veldspel oefenen de PSV’ers ijverig voort op corners en vrije trappen. In Eindhoven zijn standaardsituaties niet minderwaardig. Je kunt er namelijk mee winnen. De PSV’ers zijn de Duitsers en Italianen van Nederland. Vaak niet mooi, wel een gezond contrapunt in onze eenzijdige voetbalcultuur.

Straks tillen ze weer de schaal boven hun hoofden en knarsetandt de rest van het volk, voor de derde keer op rij. Met J.B. Schuil zal men de daaropvolgende dag in Eindhoven zeggen: „Een luid hoera! weergalmde door de zaal.”