Alles leidt terug naar het leven zelf

Alice Munro wordt alleen nog met dode schrijvers vergeleken, zo groot is de reputatie van de Canadese. Haar laatste bundel behandelt haar eigen familiegeschiedenis.

Alice Munroe Foto AP/Paul Hawthorne ** ADVANCE FOR WEEKEND EDITIONS, APRIL 17-20 **Canadian author Alice Munro poses for a photograph at the Canadian Consulate's residence in New York Oct. 28, 2002. The 71-year-old Munro's published work includes eight short story collections and one novel, "The Lives of Girls and Women." (AP Photo/Paul Hawthorne) Associated Press

Alice Munro: The View from Castle Rock. Chatto & Windus, 349 blz. € 34,99

Alice Munro is de beste schrijver van korte verhalen die we op dit moment hebben. Daar kunnen we kort over zijn. Voor een vergelijkbare literaire grootheid moeten we teruggrijpen naar de doden: al sinds jaar en dag wordt Munro voornamelijk vergeleken met reuzen als Tsjechov, James of Proust. En er zijn auteurs van naam, zoals Jonathan Franzen, die beweren dat ze niet alleen de beste huidige schrijver van korte verhalen is, maar de beste schrijver is van fictie in het algemeen.

Ieder nieuw boek dat Munro (1931) publiceert, is dan ook een gebeurtenis. Maar haar nieuwste boek, The View from Castle Rock, is een nog grotere gebeurtenis dan gewoonlijk. Daar zijn twee redenen voor. Munro heeft al voor verschijning aangekondigd dat dit waarschijnlijk haar laatste boek zal zijn. De 75-jarige auteur kan er de energie niet meer voor opbrengen, stelde ze, en het schrijven zou het dagelijks leven te veel in de weg zitten.

Daarnaast is dit het eerste expliciet autobiografische boek dat Munro heeft gepubliceerd. The View from Castle Rock volgt het verhaal van Munro’s voorouders, de Laidlaws, vanaf hun vroegst traceerbare wortels in 18de-eeuws Schotland, via de emigratie naar Amerika en Canada in de 19de eeuw tot aan Munro’s grootouders en ouders in Huron County, Ontario, en Munro’s eigen levensgeschiedenis. Munro maakte gebruik van brieven, dagboeken, registers – in iedere generatie van haar familie is er wel één enthousiaste schrijver van lange, gedetailleerde epistels – en verwerkt die in haar tekst.

Maar daar hield het niet op. De personen waarover ze schreef gingen een eigen leven leiden in haar verbeelding. Ze had weliswaar zichzelf als uitgangspunt genomen, schrijft Munro, ‘maar de figuren rond dit zelf kregen een eigen kleur en leven en gingen dingen doen die ze in werkelijkheid niet hadden gedaan.’ In plaats van een feitelijk relaas biedt The View from Castle Rock dus een expliciet gefictionaliseerde familiegeschiedenis in verhalen. ‘Je zou kunnen zeggen dat zulke verhalen meer aandacht hebben voor de waarheid van een leven dan in fictie gebruikelijk is. Maar niet genoeg om op te zweren,’ aldus Munro in haar introductie.

Deze werkwijze roept een aantal vragen op. Wat is hier precies het verschil met Munro’s overige verhalen? Munro beschrijft immers al een heel oeuvre lang de levens van meisjes en vrouwen die veel raakvlakken hebben met haarzelf. Haar personages zijn van ongeveer dezelfde generatie, opgegroeid in dezelfde streek als zijzelf – rond Lake Huron in Ontario, en hebben te kampen met dezelfde dilemma’s: liefde, dood, kinderen, verveling, verleiding, het huwelijk, werk, plotseling oplaaiende passie. Munro’s verhalen cirkelen altijd rond een moment dat bepalend is voor de loop van een leven, al is dat op het moment zelf lang niet altijd even duidelijk. Zijzelf noemde dat in een interview ooit het ‘explosieve moment’, hoewel het zich in haar verhalen vaker sluipenderwijs en geruisloos aandient, en zowel personages als lezers overvalt.

‘There is always a starting point in reality,’ zei Munro verder ooit over haar verhalen. Zijn de hoofdstukken van haar memoires dan slechts bij gradaties waarheidsgetrouwer? Is het wel belangrijk om te weten waar de fictie begint en de werkelijkheid ophoudt? En: werkt het? Kunnen de hoofdstukken in The View from Castle Rock zich meten met de verhalen uit Munro’s eerdere titels?

Die laatste vraag is niet met een volmondig ja te beantwoorden. The View from Castle Rock valt chronologisch uiteen in twee delen: ‘No Advantages’, de geschiedenis van Munro’s voorouders, en ‘Home’, de hoofdstukken die haar eigen leven bestrijken. Dit laatste deel, over de periode waarin ook Munro’s overige verhalen zich afspelen, is verreweg met meest geslaagd. ‘No Advantages’ daarentegen leest soms als een wat ongemakkelijke combinatie van stijlen en registers.

De titel is ontleend aan een notitie uit het parochieregister van Ettrick, in de Schotse Borders, uit 1799. ‘This parish possesses no advantages. Upon the hills the soil is in many places mossy and fit for nothing...’ zo begint de opsomming van louter nadelen die de geboorteplaats van Munro’s voorouders kenmerkt. Haar familie woonde op een boerderij, ‘Far-Hope’, op een van die heuvels die nergens goed voor waren. Eind 18e eeuw wordt daar Will Laidlaw geboren, een plaatselijke legende: hij sprak met de elfjes, zag een optocht van doden thuiskomen van de markt, stond bekend om zijn atletische vermogens, en was dranksmokkelaar – hetgeen wellicht het een en ander verklaart.

Zijn kleinzoon, opmerkelijk genoeg, was James Hogg (de ‘Ettrick Shepherd’), auteur van de Confessions of a Justified Sinner, en de eerste beroemde schrijver in de familie. Maar naast deze twee kleurrijke figuren bestaat de familie Laidlaw vooral uit zure, hardwerkende Presbyterianen, die generaties lang elke vorm van ‘canny lying’ – waaronder ook het schrijven van verhalen – afwijzen. ‘Self-dramatization got short shrift in our family,’ legt Munro uit. ‘Though now that I come to think of it, it wasn’t exactly that word they used. They spoke of calling attention. Calling attention to yourself. The opposite of which was not exactly modesty but a strenuous dignity and control, a sort of refusal. The refusal to feel any need to turn your life into a story, either for other people or yourself.’ Het was, constateert ze, een terugkerende worsteling in de familie, die opvallend veel schrijvers van brieven, dagboeken en verhalen bleek te hebben opgeleverd.

Munro verwerkt veel van zulke tekstfragmenten in haar hoofdstukken. Maar niet alles wat haar voorouders schreven blijkt even interessant voor buitenstaanders. Het eerste hoofdstuk, waarin Munro onder andere beschrijft hoe ze rondloopt in Ettrick en op de begraafplaats rondkijkt, leest soms als een bloemlezing van haar onderzoek. Ook in latere hoofdstukken houden authentieke tekstfragmenten het verhaal danig op.

In ‘The View from Castle Rock’ wordt een van de Laidlaws als kind meegenomen naar Castle Rock in Edinburgh, waar zijn vader hem wijsmaakt dat hij aan de overkant van het water Amerika kan zien – in werkelijkheid is het Fife. De jongen zal later daadwerkelijk emigreren. Munro brengt beide feiten (het incident op Castle Rock werd beschreven door Hogg) met elkaar in verband, wat de immigratie van haar o zo Presbyteriaanse voorouders een prachtige basis in illusie en verbeelding geeft. Maar hoewel ze hier ook in detail de moeilijke zeereis beschrijft, komen de personages nergens werkelijk tot leven, zoals in haar echte fictie.

Dat verandert eigenlijk pas echt wanneer we aanbelanden bij Munro’s ouders en grootouders – de mensen die ze persoonlijk heeft gekend. Vanaf dit punt gaat het boek tintelen, zien we de complexe structuren en sprongen in de tijd die we kennen van haar verhalen, en het subtiele spel met herinnering dat zo essentieel is in Munro’s werk. Hier zijn ook de interessante vergelijkingen te vinden met Munro’s eerdere verhalen. Een lange, achteraf gezien riskante autorit met vader, zoals die is beschreven in het prachtige ‘Walker Brothers Cowboy’, vinden we hier terug in de tocht die de kleine Alice ondernam met haar vader op weg naar haar moeder die in een hotel aan de grens vossen verkocht aan Amerikaanse toeristen.

Het is inmiddels bekend Munro-terrein, maar daarom niet minder relevant. In ‘Fathers’ introduceert Munro twee vaders van klasgenootjes: de brute Bunt Newcombe, die op een boerderij buiten het dorp woonde, en de vreemde Mr Wainwright, die voor ober speelt wanneer Alice bij zijn impopulaire dochtertje komt eten. Ze zijn beiden op hun manier disfunctioneel. Over de gevaarlijk gewelddadige Newcombe schrijft Munro: ‘In those days they were just taken as they were and allowed to live out their lives... there was a feeling that some people were born to make others miserable and some let themselves in for being made miserable. It was simple destiny and there was nothing to be done about it.’

Het zijn de smalltown gewoonten en vooroordelen, de traditionele familieverhoudingen uit de jaren ’40 en ’50, maar in de handen van Munro leidt zulk materiaal altijd weer tot inzichten die over het leven zelf gaan. Terwijl de jonge Alice thuis vertelt wat ze gehoord heeft over de Newcombes, denkt ze geen seconde aan de pakken slaag die haar eigen vader haar toedient met zijn riem. ‘We were decent people.’ En als dan een zekere arrogantie, een ‘laf soort van brutaliteit’ zijn woede opwekt, dan schaamt ze zich daarvoor. ‘Ik werd ouder. Ik maakte me nuttig in huis. Ik leerde om geen grote mond op te zetten. Ik ontdekte manieren om mezelf meegaand te gedragen.’

Zo meegaand, dat ze uiteindelijk, negentien en al op de universiteit, besluit te trouwen. Gewoon, omdat je dat deed. ‘Liefde en het huwelijk. Dat was een goedverlichte en aangename kamer die je binnenging, waar je veilig was.’ Oudtante Charlie, die zelf een innig gelukkig huwelijk had, maakt haar trouwjurk, en vertelt haar stukje bij beetje het verhaal van Munro’s grootmoeder, een knappe, levendige maar trotse vrouw die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden trouwde met de broer van de man van wie ze eigenlijk hield. ‘Ze koos dezelfde tijd als ik – midwinter – voor haar bruiloft,’ schrijft Munro. En daar houden de parallellen niet op. Bij een passessie voor de jurk, als grootmoeder even in de keuken is, stopt Charlie haar ineens vier 50-dollar biljetten in de hand. ‘Hier. Als je van gedachten verandert, als je niet wil trouwen, dan heb je wat geld nodig om weg te komen. Hij is misschien niet de juiste persoon voor jou.’ Het zweet breekt Alice uit, maar ze weigert het geld. ‘I couldn’t let a soul see into me, let alone a person as simple as Aunt Charlie.’

In heel het tweede deel van The View from Castle Rock zijn zulke fraaie parallellen te vinden. Zo krijgt een ziekenbezoek aan Munro’s stervende vader een onweerstaanbaar zwartkomische tegenhanger in de kletspraat van zijn tweede vrouw, Munro’s stiefmoeder, die zich tussen tochtjes naar het ziekenhuis door vooral druk maakt om haar geconstipeerde hondje. De hoofdstukken hier liggen qua stijl, toon en subtiliteit het dichtst tegen Munro’s fictieve verhalen aan. Toch missen ze die dwingende architectuur van Munro’s beste werk, die de lezer onherroepelijk naar een beslissend, toch nog weer onverwacht moment voert dat een heel leven in perspectief plaatst.

Niettemin biedt The View from Castle Rock een aantal fascinerende inzichten in Munro’s ontwikkeling als schrijver, en een aantal uiterst persoonlijke herinneringen en emoties. Voor liefhebbers van haar werk is ook dit boek dus een must. Alleen doet The View from Castle Rock wel verlangen naar de Munro van Runaway of Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage; een Munro op de top van haar kunnen. Het valt te hopen dat de schrijfster, die altijd heeft gezegd dat haar eigen favoriete verhaal ‘het volgende’ was, de verleiding voorlopig nog niet zal kunnen weerstaan om de pen weer op te pakken.

    • Corine Vloet