Wangedrag blauwhelmen vaak niet bestraft

De Verenigde Naties voeren meer vredesmissies uit dan ooit. Maar regelmatig komen blauwhelmen in het nieuws met seksueel wangedrag. ‘Goed gedrag afdwingen kunnen de VN niet.’

In de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince betoogden honderden demonstranten in oktober tegen de vredestroepen van de VN. Ze beschuldigden de blauwhelmen ervan burgers gedood te hebben in vuurgevechten met straatbendes. Foto AP Protesters pass in front of a U.N. Brazilian peacekeepers as they chant "down with the U.N. go home" in the slum of Cite-Soleil in Port-au-Prince, Haiti, Friday, Oct. 27, 2006. Hundreds of protesters marched peacefully through Haiti's largest slum Friday to demand the withdrawal of U.N. peacekeepers, accusing the blue-helmeted troops of killing civilians during gun battles with street gangs.(AP Photo/Ariana Cubillos) Associated Press

Begin deze maand was het weer raak: een Britse krant berichtte dat weeskinderen in Zuid-Soedan, van wie sommigen niet ouder dan twaalf, door VN-blauwhelmen waren verkracht. De Daily Telegraph citeerde feiten uit een intern rapport van Unicef en liet kinderen aan het woord die door witte VN-auto’s waren opgepikt: ze waren geblinddoekt en seksueel misbruikt. Ook zouden blauwhelmen jongens en meisjes tot prostitutie hebben gedwongen voor drie dollar per dag.

De VN lieten meteen weten dat er al een onderzoek gaande was. Vier peacekeepers uit Bangladesh, meldde de woordvoerster van secretaris-generaal Ban Ki-moon, waren al naar huis gestuurd. Dertien anderen stonden onder verdenking, wegens misbruik of omdat ze de andere kant op hadden gekeken.

Omdat Soedan de zaak wellicht kan gebruiken om de komst van een VN-vredesmacht naar Darfur te verhinderen, komen de onthullingen op een pijnlijk moment. „Onze richtlijnen zijn duidelijk”, zei chef Peacekeeping Jane Holl Lute. „Nul-tolerantie. Dat betekent nul zelfgenoegzaamheid en nul straffeloosheid.”

De werkelijkheid is anders. Bijna alle blauwhelmen – 80.000 in achttien conflictgebieden ter wereld – vallen onder juridische verantwoordelijkheid van de landen die hen uitsturen, en niet onder die van de VN. De VN hebben geen zeggenschap over hun selectie en kunnen hen niet vervolgen als ze zich misdragen. Ze kunnen alleen gedragsregels uitvaardigen, personal conduct officers langs de missies sturen om uit te leggen wat die regels inhouden, en inspecties doen.

Als blauwhelmen zich misdragen, hebben de VN maar één sanctie: ze naar huis sturen. Zij kunnen alleen in eigen land worden vervolgd. „De Verenigde Naties”, zegt Guglielmo Verdirame, een Italiaanse specialist internationaal recht aan de universiteit van Cambridge, „werken hard aan het voorkomen van seksueel misbruik. Het is dodelijk voor hun reputatie als vredestroepen, die vrede moeten brengen en een voorbeeldfunctie hebben, zich aan de lokale bevolking vergrijpen. Zeker na schandalen in Congo, die in 2005 aan het licht kwamen, en eerder in Haïti, Somalië en Liberia, produceert New York stapels beleidsdocumenten over nul-tolerantie. Maar de VN hebben een structureel probleem: ze kunnen dit niet afdwingen. Het blijft vaak bij papieren plannetjes.”

Verdirame schrijft een boek over de aansprakelijkheid van de VN bij mensenrechtenschendingen in vluchtelingenkampen, vredesmissies en humanitaire operaties. Hij deed veldonderzoek in Afrika. Het kernprobleem, zegt hij, „is dat de VN landen die blauwhelmen uitsturen, niet kunnen verplichten om ‘rotte appels’ te berechten. De meeste peacekeepers komen uit landen als Pakistan of Bangladesh, die daarmee internationaal politiek krediet verdienen. Noem het altruïstisch egoïsme: in ruil voor geld knappen zij rotklussen voor de VN op, waar ontwikkelde landen geen zin in hebben. Als zij toegeven dat hun soldaten over de schreef gaan, verspelen ze die brownie points. Daarbij bestraffen hun militaire tribunalen seksuele overtredingen zelden. Zelfs als de regering het wil, houdt de legerleiding die vaak sceptisch is over deelname aan vredesmissies, het tegen. Trots en eer gaan boven alles.”

Slachtoffers slepen blauwhelmen zelden voor het gerecht. Voor een proces moeten ze naar het land van herkomst van de overtreder. Als de wet daar een aanklacht al toestaat, worden die zaken meestal geseponeerd. Natuurlijk kunnen de VN namen en bewijsmateriaal publiceren om troepenleveranciers onder druk te zetten. „Maar”, zegt Verdirame, „dan riskeren ze dat die landen zeggen: we sturen niemand meer. Dat zou een ramp zijn. Er zijn meer vredesoperaties dan ooit. De VN moeten met de pet hoofdsteden af om te bedelen om manschappen. Dit is niet het moment om het hard te spelen.”

De Jordaanse VN-ambassadeur, prins Zeid Ra’ad – die in de jaren negentig voor UNPROFOR in voormalig Joegoslavië werkte –, verwoordde dit politieke dilemma helder in een rapport uit 2005 voor toenmalig VN-chef Kofi Annan. „Het kost jaren om de cultuur te veranderen”, concludeerde hij. Hij stelde voor om salarissen van overtreders in te houden (waarvan regeringen van ontwikkelingslanden het leeuwendeel houden) en blauwhelmen te berechten in het land van overtreding. Er zouden ombudsmannen op alle missies moeten komen, plus een centraal fonds voor compensatie van slachtoffers.

Daarvan is weinig terecht gekomen. „Het kost geld”, zegt Verdirame, „en rijkere landen weigeren belastinggeld te spenderen voor wangedrag van anderen. De VN staan met de rug tegen de muur. Als blauwhelmen uit ontwikkelde landen komen met solide rechtssystemen, kan seksueel misbruik worden aangepakt. Maar die betalen juist ontwikkelingslanden om het werk te doen.”

Verdirame pleit de VN niet helemaal vrij. Soms zijn er ook functionarissen van de VN bij seksueel misbruik betrokken. Dan zijn de VN wél verantwoordelijk. „De eerste reactie is altijd: gêne. De nobelheid wordt ontmaskerd. Het gebeurt te vaak dat die mensen de hand boven het hoofd wordt gehouden. Dan zeggen ze: ‘Er is niet genoeg bewijs’. Zo iemand krijgt een reprimande of wordt overgeplaatst.”

    • Caroline de Gruyter