De stoel

In een impuls een nieuwe fauteuil aangeschaft. Het gevaarte blijkt echter veel te groot om door het trapgat van de starterswoning te kunnen. Gelukkig is de mens inventief.

Een goede vriend zou op bezoek komen. In zijn huis zal je geen stofje vinden, zijn inrichting getuigt van goede smaak. Bij mij is dat minder. Ik begon haastig te poetsen en te boenen, maar één ding zat mijn schoonmaakwoede in de weg. Dat was de kapotte leunstoel.

Mijn vriend heeft meer carrière gemaakt dan ik, hij is helaas ook veel dieper gevallen (door de drank) maar hardnekkig omhoog geklauterd. Ik heb respect voor hem. Ja, ik kijk tegen hem op. Een verslaving aan de uitwerpselen van gist overwinnen is niet iedereen gegeven. Ik zou niet willen dat hij mij een viespeuk vond. (Zei niet laatst een buurman, die onverwachts naar boven kwam en verbaasd de puinhoop van kranten en boeken aanschouwde: „Ja, sommige mensen kunnen zo leven!”)

Daar was ik van geschrokken. Ik heb geen onbetaalde dienstmeid zoals die heer. Ik ben vrijgezel.

Ik bezag die oude vuile versleten leunstoel, aangevreten door mijn papegaai zaliger, met scheuren in de armleuning en in de zitting en dacht: zo kan dat niet meer. Dat ding moest weg. Maar... hij zat zo lekker. Mijn hondje lag er graag in. Allebei waren we reuze gehecht aan die oude versleten stoel van Terre des Hommes.

Er moest snel iets gebeuren. Ik stapte vlug in mijn bestelauto en reed naar de kringloopwinkel, gevestigd in een ruime fabriekshal. Ik had geluk, daar stond een mooie makkelijke fauteuil, hij was nog zwart ook (dus niet besmettelijk!). Puntgaaf. Was ook niet duur: 35 euro. In nog geen tien minuten had ik de prachtstoel gekocht en was al weer op weg naar huis. Ik ben een meester in verkeerde impulsaankopen.

Nu moest hij naar boven. Eerst maakte ik de voordeur open. Daarna trok en duwde ik het zwarte gevaarte tot aan de voordeur. Het was schrikken. De fauteuil kon niet naar binnen. Hij was domweg te breed en te groot. Dat was me in de ruime fabriekshal van de kringloopwinkel niet opgevallen, daar was plek zat. Nu ik de smalle trap naar boven zag, werd me duidelijk dat ik die stoel nooit en te nimmer door dat smalle trapgat in mijn starterswoning zou krijgen. Wat nu?

Je begint toch te duwen en te trekken, tegen beter weten in, tot het zwarte ding helemaal klem zat in het halletje bij de voordeur. De trap naar boven was zeker een halve meter te smal om die dikzak door te laten. Ik klom over de stoel heen naar buiten en was toch zeker nog een half uur bezig om het ding weer uit zijn benarde positie te bevrijden en weer op straat te krijgen. Men zou mij eigenwijs kunnen noemen. Die stoel moest en zou naar boven.

De mens, bedacht ik, is in de evolutie zo ver gekomen omdat hij steeds weer zijn hersens gebruikte. Dat ging ik nu ook doen.

Mijn oude stoel zat lekker, hij zag er alleen heel lelijk uit. De nieuwe fauteuil was veel te groot, maar zag er bijzonder netjes uit. Ik moest van 2 componenten 1 maken. De huid van deze overmaatse stoel, bedacht ik, zou gemakkelijk over mijn oude stoel heen passen.

Ik haalde mijn vlijmscherpe Zweedse werkmes van boven, en sneed het kunstleer van de nieuwe stoel aan de onderkant los. Daarna begon ik de stoel voorzichtig te villen. Ik stroopte de huid omhoog, sneed de schuimrubberen armleuning los, en de schuimrubberen rugleuning en de schuimrubberen zitting, tot ik iets in mijn armen had dat heel flexibel over de nauwe trap naar boven ging. Het lelijke houten frame bleef achter op straat.

Boven kleedde ik mijn oude stoel uit en trok de nieuwe kunstleren jurk met al dat aangeplakte schuimrubber er overheen. Met wat passen en meten leek het warempel op een keurig nette fauteuil. De bekleding viel wat ruim, maar dat kleedt ook af, zou een vrouw zeggen. En de stoel zat een beetje vreemd. Niet zo gemakkelijk als ik gewend was. Ik zat een beetje schuin voorover. Dat was natuurlijk een kwestie van wennen. Zo’n nieuwe stoel moet je inzitten. Hij zag er piekfijn uit. Een sieraad voor mijn kamer.

De visite werd een doorslaand succes. Het viel mijn vriend direct op dat ik die vieze oude kapotte stoel had weggedaan. „Want eerlijk Fred, die stoel was vies, hij lag altijd vol met zand van de hond.”

Hij toonde zich geroerd dat ik speciaal voor zijn bezoek deze nieuwe stoel had aangeschaft. Ik hielp hem niet uit de droom. Ik ben niet gek. Waarom zou je een mooie illusie bezoedelen met de lelijke waarheid die schuil ging onder de nieuwe kleren van de keizer?

    • Fred Koning