Partijkiezen voor mensenrechten

Human Rights Watch weegt ieder standpunt op een goudschaaltje. Eerste deel van een korte serie over invloedrijke internationale organisaties voor mensenrechten en democratisering.

Het was het meest controversiële rapport uit de geschiedenis van Human Rights Watch, zegt Reed Brody, jurist bij het Europese kantoor van de mensenrechtenorganisatie. Hij heeft het over Fatal Strikes, Israel’s indiscriminate attacks against civilians, waarin Human Rights Watch (HRW) aandacht vroeg voor Israëlische schending van de Geneefse Conventies tijdens de oorlog in Libanon afgelopen zomer.

Na publicatie barstte in de Verenigde Staten de kritiek los. Oud-leden van de raad van bestuur van HRW hekelden de vermeende partijdigheid van hun voormalige werkgever. „Het was voor het eerst dat we het evenwicht loslieten en alleen over Israël een rapport uitbrachten”, zegt Brody. „We hebben daardoor zelfs enkele financiers verloren.”

De reden dat het rapport voor zoveel ophef zorgde, is dat de publicaties van HRW regelmatig worden aangehaald door invloedrijke media als CNN. Ook in deze krant worden de rapporten gebruikt.

„Human Rights Watch is niet neutraal, omdat ze partij kiest voor de mensenrechten”, zegt Theo van Boven, hoogleraar Internationaal Recht aan de Universiteit van Maastricht. „Maar de organisatie is wel onafhankelijk.” Van Boven heeft een positieve indruk van hun kennis en expertise. Hij werkte een aantal keer met HRW samen, onder meer als VN-rapporteur voor marteling in Oezbekistan. „Daar heb ik veel gebruik gemaakt van hun informatie en contacten. HRW heeft een grotere onderzoekscapaciteit dan de Verenigde Naties.”

Om de schending van mensenrechten wereldwijd te kunnen signaleren en daarover te kunnen rapporteren, heeft HRW een uitgebreid netwerk van onderzoekers in dienst. Zij onderhouden contacten met dissidenten, houden lokale media bij en doen onderzoek naar vermeende mensenrechtenschendingen.

Jan van der Made was van 1999 tot 2001 onderzoeker voor HRW in China. „Toen ik begon, gebruikte ik vooral contacten die ik had onder dissidenten in Peking”, vertelt hij. „Al snel verhuisde ik naar Hongkong, want als mensenrechtenactivist in China ben je vogelvrij. Het werd steeds moeilijker om China binnen te komen. Als ik wilde bellen, was de kans groot dat ik werd afgeluisterd.”

Om dit probleem te omzeilen, maakte Van der Made vooral gebruik van zijn contacten onder Chinese dissidenten in het buitenland. „Dat maakte het werk wel lastiger. De verhalen die ik hoorde, moest ik bij drie andere mensen in China checken.”

Als een onderzoek is afgerond, moet er nog een rapport worden geschreven. Dat kan soms jaren duren. Van der Made: „Sommige rapporten moeten uitgebreid juridisch worden nageplozen zodat je niet aangeklaagd kunt worden wegens laster omdat je iemand vals beschuldigt of omdat je bewijsmateriaal niet waterdicht is. Daarom heeft Human Rights Watch een grote juridische afdeling.”

Als de actualiteit erom vraagt, zoals tijdens de oorlog tussen Israël en Hezbollah, kan er bij HRW snel besloten worden tot een onderzoek. Dat is het verschil met Amnesty International, zegt Joost Hiltermann, voormalig directeur van de wapenafdeling van HRW en nu werkzaam bij de denktank International Crisis Group. „Amnesty is veel bureaucratischer dan Human Rights Watch: ze werkt met leden, die georganiseerd zijn in lokale afdelingen. Over iedere beslissing wordt democratisch gestemd. Daardoor kan Amnesty minder snel inspringen op actuele gebeurtenissen.”

HRW wil met haar rapporten de publieke opinie en beleidsmakers beïnvloeden. Want de organisatie wil niet alleen mensenrechtenschendingen documenteren, maar ze ook voorkomen. „De media zijn een belangrijke bondgenoot”, zegt Brody. „We proberen de landen en mensen te bereiken van wie het buitenlandbeleid de meeste invloed heeft.”

Als HRW probeert beleidsmakers te beïnvloeden, dringt de vraag zich op hoe onafhankelijk de organisatie is. Volgens Hiltermann zal HRW nooit toestaan om afhankelijk te worden van wie dan ook. „Human Rights Watch krijgt geen geld van regeringen, want ze wil elke zweem van partijdigheid vermijden. De organisatie krijgt vooral geld van stichtingen en welgestelde mensen.”

Hoewel HRW geen geld van regeringen aanneemt, zijn de geldschieters niet onomstreden. Zowel intern als extern is er kritiek geweest op het feit dat de mensen in de raad van bestuur veelal uit de blanke elite in New York komen. „Daar zit immers het geld”, zegt Hiltermann.

Een van de kritiekpunten is volgens hem dat veel geldschieters Israëlisch-gezind zijn. Ieder standpunt over het Midden-Oosten wordt bij HRW op een goudschaaltje gewogen. Ook als de mensenrechtenschendingen vooral door één partij worden begaan. „Het was niet makkelijk om Israël te beschuldigen van oorlogsmisdaden. Dat heeft veel interne vragen opgeroepen. Maar HRW is bereid die strijd te voeren”, aldus Hiltermann.

Om de invloed van New York te verkleinen is HRW bezig om regionale commissies op te zetten in landen als Canada en Duitsland. „Het doel van die commissies wordt het inzamelen van geld”, zegt Brody.

Hoogleraar Van Boven juicht de decentralisatie toe. „Als je grote geldschieters hebt, hou je daar onbewust toch rekening mee, ook al zijn er geen voorwaarden. Regionale commissies maken HRW minder kwetsbaar.”

    • Toon Beemsterboer