In the state of Denmark

In Denemarken is deze maand het aantal provincies van veertien teruggebracht naar vijf en het aantal gemeenten van 271 naar 98. In Nederland kwam gisteren een rapport uit met een advies over een eventuele Randstadprovincie, waarover al enkele decennia wordt gesproken. En waar nooit iets van zal komen, als de politiek op deze manier doorgaat. In Denemarken is daarentegen een wonder verricht.

Het voorheen provinciale ruimtelijke-ordeningsbeleid is overgedragen aan de gemeenten en de Deense regering. Net als belastingheffing en onderwijs. De provincie in Denemarken doet voortaan gezondheidszorg, openbaar vervoer en regionale ontwikkeling. De ‘Autoriteit voor Groot Kopenhagen’, belast met openbaar vervoer, wordt juist opgeheven. Die taken gaan naar de nieuwe regio Hovedstaden.

De Deense commissie die 173 gemeenten en 9 provincies ophief, stond onder leiding van een directeur van een verzekeringsbedrijf. De Deense premier gaf persoonlijk politieke rugdekking. In de commissie die het wonder volbracht, waren met opzet geen politieke partijen vertegenwoordigd – te veel gevestigde belangen. Ook de wetenschappers waren overgeslagen – te weinig daadkracht.

De sleutel tot het succes bleek achteraf het politieke doorzettingsvermogen op centraal niveau. Toen het gemeenten duidelijk was dat het écht zou doorgaan, ontstond er een spontane consolidatie. Gemeenten mochten niet kleiner dan 20.000 tot 30.000 inwoners zijn. Onder tijdsdruk moesten ze binnen een half jaar mogelijke fusiepartners aangeven. De gekozen burgemeesters zagen hun kans schoon en werden actief op nieuwe kiezersmarkten. De gemiddelde Deense gemeente telt nu 55.000 inwoners. De gemeenten zijn groter dan verwacht en kleiner in aantal.

In Nederland tobben we nu al decennia met schaalgrootte en bestuurlijke doelmatigheid. In de Randstad worden de problemen nijpend. De infrastructuur is verzwakt, het ondernemingsklimaat verslechterd, de bestuurlijke onmacht flagrant. De politiek is in gebreke gebleven.

De nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, schreef onlangs in het Nederlands Juristenblad dat in het openbare bestuur een heel eigenaardige vorm van ‘marktwerking’ bestaat, „een markt van ego’s en posities” die wordt goedgepraat met het ‘algemeen belang’. Die term zou hij het liefst nooit meer willen horen. „Het begrip algemeen belang wordt [...] slechts gebruikt als retorische schaamlap voor deelbelangen en soms zelfs plat eigenbelang.”

In dat moeras zit het bestuur dus vast. Tenzij een nieuw kabinet met een nieuw elan moed toont en het middenbestuur in Nederland voor een voldongen feit stelt. Fuseren of ‘gefuseerd worden’ was het Deense recept. En: een helder idee over de taken en bevoegdheden waar provincies goed in zijn. Daarna uitvoeren. In Denemarken duurde de cruciale fase een half jaar. Zou Balkenende het kunnen? Heeft een nieuw kabinet de moed om over partijbelangen heen te springen? Die kans lijkt niet groot. Maar zou het wel goed zijn als het eindelijk eens gebeurde.