Beste Sandra Heerma van Voss,

In je open brief in het Cultureel Supplement van 30 december aan Anders Hellström en mij breek je een lans voor grotere naamsbekendheid van de getalenteerde dansers van Het Nationale Ballet en Nederlands Danstheater, die onbekend zijn bij het grote publiek. Dat is een prima idee. Het liefst zou ik zien dat iedereen onze dansers kent. Omdat ons publiek een band heeft met onze sterren worden solistenbezettingen ruim van te voren bekend gemaakt en in onze publiciteit worden dansers centraal gesteld.

Desondanks zouden nog veel meer mensen de namen van onze dansers mogen kennen en weten hoe bijzonder Igone de Jongh, Cédric Ygnace, Altin Kaftira of Larissa Lezhnina zijn – om maar een paar van onze solisten te noemen. Zet ze op de posters, die sterren, roep je – maar daar staan ze allang! Kweek hier net zo’n balletcultuur als in Londen of New York, vraag je verder. Nu leven we in een heel andere cultuur, maar ook hier worden sterren niet alleen door de gezelschappen gemaakt, maar door het publiek en de media. En die media zouden veel meer aandacht aan dans kunnen besteden, want in vergelijking met het buitenland is de ruimte voor dans mager .

Schrijf daarom een serie dansersportretten, vraag je collega’s altijd namen van dansers te noemen en naar alle bezettingen te komen kijken. Wij blijven de dansers in het spotlicht plaatsen en samen kunnen we er dan misschien voor zorgen dat ze ook in ons land de terechte eer krijgen die hen toekomt.

artistiek directeur van Het Nationale Ballet