De medici en de markt

Eindelijk komt er duidelijkheid over de salarissen van medisch specialisten en daarmee rust op dit gebied, dankzij een akkoord van de demissionaire minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst (VVD), met de Orde van Medisch Specialisten. Het salaris van de specialisten is weliswaar geen 126 euro per uur geworden, zoals de meerderheid van een sterk verdeelde adviescommissie had aanbevolen, maar 132,50 euro. Dat is een stuk meer, maar wel minder dan de nu geldende tijdelijke tarieven van 147,50 euro en de 157 euro die de vertegenwoordiger van de Orde had geëist.

Inkomensverschillen worden kleiner, niet alleen tussen de verschillende soorten specialisten onderling, maar ook tussen medische specialisten in vaste dienst en leden van maatschappen. Het vaststellen van de inkomens is nog maar het begin. Omdat medisch specialisten schaars zijn en grotendeels de toegang tot hun eigen beroepsgroep bepalen, is van concurrentie en marktwerking weinig sprake. Vandaar dat de prestaties van de zittende specialisten bij gelijkblijvend inkomen onderling sterk uiteenlopen. Het is moeilijk generaliseren. Er zijn specialisten die, bij wijze van spreken, dag en nacht en in het weekeinde werken voor een bescheiden salaris in dienstverband, er zijn er ook die vier dagen in de week voor een volle baan wel genoeg vinden, en de dure operatiezaal op vrijdag ongebruikt laten.

Anderen werken officieel in deeltijd, terwijl het personeelstekort in hun branche niet wordt opgevuld. De vrijgehouden vijfde dag van de werkweek wordt door sommigen ook wel gebruikt om wachtlijsten in het buitenland weg te werken, terwijl Nederlandse patiënten wekenlang moeten wachten. Vergelijk dat eens met België, waar veel medisch specialisten ook ’s avonds en op zaterdag gewoon spreekuur hebben. Daar zijn veel meer medici. Ook in Duitsland, waar meer dan genoeg medici zijn opgeleid, is de servicebereidheid groter dan hier. Geen wonder dat patiënten naar die landen gaan als het in Nederland te lang duurt. Dat terwijl de inkomens van Nederlandse medici in internationaal vergelijkende onderzoeken, onder andere van de organisatie voor geïndustrialiseerde landen OESO, tot de hoogste behoren.

Sommige medici hebben een financiële prikkel nodig om harder te werken. Het is dan ook goed dat de prestaties van medici bij de financiële onderhandelingen met de ziekenhuizen een grotere rol gaan spelen. Minister Hoogervorst heeft terecht de grote autonomie van de specialist aangevochten. Verder komen er volgend jaar functioneringsgesprekken met de specialisten. Maar dergelijke gesprekken hebben alleen zin als er genoeg medici zijn opgeleid. Anders kunnen slechte specialisten niet worden vervangen door betere.

Onder druk van Hoogervorst is het aantal studenten dat tot de medische opleidingen wordt toegelaten, al enigszins verhoogd. Maar te veel enthousiaste jongeren die medicus willen worden, moeten nog worden teleurgesteld. De medische beroepsorganisaties zijn verantwoordelijk voor de professionele standaarden, maar de overheid hoort uit te maken hoeveel medici er nodig zijn. Voor betere en mogelijk goedkopere patiëntenzorg moet de numerus clausus voor de medische opleidingen flink worden verhoogd.