De nazi in de rolstoel

Michael Krüger: Het verkeerde huis. Vertaald door Vertaling: Marion Offermans. De Bezige Bij, 192 blz. € 17,90

Sommige boeken passen te goed. Vaak zijn dit boeken die de stand van de beschaving met milde ironie becommentariëren. Het lezen wordt dan een theekrans van verbroedering, waarbij schrijver en lezer elkaar voortdurend op de schouders slaan. Op het eerste gezicht lijkt Het verkeerde huis van de Duitse schrijver Michael Krüger ook zo’n amusante, op maat gemaakte roman te zijn.

De humor ligt al snel op de loer als de (naamloze) verteller een cultuurpessimist blijkt te zijn. Hij vindt vrij veel ‘vulgair’, verwerpt de jacht op succes en weigert richting aan zijn leven te geven. Voor een Zuid-Duitse krant schrijft hij de zorgvuldig geformuleerde rubriek ‘Het politieke boek’ en artikelen met titels als ‘Rolprenten van het geluk’. In zijn vrije tijd werkt de verteller aan een verhandeling over de jezuïetenstaat in Paraguay uit de 18de eeuw, waarbij hij ook ingaat op de gewoonten van de indianen – ook al een beschaving die verdwenen is. ‘Waarom maakten de mensen zoveel ophef over zichzelf?’, vraagt hij zich af. De theoretische problematiek die hier wordt aangesneden ronkt aanvankelijk niet van urgentie.

De omslag in zijn leven vindt plaats als de verteller voor de krant een congres voor de Vereniging van bibliothecarissen in Hamburg bezoekt. Bij toeval raakt hij verzeild in een nabijgelegen huis. Op het eerste gezicht lijken de bewoners hiervan de moderne archetypen van het computerspelletjes spelende jongetje en de zenuwzieke nouveau riche-blondine te zijn. Maar al snel openbaart het huis zich als een biotoop van het menselijk lijden. Het gezin steunt onder de praktijken van een schoonvader en oud-nazi in een rolstoel, die de destructie van het gezin heeft ingezet. Op dezelfde nauwgezette manier waarop de verteller de indianen in zijn boek beschrijft, doet hij in Het verkeerde huis verslag van de gedragingen en de absurde achtergrond van de bewoners.

Op de psychologie van de personages in het huis wordt nauwelijks dieper ingegaan. De bewoners blijven verscholen achter zonnebrillen en de groteske verhalen van hun voorgeschiedenis. Hun huidige leven is allang geen verhaal meer, maar een beeld van het lijden dat door Krüger in schrijnende variaties wordt verbeeld. Door de ondoordringbare kracht van deze beelden verdwijnt de afstandelijke houding van de verteller. Een bedachtzame reconstructie van de gebeurtenissen is de enige manier waarop hij de controle kan herwinnen. Het verkeerde huis laat uiteindelijk zien hoe de wereld niet kan worden weggewoven in de abstractie categorieën waarmee de verteller begon. De zorgvuldige zinnen uit de roman worden langzaam ontmaskerd als pogingen tot de zelfbeheersing die nodig is om de chaos te bezweren.

    • Merel Leeman