Is na Castro alles anders?

Stalin, Franco, Tito en Mao: qua methoden verschilden ze niet bar veel van elkaar.

Maar hoe ze van het toneel verdwenen, bepaalde het verschil in hun nalatenschap.

Het is natuurlijk alleen nog een kwestie van biologie wanneer commandante Fidel afscheid van de macht zal doen. De weinige foto’s die van hem zijn opgedoken sinds hij in juli ziek werd, laten duidelijk zien hoe die biologie in zijn werk gaat. Als het einde komt, konden de veranderingen in Cuba wel eens zo omvangrijk worden als bij de vorige gelegenheden dat een grote dictator heenging.

Stalin, Franco, Tito, Mao: qua methoden leken zij allemaal op elkaar. De manieren waarop zij van het toneel verdwenen, verschilden echter dikwijls zeer, en die verschillen kunnen samenlevingen voor tientallen jaren tekenen.

Neem de Sovjet-Unie. Op 9 maart 1953 stond alles stil, van de Finse Golf tot de Beringzee, en ook in Warschau, Boedapest, Praag en Oost-Berlijn. Rouwende menigten, huilend, hysterisch bijna, konden overal worden waargenomen in het grote rijk dat Stalin had geregeerd.

Toch was binnen een paar dagen het woord ‘stalinisme’ uit het nieuwe Sovjet-woordenboek geschrapt. Drie jaar later veroordeelde mijn grootvader, Nikita Chroesjtsjov, Stalins ‘persoonsverering’ in zijn beroemde ‘geheime toespraak’ tot het twintigste Congres van de Communistische Partij. De Chroesjtsjov-dooi die daarop volgde, was misschien van korte duur, maar voor het eerst in de Sovjet-geschiedenis werd gezinspeeld op de mogelijkheid van verandering – een mogelijkheid die Michaïl Gorbatsjov in 1985 aangreep.

De dood van maarschalk Josip Broz Tito leidde tot een ander soort uitbarsting. Decennialang had zijn persoonlijke heerschappij Joegoslavië een vals gevoel van eenheid opgelegd. Na zijn dood in 1980 begon die kunstmatige staat af te brokkelen, culminerend in de oorlogen in Bosnië, Kroatië en Kosovo van de jaren negentig.

Niet alle langdurige dictaturen eindigen echter in desintegratie en geweld. Door de dood van Mao kon Deng Xiaoping terugkeren uit ballingschap. Deng opende binnen een paar jaar de economie, waardoor een kapitalistische revolutie op gang kwam, die China veel diepgaander – en succesvoller – heeft veranderd dan de socialistische revolutie van Mao ooit had gedaan.

Ook Spanje is ontsnapt aan een gewelddadig uiteenvallen toen de fascistische dictatuur van generalísimo Franco bij zijn dood ineenstortte. Hiervoor verdient de dictator overigens enige lof, want door vlak vóór zijn dood de monarchie onder koning Juan Carlos in ere te herstellen, voorzag Franco Spanje van het fundament voor een nieuw begin. Franco zal niet hebben beseft dat wat Juan Carlos zou bouwen, het moderne, democratische Spanje van nu zou zijn.

Het is geen toeval dat communistische landen meestal bestuurd werden (en worden) door bejaarden, en democratieën door jongere mannen en vrouwen. Dat verschil is belangrijk. Oude leiders kunnen met succes leiding geven aan landen die geen behoefte hebben aan een radicale herziening van hun beleid en doelstellingen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen op deze regel – Churchill, Adenauer, Deng, Reagan. Maar jongere leiders zijn waarschijnlijk beter opgewassen tegen moeilijke tijden.

Politieke concurrentie maakt het voor alle politici, hoe oud ze ook zijn, nodig om op hun tenen te blijven lopen, nieuwe problemen te zien aankomen en open te blijven staan voor nieuwe ideeën die erop zijn gericht die problemen aan te pakken. Niemand kan zichzelf in een hoog ambt verschansen. Eénpartijstelsels, charismatische dictaturen, of een mengeling van die twee, zoals in Tito’s Joegoslavië, staan garant voor verkalkte geesten en luie regeringen.

Wat zal er met Cuba gebeuren na de dood van Castro? Veel waarnemers schilderen Raúl Castro, Fidels jongere broer en aangewezen opvolger, af als een pragmaticus. Toen Cuba’s royale Sovjet-subsidies begin jaren negentig verdwenen, was het Raúl die inzag dat voor de overleving van het regime economische hervormingen nodig waren.

Maar dit is wel dezelfde man die, aan het hoofd van Cuba’s interne veiligheidsapparaat, jarenlang de knokkels van de ijzeren vuist van het regime vertegenwoordigde, en rechtstreeks verantwoordelijk was voor de gevangenzetting – en dikwijls marteling – van duizenden dissidenten. Daarom is wellicht het beste dat mag worden verwacht een liberaliseringsexperiment à la Rusland, waaraan wellicht snel een einde wordt gemaakt door de nerveuze oude garde.

Bovendien zou het invoeren van hervormingen wel eens minder urgent kunnen worden door de steun van olierijke bondgenoten als president Hugo Chávez van Venezuela en door de recente ontdekking van aanzienlijke oliereserves voor Cuba’s eigen kust. In dat geval zal Raúl misschien trachten uit alle macht het versteende systeem overeind te houden dat hij met zoveel wreedheid heeft helpen opbouwen en handhaven.

Maar Raúl Castro is zelf een oude man, dus we mogen erop hopen dat uiteindelijk een of andere Deng zal opstaan uit de wrakstukken van het Fidelisme. Maar op dit moment blijven jongere communistische functionarissen als minister van Buitenlandse Zaken Felipe Pérez Roque ideologische hardliners die door veel Cubanen omschreven worden als „los Taliban”. Als zij de controle overnemen en aan hun wapens vasthouden, staat Cuba opnieuw een lange biologieles te wachten.

Nina Khrushcheva is hoogleraar internationale betrekkingen aan de New School University. Haar boek Imagining Nabokov verschijnt dit jaar bij Yale University Press. © Project Syndicate 2007. Vertaling Menno Grootveld.

    • Nina Khrushcheva