Boodschappenlijstje voor de vrouw zelf

Alleen mondelinge steun voor verbetering van de positie van de vrouw is niet genoeg. Het nieuwe kabinet moet met concrete maatregelen komen, betogen vier vrouwelijke vakbondsleiders.

Vrouwenemancipatie. Alleen al het feit dat Nederland minder vrouwelijke hoogleraren telt dan Albanië en dat vrouwen nog steeds gemiddeld minder verdienen dan mannen voor hetzelfde werk laat zien dat er nog een wereld te winnen valt. Het stemt hoopvol dat politieke partijen en werkgevers vrouwen actiever willen steunen om (vaker of langer) de arbeidsmarkt op te kunnen. Maar steun alleen is niet genoeg, het gaat om concrete maatregelen.

Allereerst het verlof. Binnen de EU heeft Nederland de kortst durende mogelijkheden voor zwangerschaps-, ouderschaps- en kraamverlof: in totaal minder dan een jaar bij het krijgen van een kind. Voor ouderschapsverlof komt daar nog bij dat het onbetaald is – logisch dat daarvan nauwelijks gebruik wordt gemaakt. Ook de levensloopregeling biedt geen soelaas, omdat jonge mensen nog niet voldoende gespaard hebben om er extra verlof voor de zorg van kinderen mee te regelen. Het nieuwe kabinet moet besluiten tot betaald ouderschapsverlof en tot het storten van een starttegoed in de levensloopregeling.

Kinderopvang. Het is niet onredelijk om van ouders een inkomensafhankelijke bijdrage voor kinderopvang te vragen. Maar deze moet dan wel op alle gewenste tijden beschikbaar zijn. Het opnieuw oplopen van wachtlijsten is onaanvaardbaar, dus forse investeringen in uitbreiding van het aanbod zijn noodzakelijk. De kwaliteit staat, blijkt uit onderzoek, onder druk, omdat de door velen zo bejubelde marktwerking ertoe heeft geleid dat het lonend is om zo min mogelijk kleuterleidsters (m/v) bij een groep kinderen te plaatsen.

Voorts verdient een goede samenwerking tussen scholen en kinderopvang meer aandacht. Een groep waar in de opvang nu geen oog voor is, zijn jongeren van 12 tot 15 jaar. Voor hen bestaat geen enkele vorm van structurele opvang of, bijvoorbeeld, huiswerkbegeleiding. Kennelijk worden ouders geacht deze kwetsbare, ontvankelijke groep kinderen overdag aan hun lot over te laten. Er zijn vrouwen die gestopt zijn met werken toen hun kinderen naar het voortgezet onderwijs gingen, juist omdat ze hun jonge pubers niet alleen wilden laten. Deze groep verdient daarom meer aandacht.

Ook het uitbesteden van huishoudelijk werk of zorgtaken kan het drukke leven van jonge tweeverdieners verlichten. Maar geen van de door het vorige kabinet voorgestelde wittewerksterplannen is met veel enthousiasme ontvangen. Bij het uitbesteden van persoonlijke dienstverlening kan het nieuwe kabinet leren van de dienstencheques zoals die in België gebruikt worden. Daar blijken tweeverdieners volop gebruik te maken van door de overheid gestimuleerde dienstencheques. Die worden ingekocht door een particulier huishouden en ‘uitbetaald’ aan de werknemer die er vervolgens mee naar zijn gaat werkgever bij wie hij/zij in dienst is om dit soort klussen uit te voeren en er een vast bedrag voor ontvangt.

Dit blijkt een goede manier om zwart werk te witten. Tegelijkertijd biedt het soelaas voor tweeverdieners die extra hulp in het huishouden goed kunnen gebruiken – al is het ook interessant voor alleenstaanden of senioren die zo zorg kunnen inhuren. Om dit systeem betaalbaar te houden is een eerste investering van de overheid nodig. Die verdient zichzelf grotendeels later terug door besparingen op uitkeringen en hogere belastinginkomsten.

Bovenstaande maatregelen zijn slechts een greep uit de mogelijkheden om de positie van vrouwen te versterken, het combineren van werken en zorgen gemakkelijker te maken en de keuzevrijheid van vrouwen over de invulling van hun leven en hun toekomst te vergroten. Dat is toch wel het minste wat van een nieuw kabinet anno 2007 gevraagd mag worden.

Marleen Barth is voorzitter van de Onderwijsbond CNV; Yvon van Houdt is dagelijks bestuurder van de CNV Vakcentrale; Agnes Jongerius is voorzitter van de FNV Vakcentrale; Edith Snoeij is voorzitter van Abva Kabo FNV .

De voorgaande artikelen in deze serie zijn na te lezen op www.nrc.nl/opinie.