De lach is een geschenk aan het volk

Roemeense films winnen prijs na prijs en zijn binnenkort ook in Nederland te zien. Het Filmfestival Rotterdam, dat 24 januari begint, wijdt er een ‘special’ aan. In Roemenië zelf maken de filmmakers ruzie.

Christian Puiu foto AFP TO GO WITH AFP STORY "Critics say Romanian film aid biased against artists, outsiders" Romanian film director Cristi Puiu gestures during an interview with AFP, 28 December 2006. Romanian film makers and producers meet world standards but Cristi Puiu, an acknowledged local enfant terrible says the national subsidy deck is stacked against outsiders and those who put art before profits. AFP PHOTO DANIEL MIHAILESCU AFP

‘Ze haten mij”, zegt Cristi Puiu. „Allemaal. Ik hoor er niet bij. Ik heb er nooit bij gehoord”. Puiu (40), de beste regisseur én het enfant terrible van de moderne Roemeense cinema, schuift de doos met kerstballen van zijn tafel en zet een pot muntthee neer. Zijn dochtertje van acht gaat even slapen, dus doet hij de schuifdeuren dicht. „Life is so short, fuck! Waar zijn ze hier bang voor? Er is toch geen Hitler of Stalin meer? Ze worden heus niet tegen de muur gezet als ze protesteren. Niks, niemand. Niemand heeft me gebeld, alleen Corneliu Porumboiu. Ik snap niet wat ik heb gedaan. Wat heb ik gedaan?’’

Ik was naar Roemenië gereisd in de vaste overtuiging louter blije jonge filmmakers tegen te komen. Hebben regisseurs en cinefielen daar niet alle reden tot vreugde? Ineens verschijnt de ene na de andere interessante Roemeense film. En ze zijn niet onopgemerkt gebleven. Dit is een lijstje prijzen van alleen nog maar de belangrijkste Europese festivals van de laatste drie jaar.

2004, Berlijn: Gouden Beer voor korte film: Un cartus de kent si un pachet de cafea (Cigarettes and Coffee) van Cristi Puiu.

2004, Cannes: Gouden Palm voor korte film Trafic van Catalin Mitulescu.

2005, Cannes: Un Certain Regard-prijs voor Moartea domnului Lazarescu (The Death of Mr. Lazarescu) van Cristi Puiu.

2006, Cannes: Gouden Palm voor actrice Dorotheea Petre in Cum mi-am petrecut sfârsitul lumii (The Way I Spent the End of the World) van Catalin Mitulescu.

2006, Cannes: Gouden Camera voor A fost sau n-a fost? (12.08 East of Bucharest) van Corneliu Porumboiu.

In Nederland stonden we al op de banken toen Guernsey van Nanouk Leopold in 2005 was uitgenodigd om in Cannes te worden vertóónd.

Niet voor niets organiseert het Filmfestival Rotterdam, dat volgende week begint, ‘Hotspot Boekarest’. Niet voor niets wijdt het Filmmuseum in februari een programma aan de jonge Roemeense cinema. Maar Cristi Puiu zit als een gekooid dier in zijn kamer, wippend op zijn stoel van opwinding. Aan de enige muur die niet van bodem tot plafond is bedekt met boeken of cd’s, hangt een schilderij van zijn hand, een rode koffiepot tegen een ivoren achtergrond. De enige vraag die hem, en zijn collega’s, bezighoudt: zal hij ooit nog een film maken in Roemenië?

Vlak voor Kerst is de Roemeense

filmwereld ontploft. Het Centrul National al Cinematografiei (CNC), het Roemeense Filmfonds, organiseert eens per jaar een ‘contest’ waarin alle filmprojecten naar subsidie dingen. Cristi Puiu had dit jaar twee treatments ingestuurd – allebei afgewezen. Razvan Radulescu, scenarioschrijver van Lazarescu, Radu Munteans The Paper Will Be Blue en vele andere films, had vier projecten in competitie. Drie ervan zijn afgewezen en de vierde, een film van Radu Muntean, is volgens Radulescu alleen toegewezen om de schijn op te houden dat ook de jonge, artistieke makers aan hun trekken zijn gekomen. „De commissie is totaal niet geïnteresseerd in onze scripts of onze films’’, zegt Radulescu.

Grote winnaar van de wedstrijd werd de oude rot Sergei Nicolaescu, de 77-jarige filmmaker die, ongestoord door de censuur, historische drama’s filmde in de Ceausescu-jaren. Zijn films zijn almaar potsierlijker en onbeduidender geworden. Toch is Nicolaescu de enige Roemeense regisseur van wie een speciale dvd-reeks is uitgebracht, met zijn naam op een gouden fond. En toch kende de staat Nicolaescu de hoofdprijs toe bij de laatste wedstrijd: 600.000 euro. Lazarescu is voor 400.000 euro gemaakt.

De simpelste conclusie lijkt dat er in Roemenië sprake is van een generatieconflict. Dat verklaart waarom de al te koddige, plechtige of domweg amateuristische cinema van regisseurs als Nicolaescu, Mircea Daneliuc, Marius Barna en Catalin Saizescu zorgvuldig wordt beschermd door de gevestigde orde. Maar als dat het enige was, waarom scharen de andere jonge filmers zich dan niet achter het vaandel van Cristi Puiu?

Tot 2001 was het overzichtelijk, dat wil zeggen de Roemeense cinema was vrijwel onzichtbaar buiten de grenzen, op het werk van de oude Lucian Pintilie (73 inmiddels) na. Dat jaar verscheen de eerste lange film van Cristi Puiu, Marfa si banii (Stuff and Dough). Dat was een keerpunt, zegt regisseur Tudor Giurgiu. „De bureaucraten hadden er meteen de pest aan. Er werd in gevloekt. De jonge hoofdrolspelers verdienen hun geld met duistere zaakjes. Wat ís dit voor film, dachten ze. Maar wij herkenden het meteen. Dit was een film voor nu, die ons direct aansprak in een taal die we kenden. Dicht op de personages gedraaid en met intelligente montage. En hij werd in het buitenland opgemerkt.” Puiu won prijzen op tal van internationale festivals en dat gaf de andere jonge filmers moed. „Cristi is de pijler van de constructie waar de hele jonge cinema op rust”, zegt Giurgiu

Van de jonge regisseurs

die hier aan het woord komen, is Tudor Giurgiu de meest diplomatieke. „Je moet het systeem van binnenuit veranderen’’, zegt hij in de directeurskamer van staatsomroep TVR, terwijl op acht schermen in zijn ooghoek de hele Roemeense televisie opflakkert. Misschien is Giurgiu (34) zo diplomatiek doordat hij op dit moment even geen filmer is, maar directeur van TVR. Bovendien zit hij in het bestuur van de in 2004 opgerichte vereniging voor regisseurs, bedoeld als bolwerk van de jonge garde, en is hij de oprichter van het Transsylvaans Filmfestival dat jaarlijks in Cluj wordt gehouden. Zijn eerste en voorlopig laatste film was het veelgeprezen Ligaturi bolnavicioase (Lovesick) uit 2004. Hij gaat wel weer filmen, zegt hij. In de zomervakantie wil hij aan de slag met een digitale camera en jonge acteurs. Half script, half improvisatie.

De bundeling van filmtalent in zijn generatie noemt Giurgiu een „speling van het lot”. Alleen onze leeftijd komt overeen, zegt hij. Opleiding, achtergrond en geboortestreek verschillen allemaal. Het Roemenië van na Ceausescu was hun broedplaats. „Wij zijn opgegroeid in een fascinerende tijd. We werden net volwassen toen in 1989 het communistisch regime werd afgezet. Ik was mij aan het voorbereiden op een studie medicijnen. Film als beroep kwam toen helemaal niet in je hoofd op. Dat was een doodlopende straat, die leidde naar lege kostuumfilms. Je zag nooit iets interessants”.

Dat veranderde in de vroege jaren negentig, toen de jonge studenten hun honger naar verboden films stilden met gekopieerde videobanden. Daar, zegt Giurgiu, werd het zaad gezaaid voor de films van nu. Het culturele leven van Boekarest – eind negentiende eeuw het Parijs van de Balkan genoemd – laait weer op. De creatieve sector bloeit. Giurgiu was maker van videoclips voor hij zijn eerste speelfilm regisseerde. Radu Muntean maakte commercials.

Dat is de ontwikkeling in Roemenië, zegt Giurgiu, en die kan niet worden teruggedraaid, ook niet door het CNC. „Het is een biologisch gegeven. Deze dinosaurussen hebben het al verloren, maar ze weten het nog niet.”

Radu Muntean (35) ziet eruit

alsof hij wel een paar dinosaurussen aan kan. Zware onderarmen steken uit zijn lichtblauwe T-shirt, onder en boven zijn gezicht heeft hij zwart stekeltjeshaar. Hij prikt in de augurkensalade die hij heeft besteld. Veel honger heeft hij niet. Hij heeft vandaag een commercial gedraaid en op de set gegeten. Ja, hij heeft geld gekregen bij de gesmade contest, maar dat betekent niet dat hij de gang van zaken goedkeurt.

„Puiu heeft gelijk: het is onvoorstelbaar dat miljoenen euro’s zijn gegaan naar mensen die hebben bewezen niet eens een fatsoenlijke film te kunnen maken. De oude garde is gefrustreerd omdat de jongeren prijzen winnen op festivals en zij niet. Wij krijgen de aandacht, zij niet. Maar aan hun films ligt geen idee ten grondslag en ze zien er niet uit”.

Het is een racket, zegt Muntean. „De enig eerlijke contest was in 2005, toen het meeste geld naar jonge filmers ging. Dit jaar heeft de gevestigde garde zichzelf beter georganiseerd. Wij respecteren elkaar en we delen dezelfde ideeën over film, maar we vormen geen eenheid”.

Gaat híj zich dan aansluiten aan bij de opstand die Puiu tegen de CNC heeft ontketend? Nee. Radu Muntean gaat de film maken waar hij geld voor kreeg, 30 si ceva (30 Something), naar een script van Razvan Radulescu. Drie dertigers, jeugdvrienden, die elkaar jaren later ontmoeten aan de Zwarte Zeekust waar ze het nationale feestweekend rond 1 mei vieren met veel drank en weemoed.

Er zit toch schot in het systeem, zegt hij. De regels voor de contest zijn na een soortgelijk schandaal vier jaar geleden veranderd. Er is veel meer geld beschikbaar: 8,5 miljoen euro. Nu nog een beetje bijsturen en het komt wel goed. „Ze kunnen ons toch niet meer negeren met alle internationale aandacht die wij krijgen”.

In zijn kantoortje aan de

Doctor Listerstraat zit Catalin Mitulescu net een e-mail te verzenden aan Cristi Puiu. Hij was in 2004 de enige filmmaker die Puiu steunde, die bij de contest van dat jaar geen geld kreeg voor de productie van Lazarescu. Mitulescu stuurde een brief rond vol lof over Puiu. Niet dat verder nog iemand die wilde ondertekenen, maar het hielp toch. Puiu kreeg zijn geld alsnog door tussenkomst van de minister van Cultuur. En nu? Nu verwijt Mitulescu (35) zijn oude strijdmakker in dat mailtje een te groot ego te en kinderlijk gedrag.

Wij leven nu allemaal van het CNC-geld”,, zegt Mitulescu. „Een revolutie zou rampzalig zijn. We hebben juist continuïteit nodig. Ik heb hier drie mensen rondlopen. Als ik geen subsidie krijg, vertrekken ze naar de commerciële tv of naar internationale producties die hier worden opgenomen”.

Het gaat juist zo goed, zegt Mitulescu. „Als ik vijf jaar geleden met een script of een dvd met een trailer naar een Franse producent stapte, zeiden ze ‘ach, Roemenië, daar zijn we niet echt in geïnteresseerd.’ Nu bellen ze in januari op om te vragen of mijn film klaar is voor Cannes. ‘Heb je geld nodig’, vragen ze me”.

Hij wantrouwt de motieven van Cristi Puiu die, uit woede over de afwijzing van zijn treatments, nu ook het geld heeft teruggestuurd dat hij vorig jaar voor een productie kreeg. „Als een regisseur de kans heeft een film te maken die hij wil maken, kan niets hem daarvan weerhouden. Volgens mij wílde Cristi deze film helemaal niet maken. Nu maakt hij er een stoer gebaar van”.

De verwijdering tussen beide ligt niet alleen op dit punt. „Ik heb nu een emotioneler benadering dan vroeger”, zegt Mitulescu. Het is bijna alsof hij daarmee antwoord geeft op iets wat Puiu zei: „Ik probeer de verleiding van de cinema te weerstaan. De verleiding om iets mooier te tonen dan je het in je hoofd hebt. Mijn doel is om het publiek de volmaakte weergave van mijn twijfels te laten zien”. Hij haalt een boek uit de kast met een citaat van Niels Bohr, grondlegger van de kwantummechanica: „I force myself not to express myself clearer than I think”.

Ik hoef dat citaat niet aan Catalin Mitulescu voor te leggen om te begrijpen dat hij zich daar niet in zou kunnen vinden. Dit is wat hij zegt als hij over zijn bedoeling als cineast praat: „The Way I Spent the End of the World is vertoond op een plein in het dorpje waar hij is opgenomen. Op een van de achterste banken zat een oude vrouw met een hond onder haar stoel. Aan het eind van de film zien we een jongetje in een auto zitten. Hij kijkt in de camera en lacht. Die lach wilde ik aan het Roemeense volk geven, want ze zijn gewend altijd maar in bitterheid terug te kijken. En ik zag die vrouw haar hart opengaan op het plein. Mijn films maak ik voor haar, voor mijn moeder, niet voor mezelf. Als mensen Lazarescu hebben gezien, komen ze leeg, koud en akelig uit de bioscoop”.

Mitulescu vertelt dat Puiu en hij zijn opgegroeid in dezelfde buurt van Boekarest. „Cristi is vijf jaar ouder dan ik. Hij stond met zijn vrienden altijd cool te wezen op straat. Praten over schrijvers, over boeken en gedichten. Waar ze vooral bang voor waren, was belachelijk te zijn. Dat woord namen ze zo vaak in de mond. Ik zie het nu terug in Cristi’s films. Hij kan er niet mee spelen. Ik wel”.

The Way I Spent the End of the World heeft in Roemenië scherpere kritiek gekregen dan internationaal, zegt Mitulescu. „Mensen als Radulescu en de criticus Andrei Gorzo vonden hem niet intelligent genoeg en dat zal Cristi zeker ook denken”. Mitulescu’s volgende film, Un balon in forma de inima (A Heart-Shaped Balloon) eindigde als tweede op de contest. Ook hij heeft nu bijna 600.000 euro om te gaan filmen.

Cristi Puiu haalt even adem. „Ik heb de afgelopen jaren voor drie films geld gekregen. Daar heb ik ze toch internationaal prestige voor teruggegeven? Als je ziet welke middelmatige figuren er dit jaar op de lijst van toegekende subsidies staan – daar wil je als serieuze maker toch niet tussen staan? Ik had verwacht dat al mijn collega’s dat zouden zien. In plaats daarvan noemt eentje mij nu de ayatollah van de Roemeense cinema! Zeg je dat ook van iemand die een Mercedes ontwerpt? Neem je zo iemand kwalijk dat die de beste auto van de wereld wil maken? Ik wil de beste film van de wereld maken.”

Hij weet, zegt hij, dat hij een

pain in the ass is. „Ook voor mijzelf. De hoofdrolspeelster van Lazarescu noemde mij een Hitler op de set. Misschien zijn mijn eisen ook wel extreem. Roemenen kunnen zich gewoon niet voorstellen dat je kunt winnen bij de cinema, net zoals ze zich niet kunnen voorstellen dat je kunt verliezen bij het vrouwenturnen. Dan zeggen ze tegen mij: wat denk je? Dat je elke keer een meesterwerk kunt maken? Ja, zeg ik, dat moet iedereen toch proberen?”

Vroeger, zegt Puiu, ontmoetten de jonge filmers elkaar om over cinema te praten. „Nu praat ik alleen met een paar vrienden over film en kunst. Ik was de godfather van de regisseursvereniging, de voorzitter. Maar ik ben eruit gestapt in 2004 omdat niemand behalve Catalin mij wilde steunen toen ik geen geld kreeg voor Lazarescu. Niemand is hier solidair. Zodra een van hen geld krijgt van het CNC, vindt-ie dat het systeem deugt. Ze kijken alleen naar de korte termijn. Zo bouw je nooit een stabiele cinema op. Waarom denk je dat er geen kathedralen staan in Roemenië? Omdat je daarvoor over je zelf heen moet kunnen kijken”.

Tudor Giurgiu had al gezegd: „Cristi is ver weg van de middelmaat. En wij hebben veel middelmaat in dit land” Giurgiu heeft bij de laatste contest bijna 400.000 euro gekregen voor de film Sarada.

„Als je een kathedraal bouwt’’, vindt Catalin Mitulescu, „moet je soms een slechte bouwmeester een tijdje tolereren, gewoon om aan het werk te blijven. Als je de revolutie uitroept, telkens wanneer je een compromis moet sluiten, dan komt die kathedraal er nooit”.

Het Internationaal Film Festival Rotterdam organiseert van 26 t/m 29 januari ‘Hot Spots Boekarest’. In het Filmmuseum loopt het programma ‘Recente Roemeense Cinema’ van 5 t/m 28 februari 2007

    • Bas Blokker