Gerhard Schröder, Poetins eigen ambassadeur

Terwijl Europa zoekt naar gepaste omgangsvormen met de autoritaire energieleverancier Rusland heeft Moskou in Berlijn zijn eigen man: oud-kanselier Gerhard Schröder.

Vladimir Poetin heeft in Europa een pregnant gevoel van onbehagen opgewekt. Twee keer onderbrak Rusland de energie-export. Vorig jaar, tijdens een conflict met de Oekraïne, begin deze maand na ruzie met Wit-Rusland. Sindsdien is duidelijk: Europa hangt aan een Russisch infuus. De afhankelijkheid is extra ongemakkelijk omdat Poetin het met democratische spelregels niet zo nauw neemt. Een reeks onopgehelderde politieke moorden onderstreepte de donkere kanten van het autoritair bestuurde rijk.

In Europese hoofdsteden wordt gezocht naar een gepaste omgangsvorm met Rusland, naar een middenweg tussen niet-bruuskeren (gas!) en niet-omhelzen (mensenrechten!). Zo ook in Berlijn. In Duitsland heeft Poetin het net iets makkelijker dan elders. In Berlijn kan hij rekenen op een onbezoldigde ambassadeur met statuur en vechtlust, op een politieke performer uit de hoogste divisie die net iets te vroeg met prepensioen moest: op oud-kanselier Gerhard Schröder.

Hotel Adlon. Gisteravond. In de Grote Balzaal luistert de politieke incrowd – staatssecretarissen, parlementariërs – naar de vorige kanselier. De Duitse Vereniging voor Buitenlands Beleid (DGAP) heeft Schröder uitgenodigd voor een debat met Igor Sjoevalov, dé economisch adviseur van president Poetin. Sjoevalov is een ‘high-potential’ uit het Kremlin. Bedrijfseconoom, net veertig geworden, Poetins ‘sherpa’ bij WTO en G8. Het wordt geen debat Schröder versus Sjoevalov. Het wordt: Gerhard en Igor tegen de rest.

Schröders liefde voor Rusland en zijn vriendschap met Poetin zijn genoegzaam bekend en worden al lang bekritiseerd. Schröder werd op de korrel genomen toen hij Poetin een ‘loepzuivere democraat’ noemde. Schröder werd door columnisten gekielhaald toen hij president-commissaris werd bij een Russisch-Duits bedrijf dat een gaspijpleiding door de Oostzee bouwt. Schröder raakte er niet van onder de indruk. Zijn liefde brandt nog steeds.

De oud-kanselier opent rustig. Schröder geeft Rusland een compliment voor het G8-voorzitterschap. Schröder schetst hoe afhankelijk Europa is van Russische grondstoffen. Schröder waarschuwt Europa dat Rusland die felbegeerde grondstoffen ook kan leveren aan Azië.

Dan wordt Schröder puntig. Hij hekelt het Europese debat over Rusland dat door „misverstanden en anti-Russische sentimenten” wordt gedomineerd. Rusland heeft nu eenmaal geen democratische traditie en in de jaren negentig werd het land gekenmerkt door „chaos, schaarste en uitbuiting”. Toen kwam Poetin. Hij herstelde rechtstatelijkheid, de welvaart steeg, Rusland werd weer betrouwbaar. Niemand bestrijdt dat er nog „democratische gebreken” zijn, maar wat zou Rusland zijn zonder Poetin? Mogelijk een „failed state”, zegt Schröder. Dat in Rusland de anarchie werd afgewend is geen toeval, het is te danken aan Poetin. Wie zoiets zegt, spreekt een „historische waarheid”. Later zal iemand opmerken dat Schröder Rusland „rooskleuriger ziet dan het Kremlin zelf”.

Retorisch drijft Schröder Europa steeds verder in de armen van Moskou. Het is vooral een vermeend dédain waarmee Europeanen naar Rusland kijken dat Schröder stoort. „We moeten niet altijd zo doen alsof Rusland ons dankbaar moet zijn. Nee!”

Poetins échte gezant, Sjoevalov, heeft het daarna eenvoudig. Hij bedankt Schröder omstandig en demonstreert aan arrogantie grenzend zelfvertrouwen. Rusland is graag bereid iets van de grondstoffenvoorraad „af te staan”. Economisch „loopt bij ons alles gesmeerd” en de storm van kritiek over de onderbreking van de energietoevoer doet hij af als „de afgunst waarmee het beste jongetje van klas altijd te kampen heeft”.

Over politieke vragen naar de moorden op spion Litvinenko en journaliste Politkovskaja merkt Schröder op dat het wel heel opmerkelijk is dat iedereen Poetin alvast heeft veroordeeld. Op de vraag of het hem koud laat dat kritische Russen steeds meer angst hebben hun mening te verkondigen,gaat Schröder niet in.

    • Michel Kerres