Zevenduizend eierdozen op elkaar met een theeketeltje erbovenop

Ik geloof dat het eigenlijk niet mag, van figuratieve kunst houden. (Figuratieve kunst, ik leg het voor de zekerheid uit, is kunst waarbij een hond een beestje met vier pootjes en twee oortjes en wat haartjes is, en niet een rode veeg met een kurk erop geplakt.) Figuratieve kunst heeft het imago dat het voor domme mensen is, die in een rode veeg met een kurk erop niets kunnen zien. Domme mensen, die bij het bekijken van abstracte kunst zeggen: „Dat kan mijn babyzusje van nul ook.” Ik zeg dat nooit, van dat babyzusje, maar ik denk het eerlijk gezegd wel eens, als ik in een beroemd museum ben en in een grote zaal zevenduizend eierdozen op elkaar zie staan met een theeketeltje erbovenop.

Daarom ging ik naar de Realisme-beurs in Amsterdam, de enige beurs in de wereld met figuratieve kunst . Ik had zin in wat realisme. En dat kreeg ik ook. Daar was het gezicht van Woody Allen. Daar een kind met regenlaarzen aan. En daar een lief geitje.

Na drie verdiepingen begon ik trends op te merken. De figuratieve kunstenaars – er waren heel beroemde bij – hadden duidelijk voorkeuren voor bepaalde onderwerpen. Vrouwen, bijvoorbeeld. En vogels. En groenten. In mijn hoofd begon zich een lijstje te vormen van dingen die ik eigenlijk liever niet fel-realistisch nageschilderd zag. Serieuze kinderen, bijvoorbeeld. Radijsjes (zo’n kokette groente om na te schilderen. Zo van: ‘Kijk eens hoe knap ik kan schilderen, zo gedetailleerd dat je ziet dat het een radijs is en geen tomaat!’). Geisha’s. Vagina’s. Mensen met vleugels. Neusgaten.

Ja, neusgaten. In het café van de beurs hing een enorm schilderij van Rob Scholte van twee neusgaten, met haartjes en al. Realistische neusgaten, dus. Daar heb ik niets tegen, behalve als ik een sandwich met tonijnsalade naar binnen aan het werken ben. Dan zie ik liever een abstract neusgat.

Bij Galerie de Vis uit Harlingen ontdekte ik wat ik het liefst zie op een realistisch schilderij: boekwinkels. De boekwinkel was ik nooit eerder als onderwerp op schilderijen tegengekomen, maar ik kan hem elke schilder aanraden. In boekwinkels zijn kleuren (de boeken), en leuke, figuratieve mensen, en lampen, en kasten. En het is er gezellig. Ik keek lang naar het schilderij met de boekwinkel erop. Mag je kunst mooi vinden omdat hij gezellig is? Vast niet.

    • Aaf Brandt Corstius