Ook realisme zonder gepriegel

Op de beurs Realisme 07 staan veel epigonen van oude en nieuwe fijn-schilders. Maar er is veel werk dat verrassend goed is.

Kris Spinhoven, ‘Zee bij Zandvoort, 8 september 2006, 16.00 uur’.

Realisme is er in alle soorten en maten. Dat blijkt maar weer op Realisme 07, de vierde editie van de beurs voor figuratieve kunst in Amsterdam. De organisatie deed niet moeilijk over bijvoorbeeld Rob Scholtes borduursels naar het Melkmeisje van Vermeer of de gemanipuleerde foto’s van Carli Hermès. Maar schilderijen vormen de kern.

Eerst het slechte nieuws. Er zijn momenteel in Nederland erg veel schilders die figuratieve coryfeeën als Röling, Helmantel en Gordijn imiteren, heel secuur portretfoto’s naschilderen of slappe aftreksels maken van zeventiende-eeuwse trompe-l’oeils met druiventrossen, roemers en aarden kruiken. De helft van galeries en kunsthandels toont verdrietige fijnschilderkunst. Werk van schilders die alleen op stofuitdrukking inzetten, wat op zichzelf al bedenkelijk is, maar die daarin dan nog falen ook. Een handvol walnoten verschilt in textuur nauwelijks van het theatraal uitgelichte Perzische tapijtje eronder; een oud boek glimt net zoals de tinnen kan, het wijnglas, schil én blad van de mandarijn en het natuurstenen plateautje waarop het geheel rust. Allemaal nostalgisch formulewerk in eeuwenoud strijklicht.

Het kan anders. De donzige schildertoets van Jaap Roose (bij Galerie Mokum) zit een glimmende witte kom nog een beetje dwars, maar is heel geschikt voor de fluwelige vacht van de snijbonen die er in en omheen liggen. Mooi nuchter onderwerp voor een stilleven ook, die stijve platte snijbonen. Nog eigenwijzer is Mario ter Braak, die een komkommer in cellofaan schilderde. Bij Galerie Jacoba Wijk hangt van hem een wonderlijk visstilleven, een waaier van makrelen en wijtingen die in een halfvolle wasbak staan als bloemen in een vaas.

In een zaaltje met werk van oud-studenten van de Amsterdamse Wackers Academie verrast een zelfportret van Irma Braat. Ze moet in een spiegel hebben gekeken die schuin op de vloer lag, want we zien de hoeken en ramen van haar atelier in kikvorsperspectief. Een grote scheur in het plafond trekt als een ader door het schilderij. Daaronder kijkt de schilderes met een zelfbewuste Breitnerblik op ons en zichzelf neer. Haar linkerhand heeft ze elegant in haar schort gestoken. Geen nostalgie, geen gepriegel: een no-nonsense zelfportret met een originele invalshoek.

Galerie Petit brengt tien kleine zeegezichten van Kris Spinhoven. Het zijn rake plein air-schilderijtjes van olieverf op papier van golven die op het strand af denderen, met schuimkoppen die omkrullen in de zon of in de schaduw van een wolk. Spinhoven legde het achteruit kruipende water van een golf vast. Het zweempje hemelsblauw dat in die eerste meter zee tevoorschijn komt als het er even stil is. De kleur van de schaduwen in het zand. Het zonlicht op het staal van een vuilnisbak. Er is geen zandkorrel te zien, maar ook dit – of juist dit – is stofuitdrukking. De zeelucht laat zich niet schilderen, zou je denken, maar ze hangt in deze schilderijen. Je voelt het zand tussen je tenen, je hoort de golven ruisen, de meeuwen krijsen en de vuilniszak ritselen in de wind. Een nazomerdag, net geen zwemweer. Spinhovens suggestieve realisme is echter dan het secuurste gefijnschilder.

Realisme 07. Beurs voor hedendaagse figuratie. T/m zondag 21/1 Passenger Terminal, Piet Heinkade 27, Amsterdam. www.realismeamsterdam.com

    • Gijsbert van der Wal