‘Witwassen’ maskeert doorliggen

Wat doen ziekenhuizen als blijkt dat te veel patiënten er doorligwonden hebben? Ze noemen het gewoon anders. In het vakblad Medisch Contact signaleren internist J. Haalboom, dermatoloog R. Houwing en decubitusconsulent E. Koopman dat in sommige instellingen, bij hetzelfde aantal bedlegerige patiënten, het aantal doorligwonden daalt, terwijl meer patiënten er last hebben van ‘vochtigheidsletsel’.

Voor de instellingen heeft dat twee voordelen. De inspectie, zorgverzekeraars en andere organisaties meten de kwaliteit van instellingen mede af aan het aantal doorligwonden (decubitus) en malen niet om vochtigheidsletsel. En: „Prijzige maatregelen tegen decubitus, als wisselligging en speciale matrassen of bedden, zouden bij patiënten met een vochtigheidsletsel niet nodig zijn [...].”

Zorginstellingen staan onder steeds meer druk hun prestaties openbaar te maken. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft sinds enkele jaren een lijst van prestatie-indicatoren opgesteld, waarvan decubitus er een is. De ranglijsten zijn openbaar. Ook andere organisaties, zoals de Consumentenbond, maken ranglijsten mede op basis van gegevens die instellingen zelf aanleveren.

De auteurs vergelijken het ‘witwassen’ van decubitus met de misdaadcijfers in Rotterdam. Dat daalde in een paar jaar sterk, doordat de definitie van de delicten veranderde.

De auteurs pleiten ervoor dat decubitus decubitus blijft heten en geen vochtigheidsletsel. „Het staat mooi op allerlei lijstjes, maar is slecht voor de patiënt.”