De dokter bellen van het lachen

Had ‘De helaasheid der dingen’ in een ander land dan België geschreven kunnen worden? Nee, constateert Herman Brusselmans.

Een van onze grootste Vlaamse schrijvers is Dimitri Verhulst. Doch wie is deze merkwaardige kerel? Welnu, Dimitri Johannes Marjolein Verhulst werd op 1 mei 1972 in de buurt van Aalst geboren als zoon van Jefke en Germaine Verhulst-Van Looverenbosch, een stelletje dat kort na de oorlog opgroeide voor galg en rad. Maar zij wisten zich uit hun beklemmende milieu op te werken en Jefke werd plaatslager en Germaine vloerlegster. Aldus wisten zij hun zoon in relatieve welstand op te laten groeien. Dimitri deed het aanvankelijk niet goed op school en wist met name van toeten of blazen. Het duurde tot het derde jaar eer hij de dt-regel begreep en dan slechts in bepaalde omstandigheden. In wiskunde was hij al helemaal een ramp, bijvoorbeeld de stelling van Pythagoras. Zwijg mij erover. Wat een kutstelling.

Van lieverlede ging Dimitri van school en begon aan een reeks van twaalf stielen. Daar moesten ongelukken van komen. Als boomchirurg struikelde hij uit de top van een wilg en brak drie vingerkootjes. Tijdens het herstel hiervan begon hij, God weet waarom, te schrijven. Z’n eerste kortverhaal, ‘De kerstman blaast een kaarsje uit’ verscheen al meteen in De Brakke Hond, een tijdschrift. Maar Dimitri wilde aan het grotere werk beginnen en schreef, nu hij er toch mee bezig was, een verhalenbundel, De kamer hiernaast. Leuke verhalenbundel. Zonder pauze volgden een vijftal romans en andere werken.

Van al deze boeken samen werden 1250 exemplaren verkocht, wat Dimitri enigszins verdroot. Ik kwam hem op een keer tegen in de Veldstraat en hij klaagde: ‘Meneer Brusselmans, hoe komt het toch dat ik zo weinig succes heb met m’n boeken?’ Ik zei: ‘Dimitri, je moet twee dingen doen. Ten eerste, je uiterlijk aantrekkelijker maken voor de media. Wat bij jou erg goed zou passen is een kanjer van een oorring in je ene oor. Dat zal je imago veel goeds doen.’ ‘Ik zal het proberen, meneer Brusselmans,’ zei hij, ‘en wat is ten tweede?’ ‘Nou, ten tweede is redelijk simpel,’ zei ik, ‘schrijf een bestseller en verder geen gezeik.’ ‘Heel erg bedankt voor de tips, meneer Brusselmans,’ zei hij en hij vervolgde z’n weg. Onderweg naar huis liet hij meteen een ring in z’n ene oorlel rammen. Eenmaal thuis ging hij in z’n kamertje zitten en begon hij zonder verwijl aan een bestseller. Toen die goed en wel klaar was twijfelde hij welke titel hij het werkje zou geven. Eerst dacht hij aan Hoe jammer is het toch en vervolgens aan ’t Is zeer spijtig, tot hij tenslotte koos voor De helaasheid der dingen, een enorme vondst want die titel is er dunkt mij toch eentje om in te kaderen.

Het boek was nog maar net uit of Dimitri werd overal gevraagd in de media en z’n roman schoot naar boven in de boekentoptien. Z’n droom was uitgekomen.

Maar is de roman al deze heisa waard? Dubbel en dik! Het is een schitterende vertelling, over een jongen die te maken krijgt met verderf en ellende in het fictieve dorpje Reetveerdegem, niet ver van Aalst, en aldus is het een typisch Vlaams jazelfs een typisch Belgisch boek. Waar anders dan in België kunnen de personages in een boek op z’n manier hun eigen volksaard uitdragen? Nergens anders! Sterker nog, ik vind het het Belgischste boek sinds de werkjes van Louis Paul Boon.

Sommigen, onder wie critici, fans, lezers en Germaine Van Looverenbosch, gaan nog verder en zijn er praktisch zeker van dat De helaasheid der dingen autobiografisch is, en m’n kop eraf als ze geen gelijk hebben. De jongen uit het boek is zonder twijfel Dimitri Verhulst in een ander jasje, en de andere hoofdpersonen zijn allicht z’n grootmoeder, z’n ooms, z’n vader, z’n verloofde en z’n kind.

Wat dit boek echter helemáál uitzonderlijk maakt is de uitbundige humor die van de pagina’s spat. Denken we ondermeer aan de Ronde van Frankrijk voor bierdrinkers, nou, toen ik dat las, toen lag ik zodanig in m’n hangmat te schateren dat m’n echtgenote, Tania de Metsenaere, vroeg of ze de dokter moest bellen. ‘Ja, bel hem maar,’ zei ik, want ik voelde een griepje opkomen. Toch ging ik door met lezen in De helaasheid der dingen en het boek was nog niet eens uit of ik besloot reeds dat het al bij al een van de uitzonderlijkste romans is die in de eenentwintigste eeuw in Vlaanderen is geschreven. Niet enkel de gulle lachbui valt de lezer ten deel, doch evenzeer de ontroering, de herkenning, de tristesse, het medevoelen, en niet in het minst de hoop. Ja, de hoop op een betere wereld voor ons allen! Mag ik bij deze Dimitri Verhulst volop feliciteren met z’n meesterwerk?

    • Herman Brusselmans