De laatste jaren van een monopolie

Het Europese Parlement wil meer concurrentie op het spoor voor personenvervoer.

De spoorwegbedrijven zijn bang dat er dan chaos komt.

Lovers Rail was in 1996 de eerste concurrent van de NS. (Foto Maurice Boyer) Boyer, Maurice

Het is een van de laatste monopolies in Europa die nog over zijn: personenvervoer op het spoor. Als het aan het Europese Parlement ligt is dat straks afgelopen. Vandaag stemt het Europees Parlement over openstelling van de spoornetwerken vanaf 2010 en onder de parlementariërs lijkt zich daarvoor een meerderheid af te tekenen. Aad Veenman, president-directeur van de NS, is bang dat de voorgestelde liberalisering zal leiden tot cherry picking: nieuwe marktpartijen op de markt zoeken de rendabele lijnen uit en laten andere links liggen. „In veel landen wordt het evenwicht in het openbaar vervoer dan verstoord”, zegt hij.

Het Europese parlement buigt zich over het zogenoemde ‘derde spoorwegpakket’ van de Europese Commissie, dat stamt uit 2004. Het borduurt voort op twee eerdere pakketten, allemaal gericht op het stimuleren van het spoorgebruik. Een van de voorgestelde maatregelen is het opheffen van het alleenrecht voor personenvervoer in de EU, dat nu in alle lidstaten, uitgezonderd Groot-Brittannië, van kracht is. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van Europa, stelt voor per 1 januari 2010 concurrentie toe te staan op het grensoverschrijdende treinverkeer; voor binnenlands verkeer is nog geen datum genoemd. Het Europese parlement wil ook binnen de landsgrenzen van de EU-staten concurrentie en wel per 1 januari 2017. „De interne markt was er al in 1992, dan is het nu de hoogste tijd voor concurrentie op het spoor” zei het Duitse en christen-democratische lid van het Europees Parlement EP, Georg Jarzembowski, tegen de online krant EUobserver.

NS-topman Aad Veenman, die tevens spreekt namens de 55 leden tellende CER (Community of European Railway and Infrastructure Companies) zegt marktwerking „prima” te vinden, maar op gereguleerde wijze. Niet alles kan aan de markt worden overgelaten: concurrentie tussen twee of meer partijen op een en hetzelfde traject is uitgesloten, daarvoor is de capaciteit op de stations en de rails in Nederland en menig ander land te beperkt, stelt hij. Wat wel kan is concurrentie in de concessies: verschillende bedrijven schrijven zich in op vervoer op één traject en één partij krijgt de gunning. „Dat gebeurt in Nederland al op regionale lijnen, dus het is niet nieuw.”

Maar Veenman benadrukt dat spoorwegbedrijven in Europa ook nog een maatschappelijke taak hebben: het vervoer van reizigers in het hele land gedurende een groot deel van de dag. „Nieuwe spelers zullen alleen de economische interessante lijnen uitzoeken en laten de rest over de bestaande vervoerder. Dan moet de overheid bijspringen of verbindingen die niet zo winstgevend zijn, verdwijnen.”

Nederland opknippen in verschillende concessie-gebieden is volgens Veenman ook geen goede optie. „Daarvoor zijn we te klein. Het hele net in Nederland is vergelijkbaar met een regio in Duitsland of Frankrijk. De ervaring met de liberalisering in Groot-Brittannië heeft geleerd dat een concessiegebied niet te klein moet zijn en de looptijd niet te kort.”

VVD-Europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert is juist een groot voorstander van de liberalisering in de spoorsector. Ze wil niet alleen concurrentie om de concessies, maar ook op het spoor zelf tussen verschillende bedrijven. Hennis-Plasschaert vindt overigens wel dat bestaande contracten zoals met NS moeten worden gehonoreerd. „Indien bestaande contracten worden opengebroken, kunnen lidstaten geconfronteerd worden met hoge schadeclaims.” Zo zou in Nederland de hogesnelheidslijn Amsterdam-Brussel-Parijs in gevaar kunnen komen. „Dat moeten we natuurlijk voorkomen.”

NS-topman Aad Veenman vreest echter dat een te ver doorgevoerde liberalisering niet alleen negatieve economische gevolgen heeft, maar ook zal leiden tot chaos. „Het wordt dan een ingewikkelde puzzel, zowel voor de bedrijven als voor de reizigers.”

    • Lolke van der Heide