Medicijn met bijwerkingen

De pas ingevoerde zenderindeling vergroot de effectiviteit van de publieke omroep. Volgens een studie is het ‘een levensreddend medicijn voor een ernstig zieke patiënt’.

Aart Zeeman en Tijs van den Brink van Netwerk. De nieuwe uitzendtijd veroorzaakte een rel. Foto NCRV Op foto: Presentatoren Aart Zeeman (NCRV) en Tijs van den Brink (EO) in nieuw decor Netwerk FOTO: NCRV NCRV

Bart Funnekotter

Sinds begin 2006 hebben niet langer de publieke omroepen het in Hilversum voor het zeggen, maar de netcoördinatoren. Dat werd de meeste kijkers pas duidelijk toen in oktober vorig jaar een rel losbarstte rondom het programma Lingo. Netcoördinator Ton F. van Dijk vond dat het niet paste in het nieuwe profiel van Nederland 1. Er zouden te weinig jongeren naar kijken. De TROS, de omroep die het spelletje uitzond, wilde er echter graag mee doorgaan.

Nadat iedereen over de netcoördinator was heen gevallen, inclusief een aantal Kamerleden en Lingo-fan premier Balkenende, trok Van Dijk zijn voornemen in. Ook in een andere zaak die voor de nodige ophef zorgde, de verplaatsing van het uitzendtijdstip van Netwerk, haalde de centrale leiding van de Publieke Omroep (PO) bakzeil. Er lopen nu nog elf bezwaar- en beroepszaken en zeven rechtszaken tegen de leiding van de PO rondom de nieuwe zenderindeling.

Deze conflicten tonen aan dat er bij zowel de omroepverenigingen als de raad van bestuur van de PO en zijn medewerkers onduidelijkheid bestaat over wie binnen het nieuwe bestel nu wat voor het zeggen heeft. Mogen netcoördinatoren zich behalve met de programmering bijvoorbeeld ook bemoeien met de inhoud van programma’s? Om in die zaak helderheid te scheppen, vroeg de raad van bestuur van de PO voormalig EO-directeur Ad de Boer een studie te doen naar het spanningsveld rondom de nieuwe werkwijze van de publieke omroepen. Gisteren presenteerde De Boer tijdens een persconferentie in het Hilversumse Mediapark de resultaten van zijn onderzoek.

Hij viel met de deur in huis. De situatie zoals die voor 2006 bestond, met een ‘thuisnet’ voor iedere omroep, komt niet meer terug. „Het nieuwe model heeft de effectiviteit van de publieke omroep vergroot. Het is een levensreddend medicijn gebleken voor een ernstig zieke patiënt. Maar het medicijn kent redelijk wat bijwerkingen, die weliswaar niet dodelijk zijn, maar wel vervelend.”

De Boer sprak voor zijn onderzoek met de raad van bestuur van de PO en met een groot aantal omroepdirecteuren en -voorzitters. De omroepbazen vonden het vervelend dat de omroepen elkaars directe concurrenten zijn geworden. Ze proberen elkaar de loef af te steken bij het binnenhalen van geld en de meest populaire uitzendmomenten. Vroeger voelde een aantal omroepen zich samen verantwoordelijk voor een zender, maar nu is het ieder voor zich.

Sommige directeuren denken dat de raad van bestuur bewust een verdeel-en-heerspolitiek voert. Zo ver wil De Boer niet gaan. „De toegenomen onderlinge concurrentie is het gevolg van het optreden van de netcoördinatoren, niet de intentie.”

Over de mate waarin netcoördinatoren zich mogen bemoeien met de inhoud van programma’s was De Boer duidelijk. „Een netcoördinator móét zich bemoeien met de inhoud van de programma’s op zijn zender. Dat wil niet zeggen dat hij per uitzending van een talkshow de gasten goedkeurt, maar het betekent wel dat hij naar de gastenlijst van een paar maanden kan kijken en daaruit kan concluderen dat het programma niet past binnen het profiel.”

Om de verhouding tussen de raad van bestuur en de omroepen te verbeteren, doet De Boer een aantal aanbevelingen. Hij ontraadt de omroepen verdere zaken aan te spannen over de nieuwe zenderindeling.

Verder stelt hij: „Laat in woorden en gedragingen blijken de Raad van Bestuur te erkennen en te respecteren in zijn verantwoordelijkheid voor het realiseren van de missie en doelstellingen van de publieke omroep.” Netcoördinatoren raadt hij aan de omroepen eerder te betrekken bij de programmering van de zenders.

Harm Bruins Slot, de voorzitter van de raad van bestuur van de PO, gaf te kennen de aanbevelingen van De Boer te zullen overnemen. „Het is duidelijk dat de coördinatoren de afgelopen maanden niet buiten hun bevoegdheden hebben gehandeld.”

Bruins Slot is niet te spreken over de wijze waarop het overleg tussen de omroepen en de netcoördinatoren op dit moment verloopt. Waar vroeger een aantal omroepen per net aan tafel zat, zijn dat er nu meer dan twintig.

„Wij hebben de omroepen gevraagd zich op vrijwillige basis te clusteren, zodat er niet meer dan een handvol mensen bij een overleg aanwezig hoeft te zijn. Het ziet er niet naar uit dat dit spoedig op vrijwillige basis zal gebeuren. Daarom willen we via de informateur een verzoek bij de wetgever neerleggen om dit van bovenaf op te leggen.”

Bruins Slot wilde niet ingaan over hoe de clustering van omroepen dient te geschieden. „Het moet in ieder geval niet per zender gebeuren, want dan eindigen we uiteindelijk met drie publieke omroepen. Dat is niet onze bedoeling.”

De publieke omroepen die om een reactie op het onderzoek van De Boer is gevraagd, gaven aan het rapport eerst beter te willen bestuderen.

    • Bart Funnekotter