Niemand vraagt nu iets aan de ambtenaren

Ambtenaren en lobbyclubs zijn gewend een formatie te benutten om hun onderwerpen op de agenda te zetten. Maar deze keer is hun invloed beperkt.

Het zijn dit keer de politici die bepalen welke onderwerpen ter tafel komen. En niemand anders. Met dit voornemen zijn Jan Peter Balkenende (CDA), Wouter Bos (PvdA) en André Rouvoet (ChristenUnie) deze week verdergegaan met de onderhandelingen over een nieuw kabinet, onder leiding van informateur Herman Wijffels.

Die constatering mag een open deur zijn, maar het is bekend dat ambtenaren, lobbyclubs en adviseurs formatieperiodes aangrijpen om hun onderwerpen te agenderen. Grote infrastructurele projecten (de Betuweroute, de HSL) doken onder invloed van ambtelijke adviesclubs ineens op in regeerakkoorden, zonder dat de Kamer zich daarover had uitgesproken. Nu willen CDA, PvdA en ChristenUnie dat anders doen.

Betrokkenen melden dat bijvoorbeeld een advies van de Centraal Economische Commissie (CEC) nog niet ter tafel is gekomen. Dat CEC-advies bevat een schat aan informatie over zaken als het begrotingskader, alternatieven voor de financiering van de vergrijzing en zaken als de hypotheekrenteaftrek. In vorige formaties werd het CEC-advies vaak gebruikt als de basis voor het financieel-economisch beleid, het zogeheten motorblok van een nieuw kabinet. In de CEC zitten de hoogste ambtenaren van Economische Zaken, Financiën, Sociale Zaken en Algemene Zaken, en de directeur van het Centraal Planbureau en een directeur van De Nederlandsche Bank.

Maar geen van de onderhandelaars heeft tot nu toe gevraagd om het stuk, tot irritatie van de betrokken ambtenaren. En zolang het advies niet is opgevraagd, blijft het vertrouwelijk. Iedere partij aan de onderhandelingstafel heeft wel een eigen reden om niet over het advies van de CEC te beginnen. Voor de ene partij is zelfs maar het verwijzen naar varianten om aan de hypotheekrenteaftrek te tornen onacceptabel, voor de ander de alternatieven die de ambtenaren schetsen om de vergrijzingskosten op te vangen.

Ondertussen werken de onderhandelaars aan een akkoord waarvan nog niets naar buiten is gekomen. Maar in de Tweede Kamer werd gisteren, tijdens de behandeling van de begroting van Volksgezondheid, duidelijk hoezeer de beoogde coalitiepartijen zich al gebonden voelen aan het toekomstige kabinet. Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) zag af van een motie over beperking van alcoholreclame. Voordewind zei dat hij „van alle drie de partijen het signaal [heeft] gekregen om een pas op de plaats te maken”. „Ik ga ervan uit dat het tijdens de formatie op tafel ligt en wil de besprekingen niet voor de voeten lopen”, aldus Voordewind. Vervelend voor het nieuwe Kamerlid, die gisteren de hoon van collega’s over zich afriep, maar een zegen voor het formatieproces, menen de onderhandelaars.

Tot nu toe lijkt de methode-Wijffels succesvol. Zelfs een uitgelekte notitie van het CDA over de campagne voor de Statenverkiezingen, 7 maart, leidde nauwelijks tot beroering. De campagneleider van het CDA, Jack de Vries, had uit de losse pols al een soort van winst- en verliesrekening van het formatieproces opgesteld. Bos belde met Balkenende, maar liet zich niet verleiden inhoudelijk te reageren op het CDA-plan.

Het doel van deze aanpak is om zoveel mogelijk achter gesloten deuren tot een totaalakkoord te komen, zodat het onwaarschijnlijk is dat tussentijds akkoorden op deelterreinen naar buiten komen en door specialisten in de fracties of door lobbywerk van buiten onderuit worden gehaald.

In financieel opzicht heeft Balkenende voor het eerst te maken met een gunstige uitgangssituatie. Het oplopende begrotingstekort waarmee hij in 2002 en 2003 te maken had, is weggewerkt. Over 2006, zo heeft demissionair minister Zalm (Financiën, VVD) vandaag bekend gemaakt, is sprake van een overschot van 0,6 procent van het bruto binnenlandse product. Dat is een slordige 3,3 miljard euro. Het betekent dat er minder omgebogen hoeft te worden om de overheidsfinanciën aan het einde van de volgende kabinetsperiode ‘vergrijzingsbestendig’ te maken. Of anders gezegd: er is meer geld beschikbaar om aan nieuwe prioriteiten te besteden.