Azzietmaarbegrijp

School in Maastricht foto Chris Keulen Nederland, Maastricht, 12-12-2003 Schoolbord groep 7 Islamitische basisschool El Habib in Maastricht. Links opdrachten van de reguliere leeerkracht (lezen, spelling) , rechts een gedeelte van de OALT-les (Turks), het onderwijs in allochtone levende talen. Veel leerlingen wonen in Belgi‘ (Lanaken, Genk, Maasmechelen) en volgen de koranschool in Maastricht, omdat het islamitisch onderwijs in Belgi‘ niet bestaat. Sommigen moeten daarvoor uren per dag reizen. Het vervoer van de busjes is in handen van ouders en vrijwilligers. Omdat de school een grote groei doormaakt vinden sommige lessen in portocabins plaats. Foto: Chris Keulen schoolbord Keulen, Chris

Het zal in de loop van juni 2000 zijn geweest. De directie van Holland Casino had gebrek aan goede croupiers, zette een advertentie om in de vacatures te voorzien en kreeg alleen kandidaten die het verschil niet wisten tussen optellen en vermenigvuldigen. Een journalist van De Telegraaf kwam erachter, het nieuws verscheen op 11 juli 2000 op de voorpagina: ‘Jeugd kan niet meer hoofdrekenen’. Dit is misschien het eerste grote Nederlandse rekenalarm.

De noodklokken van het onderwijs in het algemeen luiden al twintig jaar of nog langer. Docenten worden onderbetaald, scholen niet goed schoongemaakt, deskundigen dokteren aan de methode van lesgeven, politici bezweren dat er meer geld in onze kenniseconomie moet worden gestoken, een wetenschappelijk bureau meldt dat Nederland anderhalf miljoen ‘functionele analfabeten’ heeft, dat zijn mensen voor wie zelfs het eenvoudigste formulier een raadsel is. En nu deze week weer eist de Raad voor het Hoger Beroeps Onderwijs een noodplan voor het Nederlands. De eerstejaars aan de lerarenopleiding, de pabo, hebben de afgelopen maanden een taaltoets gedaan, spellen, zinsontleding, kiezen van het juiste woord, en tweederde is gezakt. Dat zijn de aanstaande leerkrachten die straks uw kinderen of kleinkinderen les gaan geven.

Ja, alarmerend nieuws. De Volkskrant opende er woensdag de krant mee en wijdde er een hoofdartikel aan. Heel goed! Maar nu: heeft Nederland een geheugen? Nee, ik moet het anders vragen. Heeft de Nederlandse politieke elite er ook maar een vermoeden van dat al sinds tientallen jaren onafgebroken van alle kanten en in toenemende mate aanvallen op de taal worden gedaan? Dat kan haast niet anders, maar daar laat deze elite zich niet over uit. Als politicus moet je alleen iets in het openbaar zeggen als je daarmee een redelijke hoop op verandering kunt wekken. Die hoop is er in dit geval niet.

Het leren spreken van een moedertaal verloopt in fasen. De eerste woorden, de beginselen van de zinsbouw leert het kind van zijn ouders. Daarna komen de andere voorbeelden, nu al een jaar of dertig van de televisie. Niemand zal kunnen volhouden dat daar uitsluitend onberispelijk Nederlands wordt gesproken. Meneer Den Uil, Ed en Willem Bever, Eucalypta en Paulus de Boskabouter waren wonderen van nauwkeurigheid vergeleken bij de sprekende kwekbeesten waaraan de kleuters nu worden blootgesteld.

Dan komen onvermijdelijk de voetbalverslaggevers, de mensen van het weerbericht en de reclamefiguranten. Van het voetbalverslag leer je de hysterische intonatie, het weerbericht is gespecialiseerd in contaminaties, pleonasmen en het door elkaar halen van betrekkelijke voornaamwoorden, en in zeker de helft van alle reclamespotjes gedragen de personages zich als spastische krankzinnigen. Dat hoort allemaal tot de dagelijkse omgeving van de opgroeiende jeugd. Die kinderen worden ouder, ze willen een beroemde rapper worden of meedoen aan Idols. Je hebt er creativiteit voor nodig, maar het is niet bevorderlijk voor het spreken en schrijven van zuiver Nederlands.

Dit alles is niet van vandaag of gisteren. Een jaar of twintig geleden maakte in Nederland Jef Rademakers furore. Een aardige jongen met uitgesproken opvattingen over de cultuur. Zo heeft hij, ervan uitgaand dat het publiek het liefst naar ‘lekkere blote wijven’ kijkt, het televisieprogramma de Pin-Up Club bedacht. Hij heeft nog meer doorbraken op zijn naam staan en er zijn zelfs kamervragen gesteld. Hij had ook specifieke opvattingen over de taal. Spelling, zinsbouw, dat deed er allemaal minder toe. Azziemaarbegrijpwaddikbedoel. Midden jaren negentig heeft Jef afscheid genomen van de showbiz. Hij en anderen hadden toen al school gemaakt.

In grote lijnen vallen er twee partijen te onderscheiden. Aan de ene kant staan de docenten die gehandicapt worden door lage beloningen, gebrekkige huisvesting, onderwijsvernieuwers. Aan de andere kant hebben we het entertainment, de sport, de commercie, alle partijen die in de eerste plaats een zo groot mogelijk publiek willen trekken, waarbij zinsbouw en woordkeus hun laatste zorg zijn. De strijd tussen deze twee is al tientallen jaren aan de gang. Dit betekent dat al tenminste één generatie het zuivere Nederlands van destijd min of meer aan de laars lapt. Daar valt niets aan te doen. De verandering van de taal dringt als een gletscher de cultuur binnen.