Laatste jaren van een spoormonopolie

Het Europees Parlement stemde vanmorgen tegen meer concurrentie bij personenvervoer op het spoor. De spoorbedrijven vrezen een chaos bij verdere liberalisering.

In de jaren negentig was Lovers Rail de eerste concurrent van de NS. Het bedrijf was drie jaar actief, onder andere op de lijn Amsterdam-Lisse. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Haarlemse bloemenmeisjes bij de opening van de Lovers Keukenhofexpres naar Lisse 980326 FOTO: Maurice Boyer

Het is een van de laatste monopolies in Europa die nog over zijn: personenvervoer op het spoor. Als het aan het aan een meerderheid van het Europees Parlement ligt is dat straks afgelopen. Maar vandaag stemde het een absolute meerderheid toch tegen.

Aad Veenman, president-directeur van de NS, is bang dat de voorgestelde liberalisering zal leiden tot cherry picking: nieuwe marktpartijen op de markt zoeken de rendabele lijnen uit en laten andere links liggen. „In veel landen wordt het evenwicht in het openbaar vervoer dan verstoord”, zegt hij.

Het Europees Parlement besliste vandaag over het zogenoemde ‘derde spoorwegpakket’ van de Europese Commissie, dat stamt uit 2004. Het borduurt voort op twee eerdere pakketten, allemaal gericht op het stimuleren van het spoorgebruik.

Een van de voorgestelde maatregelen is het opheffen van het alleenrecht voor personenvervoer in de EU, dat nu in alle lidstaten, uitgezonderd Groot-Brittannië, van kracht is. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van Europa, stelt voor per 1 januari 2010 concurrentie toe te staan op het grensoverschrijdende treinverkeer; voor binnenlands verkeer is nog geen datum genoemd.

Het Europees Parlement wil in principe ook binnen de landsgrenzen van de EU-staten concurrentie en wel per 1 januari 2017. „De interne markt was er al in 1992, dan is het nu de hoogste tijd voor concurrentie op het spoor”, zei het Duitse en christen-democratische lid van het Europees Parlement, Georg Jarzembowski, tegen de online publicatie EUobserver.

NS-topman Aad Veenman, die tevens spreekt namens de 55 leden tellende CER (Community of European Railway and Infrastructure Companies) zegt marktwerking „prima” te vinden, maar op gereguleerde wijze. Niet alles kan aan de markt worden overgelaten: concurrentie tussen twee of meer partijen op een en hetzelfde traject is uitgesloten, daarvoor is de capaciteit op de stations en de rails in Nederland en menig ander land te beperkt, stelt hij.

Wat wel kan volgens Veenman is concurrentie in de concessies: verschillende bedrijven schrijven zich in op vervoer op één traject en één partij krijgt de gunning. „Dat gebeurt in Nederland al op regionale lijnen, dus het is niet nieuw.”

Maar Veenman legt er de nadruk op dat spoorwegbedrijven in Europa ook nog een maatschappelijke taak hebben: het vervoer van reizigers in het hele land gedurende een groot deel van de dag. „Nieuwe spelers zullen alleen de economische interessante lijnen uitzoeken en laten de rest over de bestaande vervoerder. Dan moet de overheid bijspringen, of verbindingen die niet zo winstgevend zijn, verdwijnen”, aldus Veenman.

Nederland opknippen in verschillende concessie-gebieden is volgens Veenman ook geen goede optie. „Daarvoor zijn we te klein. Het hele net in Nederland is vergelijkbaar met een regio in Duitsland of Frankrijk. De ervaring met de liberalisering in Groot-Brittannië heeft geleerd dat een concessiegebied niet te klein moet zijn en de looptijd niet te kort.”

VVD-europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert is voorstander van de liberalisering in de spoorsector. Maar zij waarschuwt voor een situatie waarbij verschillende bedrijven op hetzelfde spoornet rijden. Ook zegt ze dat „het opknippen van het nationale hoofdrailnet een bedreiging kan zijn voor de veiligheid, de efficiëntie en de sociale functie van het spoornet in met name de middelgrote en kleinere lidstaten. Dit geldt zeker voor Nederland.”

NS-man Veenman vreest dat een te ver doorgevoerde liberalisering niet alleen negatieve economische gevolgen heeft, maar ook zal leiden tot chaos. „Het wordt dan een ingewikkelde puzzel, zowel voor de bedrijven als voor de reizigers.”