Asielzoekers hebben eigen reden voor delict

Asielzoekers worden vaker verdacht van een delict dan Nederlanders. Meer aandacht voor hun problemen kan de criminaliteit terugdringen.

Van de uitgeprocedeerde asielzoekers – die illegaal in Nederland verblijven – wordt 10 procent verdacht van een delict. Het gaat om een schatting, want illegalen worden niet geregistreerd. In meer dan de helft van de gevallen worden illegalen verdacht van vermogensdelicten zonder geweld, zoals winkeldiefstal.

Dit staat in het onderzoeksrapport Asielzoekers en Criminaliteit dat werd gemaakt in opdracht van het programma Politie en Wetenschap.

De onderzoekers presenteerden cijfers: van asielzoekers die nog wachten op een verblijfsvergunning wordt 5,4 procent verdacht van criminele activiteiten. Van de gehele Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder wordt 1,5 procent verdacht van een misdrijf. Van de asielmigranten met een verblijfsvergunning werd ruim 3 procent verdacht van een misdrijf. Ook bij deze groepen gaat het voornamelijk om eenvoudige diefstallen en het gebruik van valse documenten. De resultaten hebben betrekking op asielzoekers die tussen 1995 en 2004 in Nederland asiel aanvroegen en die in 2004 met de politie in aanraking kwamen op verdenking van een misdrijf.

Maar de onderzoekers presenteerden ook verklaringen. Opvallend is dat niet zozeer de belabberde omstandigheden in de asielzoekerscentra een voedingsbodem blijken voor criminele activiteiten. Dat zou je verwachten. Door de lange asielprocedure leven mensen (vaak hele gezinnen) jarenlang op één kamer. Ze delen keuken, douche en toilet met twaalf anderen. Ze mogen niet werken en niet studeren als ze ouder zijn dan achttien jaar. Verveling en onzekerheid over de toekomst maken het leven zwaar, voor sommigen bijna ondraaglijk.

Wel, zo vonden de onderzoekers, kon criminaliteit voor een deel worden verklaard door psychische problemen van asielzoekers, zoals onverwerkte trauma’s in combinatie met de levensomstandigheden in de centra en het verloop van de toelatingsprocedure. „Omdat de kansen van asielzoekers om op legale wijze (aanvullend) inkomen te verwerven om in hun primaire behoeften te voorzien uiterst beperkt zijn, gaat een deel van hen over tot de meest voorkomende vormen van criminaliteit.”

De onderzoekers verrichtten ook een kwalitatief onderzoek onder illegalen met een asielachtergrond die veroordeeld waren voor delicten. Ze spraken hiervoor 26 uitgeprocedeerde asielzoekers die vastzaten in de Vreemdelingenbewaring in Tilburg.

Zij vonden onder meer dat criminaliteit voor een groot deel te verklaren is door de gebrekkige bestaansmogelijkheden van afgewezen asielzoekers. Als hun leven niet verbetert, bijvoorbeeld door illegaal werk of een partner, moeten ze op een gegeven moment wel. Ze gaan dan over tot het plegen van (meestal) lichte delicten (uitgezonderd gedetineerde harddrugsgebruikers). De meeste criminaliteit is niet structureel. Het gaat meestal niet om ‘importcriminaliteit’, mensen die al crimineel waren in het herkomstland.

De onderzoekers bepleiten een snelle en tegelijkertijd zorgvuldige asielprocedure zodat mensen niet onnodig lang in asielopvang verblijven. Bovendien zullen afgewezen asielzoekers Nederland makkelijker verlaten als duidelijk is dat de aanvraag accuraat is behandeld.

In de opvang, zeggen de onderzoekers, zouden asielzoekers meer de regie over hun eigen leven moten houden. Dat kan door voldoende leefgeld en privacy, zo kort mogelijk verblijf, en de mogelijkheid tot opleiding en werk. Als ze talenten en expertise kunnen inzetten tijdens de procedure, hebben ze, eenmaal toegelaten, meer kans op een volwaardig bestaan.